Deze brief informeert de Tweede Kamer over de onderhandelingsronde bij de Verenigde Naties in New York over een juridisch instrument met betrekking tot een verbod op nucleaire wapens.
Kamerbrief
De Hoge Raad wijst erop dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) de staten die bij het verdrag zijn aangesloten ertoe verplicht om voor hun ingezetenen de rechten en vrijheden te verzekeren die in het verdrag zijn vastgesteld. Art. 2 EVRM beschermt het recht op leven, en art. 8 EVRM het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven. Volgens de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is een verdragsstaat op grond van deze bepalingen verplicht om passende maatregelen te treffen, indien een reëel en ernstig risico voor het leven of het welzijn van personen bestaat en de staat daarvan op de hoogte is.
De Hoge Raad komt tot het oordeel dat de positieve verplichtingen van de artikelen 2 en 8 EVRM ook van toepassing zijn op het (mondiale) probleem van klimaatverandering. Er is volgens de Hoge Raad sprake van een voldoende reëel en ernstig risico op aantasting van het leven en welzijn van ingezetenen van Nederland als gevolg van klimaatverandering. Art. 2 en 8 EVRM dienen naar het oordeel van de Hoge Raad zo te worden uitgelegd dat landen erop kunnen worden aangesproken hun aandeel te leveren in de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het nationale recht moet volgens art. 13 EVRM een effectief rechtsmiddel bieden om tegen een schending of dreigende schending van de door het EVRM gewaarborgde rechten op te komen.
Arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:2006)
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in een uitspraak van de Grote Kamer in de zaak Keskin tegen Nederland (zaak nr. 2205/01) geoordeeld dat Nederland het recht op een eerlijk proces neergelegd in artikel 6, eerste lid en derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. De schending is aangenomen, omdat de verdachte niet in staat was om getuigen te ondervragen die belastende verklaringen over hem hadden afgelegd in een strafrechtelijke procedure.
Zie uitspraak Keskin v. the Netherlands, EHRM
Dit document bevat een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VNVR) betreffende het oprichten van een internationaal tribunaal voor het vervolgen van personen verantwoordelijk voor misdaden begaan in connectie met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 in Donetsk Oblast, Oekraïne.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de situatie in de Koerdische Autonome Regio (KAR) na het referendum, de ontwikkelingen rondom Kirkuk, de dreigementen van Irak en de buurlanden jegens de KAR, de inzet van Nederland en de EU om escalatie te voorkomen en de mogelijke gevolgen voor de Nederlandse trainingsmissie in de Koerdische autonome regio.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de visie van het kabinet ten aanzien van de eerste bevindingen van het Joint Investigation Team (JIT) en over de vervolging en berechting van de daders van het neerhalen van vlucht MH17.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat er in samenspraak met Australië, België, Maleisië en Oekraïne is besloten om de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 zal plaatsvinden in en door Nederland.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de beslissing die is genomen met betrekking tot de wijze waarop de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 zal kunnen plaatsvinden.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de vervolgings- en berechtingsstrategie van (potentiële) verdachten van de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines naar aanleiding van vragen van de leden Sjoerdsma en Omtzigt.
Toont 501 - 510 van 580 resultaten.