Dit document bevat een Note Verbale van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Commissie inzake de Grenzen van het Continentaal Plat (CLCS) over de submissie van Argentinië inzake Antarctica. In de Note Verbale geeft het Koninkrijk aan dat het territoriale claims op Antarctica niet erkend en dat Argentinië daarom ook geen soevereine rechten op het continentaal plat toekomt.
In dit arrest oordeelt de Hoge Raad in para. 3.4.2 over de presumptie van immuniteit van de vreemde staat en de stelplicht en bewijslast van de eiser. De Hoge Raad oordeelt dat de eigendommen van een vreemde staat niet vatbaar zijn voor beslag en executie tenzij is vastgesteld dat de eigendommen een bestemming hebben die daarmee verenigbaar is. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie ligt bij de schuldeiser of beslaglegger. De beslaglegger dient gegevens aan te dragen waarmee kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor andere dan publieke doeleinden. Dit arrest is onderdeel van een drietal arresten die bekend staan als de ‘Herfstarresten’.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad N.N. v de staat der Nederlanden
Met deze Brief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer dat het Koninkrijk der Nederlanden de Republiek Kosovo erkent en wordt dit besluit nader toegelicht.
Kamerbrief
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken aangaande de Amerikaanse heffingen op importen van staal en aluminium. Hieruit blijkt dat de Europese Commissie het standpunt inneemt dat de maatregen van de VS de facto vrijwaringsmaatregelen zijn en dat hiertegen rebalancing maatregelen mogen worden genomen.
Met deze Kamerbrief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer over de arbitragezaak die het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) heeft ingesteld tegen het Koninkrijk der Nederlanden inzake de toepassing van het Zetelverdrag. Het geschil betreft de ruimtetoekenning door de Carnegie Stichting in het Vredespaleis aan het PHA.
Dit document bevat advies nr. 29 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake de identificatie van internationaal gewoonterecht, en de kabinetsreactie op dat advies.
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak H.J.T. (zaak nr. 3004/2017) geoordeeld dat de beginselen van behoorlijke rechtspraak onder artikel 14, lid 5 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) niet zijn geschonden.
De zaak betreft de beginselen van behoorlijke rechtspraak, met in het bijzonder het recht om een schuldigverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege overeenkomstig de wet. Het mensenrechtencomité overweegt in deze zaak dat de toegezonden kennisgeving heeft geleid tot misbruik van het recht om zodanige kennisgevingen in te zenden, aangezien verzoeker de huidige klacht na meer dan 5 jaar na uitputting van de nationale rechtsmiddelen en na meer dan drie jaar na de beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ingediend. Daarnaast heeft hij geen uitleg heeft verschaft over deze vertraging. Derhalve oordeelt het Comité dat de klacht van verzoeker niet-ontvankelijk is op grond van artikel 3 Eerste Protocol bij het IVBPR.
Dit document bevat een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VNVR) betreffende het oprichten van een internationaal tribunaal voor het vervolgen van personen verantwoordelijk voor misdaden begaan in connectie met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 in Donetsk Oblast, Oekraïne.
Dit werkdocument van Nederland is ingediend tijdens de 30ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel een proces op gang te brengen wat partijen kan helpen bij het identificeren van activiteiten die onder de reikwijdte van artikel VII.5 Verdrag van Antarctica vallen.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de volkenrechtelijke aspecten van de luchtaanvallen op ISIS doelen in Irak en Syrië. De brief zet het juridisch kader uiteen en bevat de rechtsgrond voor gebruik van geweld tegen ISIS in Irak op grond van Irakese toestemming. Met betrekking tot Syrië ontbreekt toestemming voor het gebruik van geweld tegen ISIS op Syrisch grondgebied, waardoor het geweldsverbod in beginsel geldt. De VS beroept zich op collectieve zelfverdediging, maar gezien daartoe geen internationale overeenstemming is, blijft de Nederlandse inzet beperkt tot Irak.
Toont 261 - 270 van 633 resultaten.