Deze brief informeert de Tweede Kamer over de kabinetsreactie op het advies van de staatscommissie Grondwet van 11 november 2010. Het kabinet ziet onvoldoende aanleiding en urgentie om over te gaan tot een herziening van de Grondwet anders dan van artikel 13 Grondwet. Ook ten aanzien van de aanbevelingen op het gebied internationale rechtsorde, zal het kabinet geen voorstellen tot wijziging van de Grondwet entameren.
Kamerbrief (Tweede-Kamer 2011-1012, 31570, nr. 20)
Dit document bevat antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over de Kamerbrief van 9 maart 2018 over de juridische mogelijkheden om Staten aansprakelijk te stellen voor het neerhalen van vlucht MH17.
Vragen en antwoorden (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 118)
Kamerbrief 9 maart 2018 (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 114)
Dit document bevat de aanvullende schriftelijke verklaring van Nederland betreffende de vraag of de proclamatie van onafhankelijkheid van Kosovo in overeenstemming is met internationaal recht, het bestaan en uitoefenen van het postkoloniale recht tot zelfbeschikking en de wettige uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht door de bevolking van Kosovo.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak R.H.S.N. tegen Nederland (zaak nr. 585/19) besloten de zaak niet ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 35, derde lid, onder a en b, en vierde lid, van het EVRM.
De zaak betreft het recht op een eerlijk proces en het recht op daadwerkelijk rechtsmiddel (artikel 6 lid 1 en 13 EVRM) en het bijzonder de behandeling van een zaak binnen een redelijke termijn en het aanzienlijk nadeel geleden door verzoeker. Het EHRM overweegt dat er geen objectieve indicaties zijn voor het vaststellen dat verzoeker een aanzienlijk nadeel heeft geleden door de vermeende schending van artikel 6 lid 1 EVRM. Nu dit aanzienlijke nadeel niet aanwezig is, is een effectief rechtsmiddel onder artikel 13 EVRM geen vereiste. Derhalve heeft het EHRM de zaak niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 35, derde lid, onder sub a en b, en vierde lid, van het EVRM.
Dit document bevat een Note Verbale van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Commissie inzake de Grenzen van het Continentaal Plat (CLCS) over de submissie van Australië inzake Antarctica. In de Note Verbale geeft het Koninkrijk aan dat het territoriale claims op Antarctica niet erkend en dat Australië daarom ook geen soevereine rechten op het continentaal plat toekomt.
Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Hasselbaink tegen Nederland (zaak nr. 73329/16) geoordeeld dat Nederland artikel 5, derde lid en vierde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. De zaak betreft het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 5 EVRM), in het bijzonder het recht op een proces binnen redelijke termijn en op invrijheidstelling in afwachting van dat proces (derde lid) en een tijdige behandeling van verzoeken om opheffing van het voorarrest (vierde lid). In deze zaak is de oorspronkelijke beslissing over de voorlopige hechtenis volgens het EHRM gebaseerd op het risico op recidive en hierbij is in opvolgende beslissingen bij aangesloten zonder in te gaan op de door verzoeker naar voren gebrachte argumenten in het licht van de verminderde ernst van de verdenking. Verder oordeelt het Hof dat de periodes die de rechtbank en het gerechtshof nodig hadden om tot een beslissing te komen niet voldoen aan de eis van een tijdige behandeling. Derhalve oordeelde het EHRM dat dit in strijd wordt geacht met artikel 5, derde lid van het EVRM en artikel 5, vierde lid van het EVRM.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS wordt verlengd tot 31 december 2018. Tevens wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang die in dit verband de voorafgaande periode is geboekt.
Kamerbrief
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de mogelijkheden om andere staten aansprakelijk te stellen op grond van internationaal recht naar aanleiding van het debat over het neerhalen van vlucht MH17. De brief bespreekt onder meer de juridische grondslag voor staatsaansprakelijkheid, de juridische gevolgen van staatsaansprakelijkheid en hoe staatsaansprakelijkheid kan worden geeffectueerd.
Deze Kamerbrief bevat een appreciatie van de gemeenschappelijke interpretatieve CETA-verklaring. De verklaring geeft uitleg over wat Canada, de EU en haar lidstaten overeen zijn gekomen en wat de toepassing van haar bepalingen zijn.
Toont 441 - 450 van 639 resultaten.