Dit document bevat de bijlagen bijbehorend aan de vierde periodieke review van Nederland over de implementatie van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures in 2019 alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.
Dit document betreft de pleitnota van de Nederlandse Staat in hoger beroep aangaande de rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Urgenda eist dat er in 2020 40% minder CO2 uitstoot is dan in 1990.
De Hoge Raad komt tot het oordeel dat uit art. 94 Grondwet volgt dat binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften geen toepassing vinden indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. In deze bepaling is, voorzover hier van belang, tot uitdrukking gebracht dat de rechter het in art. 16 Grondwet en art. 1, eerste lid, Sr vervatte verbod tot het verlenen van terugwerkende kracht wel dient te toetsen aan verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, doch dat niet mag doen aan ongeschreven volkenrecht. Deze uitleg strookt met de geschiedenis van de totstandkoming van art. 94 Grondwet. Daartoe wordt verwezen naar de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat tot die bepaling heeft geleid (Kamerstukken II 1977-1978, 15 049 (R 1100), nr. 3, blz. 11 e.v.). De Hoge Raad komt tot de conclusie dat het de rechter niet vrijstaat de Uitvoeringswet folteringverdrag - die daarin niet voorziet - buiten toepassing te laten wegens strijd met dat ongeschreven volkenrecht. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van art. 94 Grondwet heeft de grondwetgever toepassing van ongeschreven volkenrecht indien deze toepassing zou botsen met nationale wettelijke voorschriften, niet willen aanvaarden. Zie essentie in r.o. 4.4.1., 4.4.2. en 4.6.
Arrest Hoge Raad
Dit document bevat de vragen en opmerkingen van de fracties van de Tweede Kamer naar aanleiding van het advies ‘De toekomst van de Arctische regio’ van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de antwoorden daarop van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Deze brief bevat de kabinetsreactie op het AIV-advies ‘Piraterijbestrijding op zee - een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden’. Het kabinet oordeelt dat reders en kapiteins zelf hoofdverantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun schepen en zelf zelfbeschermingsmaatregelen dienen te treffen.
Dit document bevat advies nr. 17 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende de UN Convention on on Jurisdictional Immunities of States and Their Property, en de reactie van het kabinet op dit advies. Het kabinet geeft aan dat het advies zal worden meegenomen in de beslissing omtrent de ratificatie van het verdrag.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) “Internationale Investeringsbeslechting – van ad hoc arbitrage naar een permanent investeringshof”. De brief gaat in op de aanbevelingen van de AIV omtrent de vormgeving van investeringsbescherming en het geschillenbeslechtingsmechanisme, waaronder de oprichting van een permanent internationaal investeringshof.
Kamerbrief
Dit document bevat advies nr. 4 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende de ontwerp-artikelen van het ILC inzake immuniteit van Staten en hun eigendom.
Toont 281 - 290 van 637 resultaten.