Het Mensenrechtencomité (Comité) heeft in de zaak M.H. en J.H. (zaak nr. 2489/2014) geoordeeld dat Nederland de artikelen 23, 24 lid 1 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) niet heeft geschonden.
De zaak betreft de gelijkheid van vrouwen en mannen (artikel 23 IVBPR), de rechten van het kind (artikel 24 IVBPR), en de integratie van personen met een handicap (artikel 26 IVBPR). De verzoekers stellen dat de afwijzing van de aanvraag voor kinderbijslag op grond van verblijfsstatus van het kind in strijd is met het IVBPR. De aanvraag voor kinderbijslag werd toentertijd afgewezen, omdat het kind geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Het Comité overweegt dat elk kind recht heeft op speciale beschermingsmaatregelen en dat bij elke beslissing die een kind aangaat de belangen van het kind voorop dienen te staan. Staten hebben een positieve verplichting om ervoor te zorgen dat het fysieke en mentale welzijn van kinderen wordt beschermd. Het Comité constateert dat de verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er een verband bestaat tussen de gezondheidssituatie van het kind enerzijds en de uitsluiting van het recht op kinderbijslag anderzijds. Daarom acht het Comité het niet noodzakelijk om de klachten op grond van de artikelen 23 en 26 IVBPR te behandelen en concludeert het dat er geen sprake is geweest van een schending van de artikelen 23, 24 lid 1 en 26 IVBPR.
Dit document bevat de initiële rapportage van Nederland onder het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het verdrag.
Dit document bevat de 22ste t/m de 24ste rapportage van Nederland onder het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (CERD). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het verdrag.
Wapens worden gereguleerd via verdragen over massavernietigings- en conventionele wapens, waarbij het humanitair oorlogsrecht bepaalt of wapeninzet rechtmatig is.
Sancties zijn niet-militaire maatregelen tegen schendingen van internationaal recht, en omvatten wapenembargo’s, handelsbeperkingen en financiële sancties.
Een IGO wordt opgericht via een verdrag tussen staten en heeft eigen organen. Soms zijn ook IGOs zelf betrokken bij de oprichting van nieuwe IGOs.
Deze pagina beschrijft wanneer een entiteit op grond van het internationaal recht als staat kan worden erkend en aan welke criteria daarvoor moet worden voldaan.
Deze pagina beschrijft het principe van het hebben van grondgebied. Het gaat in op de interne en externe componenten omtrent grondgebied, zowel op het land als ter zee.
Deze pagina beschrijft de relevante internationale regels op het terrein van milieubescherming.
Deze pagina gaat over vreedzame geschillenbeslechting. Het gaat daarnaast in op de rol van Nederland als gastland van verschillende internationale hoven en tribunalen.
Toont 81 - 90 van 227 resultaten.