Dit document bevat het verslag met de beantwoording van vragen omtrent het Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen door de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken.
Dit document bevat het advies van de Raad van State en een nader rapport van de Minister voor Buitenlandse zaken over het Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen.
Dit document bevat een toelichtende nota bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties.
Dit document bevat de behandeling van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties in de Eerste Kamer.
Dit document bevat de nota naar aanleiding van het verslag bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat het eindverslag van de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat de Memorie van Antwoord bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat het advies van de Raad van State inzake de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Deze brief informeert de Eerste Kamer over de goedkeuring en uitvoering van de aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Er wordt antwoord gegeven op vragen gesteld door een aantal fractieleden. Deze betreffen de volgende onderwerpen: internationale crisisbeheersingsoperaties, taakverzwaring en positie van het Internationaal Strafhof, uitbreiding en definitie van oorlogsmisdrijven in geval van een niet-internationaal gewapend conflict, het misdrijf agressie, positie overige Koninkrijksdelen, inwerkingtreding en opt-outs en de reikwijdte van de rechtsmacht van de Nederlands justitie.
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak W.S.J. t. Nederland (zaak nr. 3077/2017) vastgesteld dat Nederland het recht op gelijke behandeling onder artikelen 2, lid 1, en 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) niet heeft geschonden.
De zaak betreft een pensioengerechtigde in Caraïbisch Nederland die stelt dat zijn pensioen lager is dan dat van pensioengerechtigden in Europees Nederland. Hierdoor zou sprake zijn van een schending van het recht op gelijke behandeling. Het Comité kijkt enkel naar de klacht onder artikel 26 IVBPR en oordeelt dat de verzoeker niet in een gelijke situatie verkeert als Europees Nederlands pensioengerechtigden. Het verschil in behandeling kan volgens het Comité objectief en naar redelijkheid worden gerechtvaardigd, omdat er sociaaleconomische en juridische verschillen bestaan tussen Caraïbisch Nederland en Europees Nederland. Het Comité oordeelt dat er geen sprake is van een schending van het recht op een gelijke behandeling.
Toont 21 - 30 van 544 resultaten.