Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de WTO uitspraak over genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s). Uit de analyse van deze uitspraak blijkt dat het WTO panel heeft besloten dat de EG van 1999 tot 2003 een de facto moratorium had op GGO’s en dat de vrijwaringsmaatregelen van EU-lidstaten onrechtmatig waren. De uitspraak heeft geen consequenties voor Nederland, omdat Nederland geen vrijwaringsclausules hanteert en de door de EG goedgekeurde GGO’s toelaat.
Kamerbrief
In deze prejudiciële beslissing komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het internationaal publiekrecht de uitvoerbaarheid in Nederland beperkt van zowel conservatoire als executoriale maatregelen in die zin dat dergelijke maatregelen zijn uitgesloten tenzij en voor zover er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 19, onderdelen a tot en c, van het VN-Verdrag inzake de immuniteit van staten en hun eigendommen. Eigendommen van vreemde staten zijn niet vatbaar voor beslag en executie tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een bestemming hebben die daarmee niet onverenigbaar is. De bewijslast bij beslaglegging van een publieke bestemming van eigendom van vreemde staten ligt bij de beslaglegger, waarbij een presumptie van immuniteit geldt. Het toekennen van immuniteit van jurisdictie en van executie overeenkomstig internationaal publiekrecht levert geen schending op van artikel 6 EVRM.
Prejudiciële beslissing
In deze Kamerbrief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op maatregelen die genomen kunnen worden in reactie op ransomware-aanvallen. Een groot deel van de brief betreft het internationaalrechtelijke kader inzake ransom-aanvallen, waarbij wordt ingegaan op tegenmaatregelen afgeleid vanuit het staatsaansprakelijkheidsrecht, op het zorgvuldigheidsbeginsel en op noodzaak (necessity). Ook is er aandacht voor het normatief kader en de diplomatieke responsopties op het gebied van cyber.
Deze brief informeert de Tweede Kamer met een uiteenzetting van het geldende recht met betrekking tot immuniteiten van de leden van buitenlandse officiële missies.
Dit werkdocument van Nieuw-Zeeland, VK, Noorwegen en Nederland is ingediend tijdens de 38ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel de vergadering van verdragspartijen aan te sporen een visie en managementplan voor de lange termijn te ontwikkelen om toerisme in Antarctica te reguleren.
Dit document bevat het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2018 welke een inzicht biedt in de dreigingen, belangen en weerbaarheid van Nederland op het gebied van cybersecurity in relatie tot de nationale veiligheid. Het CSBN wordt jaarlijks door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) opgesteld.
Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de zaak H.G.D.W. v. The Netherlands (zaak nr. 9476/19) geoordeeld dat het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst onder artikel 9 van het Verdrag (EVRM) niet geschonden is.
Verzoekster stelt in deze zaak dat er inbreuk is gemaakt op haar vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst onder artikel 9 EVRM. De centrale vraag in deze zaak is of de Kerk van het Vliegend Spaghetti Monster valt onder artikel 9 EVRM. Het EVRM overweegt in deze zaak dat een godsdienst of geloofsovertuiging, onder artikel 9 EVRM, een zeker niveau aan overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang bereikt moet hebben. Gezien het parodiërende karakter van de Kerk van het Vliegend Spaghetti Monster is dit niet het geval en is er geen sprake van een godsdienst of geloofsovertuiging in de zin van artikel 9 EVRM. Derhalve oordeelt het EHRM dat de Kerk van het Vliegend Spaghetti Monster niet valt onder artikel 9 EVRM. Het EHRM verklaart de klacht van verzoekster kennelijk ongegrond en niet-ontvankelijk.
Dit document bevat de gezamenlijke verklaring van Nederland, Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten over de noodzaak van handhaving van de veiligheid op zee ten tijde van demonstraties tegen de Japanse walvisjacht.
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures in 2011.
Dit document bevat het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijk Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide. Het kabinet volgt de conclusie van het advies grotendeels en blijft terughoudend bij het gebruik van de term genocide.
Toont 481 - 490 van 639 resultaten.