Dit advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) heeft betrekking op de toepasselijkheid van de Vierde Geneefse Conventie van 1949 inzake Bescherming van Burgers in oorlogstijd op de Palestijnse gebieden. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de CAVV hiertoe verzocht in oktober 2001.
Dit document bevat advies nr. 7 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende de problematiek rondom humanitaire interventie, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 20 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende immuniteit van leden van buitenlandse officiële missies, en de twee reacties van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat de kabinetsreactie en het advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de definitie van het misdrijf agressie met een voorstudie van mr. A. Bos "Het misdrijf van agressie naar internationaal recht en naar internationaal strafrecht".
Kabinetsreactie
Dit document bevat de Memorie van Toelichting bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS).
Deze Kamerbrief bevat informatie over de in de toekomst door de Nederlandse regering te volgen praktijk inzake erkenning van regeringen (beleidswijziging “wij erkennen staten, niet regeringen”). Deze Kamerbrief licht de nieuwe doctrine toe, o.a. aan de hand van het voorbeeld van Koeweit (1990) en vormt een aanvulling op de Kamerbrief uit 1990 over hetzelfde onderwerp.
Deze Kamerbrief bevat informatie over de in de toekomst door de Nederlandse regering te volgen praktijk inzake erkenning van regeringen (beleidswijziging “wij erkennen staten, niet regeringen). In de Kamerbrief wordt uiteengezet dat naar Nederlandse opvatting, naast de effectiviteit van het gezag, voor het vraagstuk van erkenning voorts van belang de bereidheid en mogelijkheid van een nieuwe regering op voet van gelijkheid betrekkingen met andere regeringen te onderhouden en volkenrechtelijke verplichtingen aangegaan door de vorige regering na te komen. Tenslotte wordt er ook op gelet of een nieuwe regering de instemming van een belangrijk deel van de bevolking heeft.
In de Memorie van Toelichting is uiteengezet dat uitbreiding van het toetsingsrecht van de rechter tot het terrein van het ongeschreven volkenrecht (gewoonterecht) uit praktisch oogpunt bezwaarlijk is, omdat over de inhoud van dit recht vaak onzekerheden bestaan. Hierdoor zouden grondwettelijke bevoegdheden van regering en parlement kunnen worden gefrustreerd.
Memorie van Toelichting (TK 1977-1978, nr. 3, pag. 12 e.v.)
Toont 71 - 78 van 78 resultaten.