Dit advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) heeft betrekking op de toepasselijkheid van de Vierde Geneefse Conventie van 1949 inzake Bescherming van Burgers in oorlogstijd op de Palestijnse gebieden. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de CAVV hiertoe verzocht in oktober 2001.
Dit document bevat advies nr. 7 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende de problematiek rondom humanitaire interventie, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 20 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende immuniteit van leden van buitenlandse officiële missies, en de twee reacties van het kabinet op dit advies.
De Hoge Raad komt tot het oordeel dat uit art. 94 Grondwet volgt dat binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften geen toepassing vinden indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. In deze bepaling is, voorzover hier van belang, tot uitdrukking gebracht dat de rechter het in art. 16 Grondwet en art. 1, eerste lid, Sr vervatte verbod tot het verlenen van terugwerkende kracht wel dient te toetsen aan verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, doch dat niet mag doen aan ongeschreven volkenrecht. Deze uitleg strookt met de geschiedenis van de totstandkoming van art. 94 Grondwet. Daartoe wordt verwezen naar de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat tot die bepaling heeft geleid (Kamerstukken II 1977-1978, 15 049 (R 1100), nr. 3, blz. 11 e.v.). De Hoge Raad komt tot de conclusie dat het de rechter niet vrijstaat de Uitvoeringswet folteringverdrag - die daarin niet voorziet - buiten toepassing te laten wegens strijd met dat ongeschreven volkenrecht. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van art. 94 Grondwet heeft de grondwetgever toepassing van ongeschreven volkenrecht indien deze toepassing zou botsen met nationale wettelijke voorschriften, niet willen aanvaarden. Zie essentie in r.o. 4.4.1., 4.4.2. en 4.6.
Arrest Hoge Raad
Dit document bevat de kabinetsreactie en het advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de definitie van het misdrijf agressie met een voorstudie van mr. A. Bos "Het misdrijf van agressie naar internationaal recht en naar internationaal strafrecht".
Kabinetsreactie
Dit document bevat advies nr. 4 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende de ontwerp-artikelen van het ILC inzake immuniteit van Staten en hun eigendom.
Dit document bevat de antwoorden op de Kamervragen van het lid Marijnissen (SP) over het dreigen met en gebruik van kernwapens, naar aanleiding van het advies van het Internationaal Gerechtshof.
Dit document bevat de Memorie van Toelichting bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS).
Deze Kamerbrief bevat een kabinetsreactie op de motie-Vreugdenhil waarin wordt verzocht om een notitie betreffende de wenselijkheid om, in verband met de rechtspositie van personen werkzaam op installaties en andere inrichtingen voor de exploratie en exploitatie van het Nederlandse deel van het continentaal plat, de Nederlandse wetgeving aldaar ook van toepassing te verklaren op andere rechtsgebieden dan thans het geval is. De kabinetsreactie gaat in op het vestigen van rechtsmacht over het continentaal plat, de statenpraktijk en de ontwikkeling. Het kabinet gaat ook in op het advies dat de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over deze vraagstukken heeft gegeven.>
In dit arrest komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de Nederlandse regering niet onrechtmatig heeft gehandeld door mee te werken aan de plaatsing van met kernkoppen uitgeruste kruisvluchtwapens in Nederland. Dit arrest is van belang omdat de Hoge Raad oordeelt dat er geen internationaalrechtelijke norm bestaat die het voorhanden hebben van kernwapens verbiedt.
Toont 171 - 180 van 181 resultaten.