Zelfbeschikking is het recht van volken om hun politieke, sociale, economische en culturele toekomst te bepalen, vastgelegd in het VN-Handvest en verdragen.
Het gebruik van geweld tussen staten is verboden volgens het VN-Handvest, met uitzonderingen zoals zelfverdediging of toestemming van de VN-Veiligheidsraad.
Deze pagina gaat in op staatsimmuniteit. Het beschrijft hoe staten in beginsel geen rechtsmacht hebben over elkaar of elkaars eigendommen en gaat in op de verantwoordelijkheid van staten om op ...
Deze pagina beschrijft internationale rechtshulp. Het gaat in op de verschillende soorten van rechtshulp en hoe rechtshulp in zijn werking treedt.
Deze pagina gaat in op rechtsmacht. Het beschrijft hoe staten op basis van verschillende voorwaarden recht hebben om rechtmacht uit te oefenen over hun grondgebied en hun onderdanen.
Deze pagina gaat over de immuniteit van buitenlandse overheidsfunctionarissen. De pagina gaat in de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te kunnen spreken van een missie, op basis ...
Deze pagina gaat over privileges en immuniteiten in de context van diplomatieke en consulaire betrekkingen. Het beschrijft de belangrijkste verdragen in dit verband en gaat in op het verschil ...
Deze pagina beschrijft het principe van het hebben van grondgebied. Het gaat in op de interne en externe componenten omtrent grondgebied, zowel op het land als ter zee.
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak S.Y. (zaak nr. 2392/2014) gesteld dat het recht op hoger beroep onder artikel 14, lid 5 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), alleen en gelezen in samenhang met het recht op een effectief rechtsmiddel onder artikel 2, lid 5 van het IVBPR zijn geschonden.
De zaak betreft een veroordeling voor mishandeling, waar tegen in hoger beroep werd gegaan door verzoekster. Dit werd afgewezen op grond van artikel 410a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, waarin wordt bepaald dat hoger beroep tegen zaken waar het gaat om een geldboete lager dan 500 euro slechts in behandeling wordt genomen als dat nodig is in het belang van een goede rechtsbedeling (‘Verlofstelsel’). Verzoekster klaagt bij het Comité dat zij geen reële mogelijkheid heeft gekregen haar zaak door een tweede rechterlijke instantie inhoudelijk te laten beoordelen en stelt dat dit in strijd is met het recht op hoger beroep zoals vastgelegd in artikel 14 lid 5 van het IVBPR. Hierbij wijst verzoekster op het feit dat zij op het moment van instellen van hoger beroep niet beschikte over een schriftelijke uitspraak van de rechtbank en niet wist op basis van welk bewijs zij was veroordeeld. Het Comité stelt vast dat veroordeelden moeten kunnen beschikken over een schriftelijke, gemotiveerde beslissing van hun veroordeling en over voldoende informatie om hun recht op hoger beroep effectief te kunnen uitoefenen. Het Comité oordeelt dat hiervan geen sprake is geweest in het geval van verzoekster. Verder oordeelt het Comité dat onterecht is besloten het hoger beroep niet in behandeling te nemen. Om deze redenen is sprake van een schending van artikel 14 lid 5 IVBPR (recht op hoger beroep in strafzaken) alleen, en in samenhang gelezen met artikel 2 lid 3 van het IVBPR (recht op een effectief rechtsmiddel).
Dit document betreft de pleitnota van de Nederlandse Staat in hoger beroep aangaande de rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Urgenda eist dat er in 2020 40% minder CO2 uitstoot is dan in 1990.
Toont 31 - 40 van 131 resultaten.