In dit arrest van de Hoge Raad wordt, in para. 3.6.2, bevestigd dat de Nederlandse rechter is gehouden – en niet slechts bevoegd - ambtshalve te onderzoeken of aan een vreemde staat of internationale organisatie immuniteit van jurisdictie toekomt.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad Republiek Irak
Dit document bevat het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijk Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide. Het kabinet volgt de conclusie van het advies grotendeels en blijft terughoudend bij het gebruik van de term genocide.
Dit document bevat advies nr. 27 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake de mogelijkheden tot aansprakelijkheidstelling van internationale organisaties, en de reactie van het kabinet op dit advies.
In dit arrest van de Hoge Raad wordt, in para. 3.4.2, geoordeeld dat de eigendommen van een vreemde staat niet vatbaar zijn voor beslag en executie tenzij is vastgesteld dat de eigendommen een bestemming hebben die daarmee verenigbaar is. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie ligt bij de schuldeiser of beslaglegger. De beslaglegger dient gegevens aan te dragen waarmee kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor andere dan publieke doeleinden. Dit arrest is onderdeel van een drietal arresten die bekend staan als de ‘Herfstarresten’.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad de staat der Nederlanden v. Servaas
Deze Kamerbrief bevat een appreciatie van de gemeenschappelijke interpretatieve CETA-verklaring. De verklaring geeft uitleg over wat Canada, de EU en haar lidstaten overeen zijn gekomen en wat de toepassing van haar bepalingen zijn.
Kamerbrief
In deze prejudiciële beslissing komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het internationaal publiekrecht de uitvoerbaarheid in Nederland beperkt van zowel conservatoire als executoriale maatregelen in die zin dat dergelijke maatregelen zijn uitgesloten tenzij en voor zover er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 19, onderdelen a tot en c, van het VN-Verdrag inzake de immuniteit van staten en hun eigendommen. Eigendommen van vreemde staten zijn niet vatbaar voor beslag en executie tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een bestemming hebben die daarmee niet onverenigbaar is. De bewijslast bij beslaglegging van een publieke bestemming van eigendom van vreemde staten ligt bij de beslaglegger, waarbij een presumptie van immuniteit geldt. Het toekennen van immuniteit van jurisdictie en van executie overeenkomstig internationaal publiekrecht levert geen schending op van artikel 6 EVRM.
Prejudiciële beslissing
In dit rapport “Internationaal recht en cannabis II” dat door Van Kempen en Fedorova is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Heerlen, Utrecht en Eindhoven concluderen de onderzoekers dat het gereguleerd toestaan van cannabisteelt en –handel voor recreatief gebruik zou kunnen steunen op positieve verplichtingen die uit mensenrechtenverdragen voortvloeien. In het bijzonder zou het hier gaan om de rechten inzake gezondheid (artikel 12 IVESCR), leven (artikel 2 EVRM en artikel 6 IVBPR), onmenselijke behandeling (artikel 3 EVRM en artikel 7 IVBPR) en privéleven (artikel EVRM en artikel 17 IVBPR). Zie ook de Kamerbrief van 9 maart 2018 met een Kabinetsreactie op dit rapport.
Deze beleidsdoorlichting concentreert zich op vier werkterreinen: de vreedzame geschillenbeslechting, het tegengaan van straffeloosheid, de hervorming van de VN-Veiligheidsraad en het beleid inzake gebieden die buiten de rechtsmacht van landen liggen, zoals de volle zee, Antarctica en de ruimte (internationaal gebied). De studie beschrijft hoe Nederland zich op deze terreinen heeft ingezet, en welke resultaten al dan niet mede door toedoen van Nederland zijn geboekt.
Dit document bevat advies nr. 26 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende de toekomst en het gebruik van autonome wapensystemen, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat de Kamerbrief en nader advies van de extern volkenrechtelijk adviseur (EVA) inzake het geweldgebruik tegen ISIS in Syrië. De kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat er kan worden geconcludeerd dat sprake is van een volkenrechtelijke mandaat voor het gebruik van geweld tegen ISIS in Syrië. Deze grond wordt gevormd door het recht op collectieve zelfverdediging, zoals verankerd in artikel 51 VN Handvest, ten behoeve van de verdediging van Irak tegen gewapende aanvallen door ISIS vanuit Syrië op Irak.
Toont 21 - 30 van 60 resultaten.