Dit document bevat het fiche t.a.v. voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/73.EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor gas. Het voorstel heeft tot doel om het derde energiepakket dat de wettelijke kaders geeft voor de inrichting en het functioneren van de interne markt voor energie (elektriciteit en gas) ook van toepassing te verklaren op bestaande en toekomstige gaspijpleidingen met derde landen voor dat gedeelte van de leiding dat op EU territoir ligt.
Dit document bevat de antwoorden op Kamervragen van het lid Vermeij over beleggingen van het pensioenfonds ABP in het farmaceutische Hospira.
Dit werkdocument van Nieuw-Zeeland en Nederland is ingediend tijdens de 35ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel om praktische richtlijnen te ontwikkelen ter ondersteuning van de bescherming van wilde natuur bij het gebruik van milieueffectrapportages en gebiedsbeschermingsinstrumenten.
Dit document bevat de Nederlandse versie van Richtlijn 2009/C 303/06 van de Raad van de EU inzake de bijgewerkte richtsnoeren om operationele instrumenten voor de Europese Union en haar instellingen en organen op te stellen ter bevordering van de naleving van het internationaal humanitaire recht (IHL).
Deze Kamerbrief gaat in op het voornemen van het kabinet om te interveniëren in individuele klachtprocedures tegen de Russische Federatie die (mede) namens Nederlandse nabestaanden tegen Rusland zijn ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met betrekking tot het neerhalen van vlucht MH17. Het betreft de klachten Ayley and Others v. Russia (25714/16) en Angeline and Others v. Russia (no. 56328/18)
Kamerbrief (Tweede-Kamer, 2018-2019, 33997, nr. 138)
Dit document bevat een Note Verbale van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Commissie inzake de Grenzen van het Continentaal Plat (CLCS) over de submissie van Frankrijk inzake Antarctica. In de Note Verbale verwijst het Koninkrijk naar zijn Note Verbale van 19 december 2006 inzake de claim van Nieuw-Zeeland, waarin het aangeeft dat het Koninkrijk territoriale claims op Antarctica niet erkend en dat staten daarom ook geen soevereine rechten op het continentaal plat toekomen.
De Hoge Raad wijst erop dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) de staten die bij het verdrag zijn aangesloten ertoe verplicht om voor hun ingezetenen de rechten en vrijheden te verzekeren die in het verdrag zijn vastgesteld. Art. 2 EVRM beschermt het recht op leven, en art. 8 EVRM het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven. Volgens de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is een verdragsstaat op grond van deze bepalingen verplicht om passende maatregelen te treffen, indien een reëel en ernstig risico voor het leven of het welzijn van personen bestaat en de staat daarvan op de hoogte is.
De Hoge Raad komt tot het oordeel dat de positieve verplichtingen van de artikelen 2 en 8 EVRM ook van toepassing zijn op het (mondiale) probleem van klimaatverandering. Er is volgens de Hoge Raad sprake van een voldoende reëel en ernstig risico op aantasting van het leven en welzijn van ingezetenen van Nederland als gevolg van klimaatverandering. Art. 2 en 8 EVRM dienen naar het oordeel van de Hoge Raad zo te worden uitgelegd dat landen erop kunnen worden aangesproken hun aandeel te leveren in de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het nationale recht moet volgens art. 13 EVRM een effectief rechtsmiddel bieden om tegen een schending of dreigende schending van de door het EVRM gewaarborgde rechten op te komen.
Arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:2006)
Toont 361 - 370 van 638 resultaten.