IGO’s kunnen juridisch aansprakelijk zijn, maar genieten vaak immuniteit om onafhankelijkheid te waarborgen.
Deze pagina beschrijft internationale rechtshulp. Het gaat in op de verschillende soorten van rechtshulp en hoe rechtshulp in zijn werking treedt.
Deze pagina gaat over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het beschijft hoe dit internationaal wordt gereguleerd en hoe dit erop is gericht bedrijven een eigen maatschappelijke ...
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak S.Y. (zaak nr. 2392/2014) gesteld dat het recht op hoger beroep onder artikel 14, lid 5 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), alleen en gelezen in samenhang met het recht op een effectief rechtsmiddel onder artikel 2, lid 5 van het IVBPR zijn geschonden.
De zaak betreft een veroordeling voor mishandeling, waar tegen in hoger beroep werd gegaan door verzoekster. Dit werd afgewezen op grond van artikel 410a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, waarin wordt bepaald dat hoger beroep tegen zaken waar het gaat om een geldboete lager dan 500 euro slechts in behandeling wordt genomen als dat nodig is in het belang van een goede rechtsbedeling (‘Verlofstelsel’). Verzoekster klaagt bij het Comité dat zij geen reële mogelijkheid heeft gekregen haar zaak door een tweede rechterlijke instantie inhoudelijk te laten beoordelen en stelt dat dit in strijd is met het recht op hoger beroep zoals vastgelegd in artikel 14 lid 5 van het IVBPR. Hierbij wijst verzoekster op het feit dat zij op het moment van instellen van hoger beroep niet beschikte over een schriftelijke uitspraak van de rechtbank en niet wist op basis van welk bewijs zij was veroordeeld. Het Comité stelt vast dat veroordeelden moeten kunnen beschikken over een schriftelijke, gemotiveerde beslissing van hun veroordeling en over voldoende informatie om hun recht op hoger beroep effectief te kunnen uitoefenen. Het Comité oordeelt dat hiervan geen sprake is geweest in het geval van verzoekster. Verder oordeelt het Comité dat onterecht is besloten het hoger beroep niet in behandeling te nemen. Om deze redenen is sprake van een schending van artikel 14 lid 5 IVBPR (recht op hoger beroep in strafzaken) alleen, en in samenhang gelezen met artikel 2 lid 3 van het IVBPR (recht op een effectief rechtsmiddel).
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures in 2017 alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de situatie in Syrië op politiek, militair en humanitair gebied en de Nederlandse rol hierin. Daarnaast wordt in de brief ingegaan op het tegengaan van straffeloosheid van schendingen van mensenrechten en humanitair recht in Syrië.
Kamerbrief
In deze brief wordt onder andere een reactie gegeven op het rapport “Internationaal recht en cannabis II”. Het Kabinet is van mening dat er geen positieve verplichting is voor de staat om de teelt of handel van cannabisproducten door wetgeving, beleid of handelen mogelijk te maken. Positieve mensenrechtenverplichtingen zijn verplichtingen die een staat dwingen tot actief handelen om de mensenrechten van individuen te garanderen. Tegelijkertijd schrijven de positieve mensenrechtenverplichtingen niet voor op welke wijze dat moet gebeuren of dat staten een bepaald beleid moeten voeren. Een positieve mensenrechtenverplichting richt zich aldus tot het bewerkstelligen van het doel – namelijk de bescherming van het mensenrecht – en niet tot een specifiek middel, zoals de regulering van cannabisteelt en –handel.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de veranderende politieke en militaire omstandigheden – waaronder de volkenrechtelijke rechtsgrond voor de militaire inzet - in de strijd tegen ISIS en welke gevolgen dit kan hebben voor de Nederlandse militaire inzet in Syrië en Irak.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de 36e zitting van de Mensenrechtenraad die plaatsvond van 11-29 september 2017, waar onder leiding van Nederland een resolutie werd ingediend over een internationaal onafhankelijk onderzoek naar alle schendingen van mensenrechten en oorlogsrecht in Jemen.
Dit document bevat het schriftelijke commentaar van Nederland over General Comment no. 36 over artikel 6 bij het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten inzake het recht op leven.
Toont 81 - 90 van 160 resultaten.