In deze Kamerbrief is vermeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken een zogenaamde «garantverklaring» heeft afgegeven voor de tentoonstelling "De Krim - Goud en Geheimen van de Zwarte Zee". Deze garantverklaring houdt – kort gezegd – in dat de Staat zich zal verzetten tegen pogingen tot beslaglegging of andere executiemaatregelen wanneer dergelijke maatregelen strijdig zijn met het internationaal recht. Deze verklaring ziet derhalve niet op de vraag wie rechthebbende is op de stukken.
Tijdens de looptijd van de tentoonstelling is op de Krim door het regionale parlement de onafhankelijkheid uitgeroepen en is daarover een referendum georganiseerd. Deze eenzijdige afscheiding van Oekraïne evenals de daarop volgende aansluiting bij Rusland is strijdig met internationaal recht. Internationaalrechtelijk is duidelijk dat het besluit tot afscheiding en het referendum geen consequenties kunnen hebben voor de status van de Krim. De soevereiniteit over de Krim berust bij Oekraïne. Dit is ook zo uitgesproken door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 68/262 van 27 maart 2014. De Europese Raad heeft op 20 maart 2014 de inlijving van de Krim door de Russische Federatie veroordeeld en aangegeven deze niet te zullen erkennen.
Tweede Kamer, 2015-2016, 34 000 V, nr. 9, officiëlebekendmakingen.nl
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de uitspraak van het Beroepslichaam van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de zaak tegen het handelsregime van de EU voor producten afkomstig van zeehonden. Het Beroepslichaam oordeelt dat handelsmaatregelen met betrekking tot dierenwelzijn te rechtvaardigen zijn onder artikel XX(a) GATT, maar dat de maatregelen die de EU heeft genomen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel XX(a) GATT. De brief gaat ook in op de gevolgen dat dit heeft voor het weren van overige producten op grond van dierenwelzijnsoverwegingen.
Kamerbrief
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de bevindingen van het onderzoek naar “The Impact of Investor-State-Dispute Settlement in the Transatlantic Trade and Investment Partnership” en adresseert de kansen en risico’s van investeerde-staat-geschillenbeslechting (ISDS) in TTIP. Vervolgens gaat de brief specifiek in op voorstellen van de onderzoekers inzake de beperking van ISDS gerelateerde risico’s en op de vervolgstappen die zij op basis van het onderzoek ziet.
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.
De vraag die in dit onderzoek centraal staat is of het legaliseren, decriminaliseren, beleidsmatig gedogen en/of anderszins reguleren van cannabisteelt voor recreatief gebruik toelaatbaar is onder het internationale recht. Daarbij richt de toetsing zich uitdrukkelijk ook op de vraag in hoeverre argumenten en plannen van Nederlandse gemeenten en buitenlandse initiatieven betreffende de regulering van cannabisteelt voor recreatief gebruik zich verhouden tot dat internationale recht. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om het VN Enkelvoudig Verdrag 1961 zoals gewijzigd bij Protocol van 1972, het VN Sluikhandel Verdrag 1988, het zogenoemde EU Schengenacquis, het EU Gemeenschappelijk Optreden illegale drugshandel 1996 en het EU Kaderbesluit illegale drugshandel 2004. De conclusie is dat er gelet op de internationale verplichtingen inzake drugsbestrijding, geen ruimte is voor regulering van cannabisteelt ter bevoorrading van coffeeshops. Hetzelfde geldt voor regulering van cannabisteelt in het verband van Cannabis Social Clubs of via andere modaliteiten die strekken tot recreatief gebruik door derden.
In dit arrest oordeelt de Hoge Raad in r.o. 3.6.2 dat het VN-Verdrag een codificatie van het internationale gewoonterecht behelst met betrekking tot de immuniteit van jurisdictie en de immuniteit van executie.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad Ahmad v. de Staat der Nederlanden
Dit document bevat een evaluatie van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB), getiteld Relaties, resultaten en rendement: Evaluatie van de Benelux Unie-samenwerking vanuit Nederlands perspectief, waarin wordt bekeken welke concrete resultaten de Benelux-samenwerking oplevert.
Deze brief bevat de Kabinetsreactie op het rapport ‘Geweldsmonopolie en piraterij’ van de Adviescommissie gewapende particuliere beveiliging tegen piraterij. Het kabinet neemt de inhoudelijke analyse en aanbevelingen uit het advies over. Daarnaast geeft het kabinet een reactie op het standpunt van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) met betrekking tot het verdedigingsrecht op zee in verband met piraterij.
Deze brief bevat de kabinetsreactie op het AIV-advies ‘Piraterijbestrijding op zee - een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden’. Het kabinet oordeelt dat reders en kapiteins zelf hoofdverantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun schepen en zelf zelfbeschermingsmaatregelen dienen te treffen.
Dit document bevat het Advies van de Raad van State over voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het Protocol van 2005 bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart.
Toont 31 - 40 van 45 resultaten.