Het VN BuPo Comité heeft in de zaak H.J.T. (zaak nr. 3004/2017) geoordeeld dat de beginselen van behoorlijke rechtspraak onder artikel 14, lid 5 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) niet zijn geschonden.
De zaak betreft de beginselen van behoorlijke rechtspraak, met in het bijzonder het recht om een schuldigverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege overeenkomstig de wet. Het mensenrechtencomité overweegt in deze zaak dat de toegezonden kennisgeving heeft geleid tot misbruik van het recht om zodanige kennisgevingen in te zenden, aangezien verzoeker de huidige klacht na meer dan 5 jaar na uitputting van de nationale rechtsmiddelen en na meer dan drie jaar na de beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ingediend. Daarnaast heeft hij geen uitleg heeft verschaft over deze vertraging. Derhalve oordeelt het Comité dat de klacht van verzoeker niet-ontvankelijk is op grond van artikel 3 Eerste Protocol bij het IVBPR.
Dit document bevat de antwoorden op de Kamervragen van leden Van Bommel en Sjoerdsma over de richtlijn registratie personen geboren in Palestina.
Dit document bevat commentaar nr. 2 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) op het preadvies van Francisco Orrego Vicuna en Chrisopther Pinto inzake de ‘Peaceful Settlement of Disputes’.
Tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Defensie heeft de Minister van Defensie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, een reactie gegeven op de oproep van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties (VN) tot het instellen van een moratorium op de ontwikkeling en het gebruik van autonome wapensystemen.
Dit document bevat de bijlagen bijbehorend aan de vierde periodieke review van Nederland over de implementatie van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Dit werkdocument van Nederland en Duitsland is ingediend tijdens de 34ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel om de Rules of Procedure (RoP) aan te passen om tussentijdse officiële verzoeken en vragen van internationale actoren over het Antarctische Verdragssysteem te kunnen faciliteren. Deze vragen en verzoeken dreigen anders onbeantwoord te blijven omdat er geen adequaat mechanisme is voor tijdig overleg tussen de ATS partijen.
Dit document bevat de slotopmerkingen (‘concluding observations’) van het VN-kinderrechten comité betreffende het vierde rapport van Nederland uit 2015.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de visie van de Nederlandse regering ten opzichte van de toepassing van de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) in de door Israël bezette gebieden (Gaza, Westelijke Jordaanover, m.i.v. Oost-Jeruzalem en Golan) en andere conflictgebieden (Westelijke Sahara).
Kamerbrief
De minister van Buitenlandse Zaken informeert de Tweede Kamer over de intentie van Nederland en Canada om te interveniëren in de zaak van Gambia tegen Myanmar onder artikel 63 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof. Een dergelijke inspanning is in lijn met de Nederlandse inzet op het tegengaan van straffeloosheid middels vervolging en berechting van de meest ernstige misdrijven en uiteindelijk op gerechtigheid en genoegdoening voor slachtoffers.
Kamerbrief (Tweede-Kamer, 32735, nr. 310)
Het doel van deze Kamerbrief betreffende de internationale rechtsorde in het digitale domein is om de Tweede Kamer der Staten-Generaal te informeren over de toepassing van bestaand internationaal recht op het digitale domein. Ook bevat de brief een weergave van initiatieven ten behoeve van het bestendigen van de internationale rechtsorde in het digitale domein. In de bijlage wordt op de belangrijkste volkenrechtelijke aspecten ingegaan. De kamerbrief en de bijlage zijn aangeboden door de Ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Justitie en Veiligheid, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Toont 371 - 380 van 586 resultaten.