Deze brief bevat de antwoorden van vragen van de Tweede Kamer over de visie van de Nederlandse regering ten opzichte van de Wet BEU in de door Israël bezette gebieden (Gaza, Westelijke Jordaanoever, m.i.v. Oost-Jeruzalem en Golan) en andere conflictgebieden (Westelijke Sahara).
Antwoorden op KamervragenÂ
Dit document bevat een brief van de Permanente Vertegenwoordigingen van Oostenrijk, België, Costa Rica, Denemarken, Finland, Duitsland, Liechtenstein, Nederland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betreffende sanctieregime van de VN, de zorgen over dit systeem en de verbeteringen die hierin mogelijk zijn.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en heeft betrekking op alternatieve volkenrechtelijke mandaten voor het gebruik van geweld tegen ISIS op het grondgebied van Syrië.Â
Kamerbrief
Dit document bevat het verzoekschrift van Joegoslavië ter instelling van een procedure tegen Nederland bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de rechtmatigheid van het gebruik van geweld tegen een andere staat. Â
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de inzet, het verloop en de uitkomst van de onderhandelingen over een kernwapenverbod. Tevens biedt de brief een inhoudelijke appreciatie van de uiteindelijke verdragstekst.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de visie van het kabinet ten aanzien van de eerste bevindingen van het Joint Investigation Team (JIT) en over de vervolging en berechting van de daders van het neerhalen van vlucht MH17.
Dit document bevat de uitspraak van het arbitraal tribunaal inzake de merites in de Arctic Sunrise arbitrage. Hierin oordeelt het tribunaal dat Rusland artikelen 56 (2), 58 (1), 58 (2), 87(1)(a) en 92 (1) van het VN-Zeerechtverdrag heeft geschonden door het betreden, inspecteren en innemen van het schip de Arctic Sunrise.
Dit document bevat de uitspraak inzake de rechtsmacht van het arbitraal tribunaal in de Arctic Sunrise arbitrage. In deze uitspraak bepaalt het tribunaal dat het voorbehoud van Rusland bij het VN-Zeerechtverdrag geen gevolgen heeft voor de rechtsmacht van het tribunaal.
In de Memorie van Toelichting is uiteengezet dat uitbreiding van het toetsingsrecht van de rechter tot het terrein van het ongeschreven volkenrecht (gewoonterecht) uit praktisch oogpunt bezwaarlijk is, omdat over de inhoud van dit recht vaak onzekerheden bestaan. Hierdoor zouden grondwettelijke bevoegdheden van regering en parlement kunnen worden gefrustreerd.
Memorie van Toelichting (TK 1977-1978, nr. 3, pag. 12 e.v.)
In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot de conclusie dat artikel 7 (c) van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) rechtstreekse werking toekomt. Dit heeft tot gevolg dat de Staat gehouden is om maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent en dat de Staat daarbij een maatregel moet inzetten die effectief is en tegelijkertijd de minste inbreuk maakt op de grondrechten van de (leden van de) SGP.
Toont 451 - 460 van 639 resultaten.