Dit document bevat de uitspraak inzake de schadevergoeding in de Arctic Sunrise arbitrage tussen Rusland en Nederland. In de uitspraak is de hoogte van de schadevergoeding vastgesteld.
Dit werkdocument van Nederland, België en Frankrijk is ingediend tijdens 30e Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel om een overzicht te krijgen van de uitdagingen en problemen met betrekking tot (het reguleren van) onderzoek naar genetisch materiaal (biological prospecting). Er wordt voorgesteld om een separate werkgroep in te richten welke deze problemen zal identificeren.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS wordt verlengd tot 31 december 2018. Tevens wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang die in dit verband de voorafgaande periode is geboekt.
Kamerbrief
In dit arrest van de Hoge Raad wordt, in para. 3.6.2, bevestigd dat de Nederlandse rechter is gehouden – en niet slechts bevoegd - ambtshalve te onderzoeken of aan een vreemde staat of internationale organisatie immuniteit van jurisdictie toekomt.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad Republiek Irak
In deze uitspraak komt de Raad van State tot het oordeel dat Japanners bij de toepassing van de in het Nederlands-Japans Verdrag neergelegde meestbegunstigingsclausule geen beroep meer kunnen doen op het Nederlands-Zwitsers Tractaat, naar aanleiding van een interpretatieve verklaring van Nederland en Zwitserland ten aanzien van arbeid, verblijf en vestiging.
Uitspraak
Dit document bevat een Note Verbale van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Commissie inzake de Grenzen van het Continentaal Plat (CLCS) over de submissie van Frankrijk inzake Antarctica. In de Note Verbale verwijst het Koninkrijk naar zijn Note Verbale van 19 december 2006 inzake de claim van Nieuw-Zeeland, waarin het aangeeft dat het Koninkrijk territoriale claims op Antarctica niet erkend en dat staten daarom ook geen soevereine rechten op het continentaal plat toekomen.
Dit document bevat de schriftelijke inbreng van Nederland in de Arctic Sunrise arbitrage, waarin er o.a. wordt ingegaan op de rechtsmacht van het Hof en de beweerde onrechtmatige daad van Rusland.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak Dijkhuizen tegen Nederland (zaak nr. 61591/16) geoordeeld dat Nederland het recht op een eerlijk proces onder artikel 6, derde lid, van het Verdrag (EVRM) niet heeft geschonden.
De zaak betreft het recht op een eerlijk proces, meer in het bijzonder het recht om in persoon bij de rechtszitting aanwezig te zijn en of een videoverbinding een gerechtvaardigde vorm van aanwezigheid is. De vraag die wordt gesteld, is of het gerechtshof mocht afzien van inwilliging van het verzoek om verlenging van de procedure met het oog op een videoverbinding met verzoeker. Hoewel het voor een eerlijk proces van groot belang is dat de beschuldigde ter zitting aanwezig kan zijn, kunnen diverse factoren meespelen waardoor een videoverbinding voldoet aan de waarborgen zoals de complexiteit van een zaak, locatie van de klager en of de klager heeft meegewerkt en welwillend was. Op basis van het voorgaande oordeelt het EHRM dat er geen schending heeft plaatsgevonden van artikel 6 lid 3 EVRM.
Toont 381 - 390 van 637 resultaten.