Dit document bevat het advies van Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) over de juridische aspecten van de intensivering van de betrekkingen tussen Nederland en Israël.
Dit document bevat advies nr. 22 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende digitale oorlogsvoering, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de kabinetsreactie op het advies van de staatscommissie Grondwet van 11 november 2010. Het kabinet ziet onvoldoende aanleiding en urgentie om over te gaan tot een herziening van de Grondwet anders dan van artikel 13 Grondwet. Ook ten aanzien van de aanbevelingen op het gebied internationale rechtsorde, zal het kabinet geen voorstellen tot wijziging van de Grondwet entameren.
Kamerbrief (Tweede-Kamer 2011-1012, 31570, nr. 20)
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures in 2010.
Deze brief bevat de Kabinetsreactie op het rapport ‘Geweldsmonopolie en piraterij’ van de Adviescommissie gewapende particuliere beveiliging tegen piraterij. Het kabinet neemt de inhoudelijke analyse en aanbevelingen uit het advies over. Daarnaast geeft het kabinet een reactie op het standpunt van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) met betrekking tot het verdedigingsrecht op zee in verband met piraterij.
Kamerbrief
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de maatregelen die staten kunnen nemen in reactie op het onrechtmatig handelen van een andere staat. Het internationaal recht maakt onderscheid in twee typen unilaterale maatregelen die en staat kan inzetten, namelijk retorsies en tegenmaatregelen. Daarnaast wordt er in gegaan op de omstandigheden wanneer het gebruik van deze maatregelen gerechtvaardigd is.
In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het resultaat van de te nemen maatregelen in Artikel 11 lid 2, onder b, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) onvoldoende nauwkeurig is omgeschreven en dat deze bepaling derhalve ongeschikt is voor rechtsreekse toepassing door de nationale rechter.
Uitspraak
De Hoge Raad oordeelt dat nu noch uit de tekst, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Vrouwenverdrag valt af te leiden dat de verdragsluitende Staten zijn overeengekomen dat aan art. 11 lid 2, onder b, geen rechtstreekse werking mag worden toegekend, voor het antwoord op de vraag of die verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft, de inhoud van de bepaling beslissend is: verplicht deze de Nederlandse wetgever tot het treffen van een nationale regeling met bepaalde inhoud of strekking, of is deze van dien aard dat de bepaling in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht kan functioneren (HR 30 mei 1986, LJN AC9402, NJ 1986/688). Van belang is of een bepaling onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om door de rechter te worden toegepast. Zie essentie r.o. 3.3.3.
Arrest Hoge Raad
Deze brief bevat de kabinetsreactie op het AIV-advies ‘Piraterijbestrijding op zee - een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden’. Het kabinet oordeelt dat reders en kapiteins zelf hoofdverantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun schepen en zelf zelfbeschermingsmaatregelen dienen te treffen.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer op verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de huidige situatie in de Westelijke Sahara.
Toont 171 - 180 van 229 resultaten.