Deze brief informeert de Tweede Kamer over de goedkeuring en uitvoering van de aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Er wordt ingegaan op de inwerkingtreding van de strafbaarstelling van het misdrijf agressie, aandachtspunten bij de toekomstige rechtsmacht over het misdrijf agressie, draagvlak voor het Internationaal Strafhof en getuigenbescherming.
Kamerbrief
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) “Internationale Investeringsbeslechting – van ad hoc arbitrage naar een permanent investeringshof”. De brief gaat in op de aanbevelingen van de AIV omtrent de vormgeving van investeringsbescherming en het geschillenbeslechtingsmechanisme, waaronder de oprichting van een permanent internationaal investeringshof.
De Afdeling advisering concludeert dat het initiatiefwetsvoorstel in strijd is met de twee belangrijkste verdragen die zien op cannabis, namelijk het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen uit 1961 (EV) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen uit 1988 (SV). De argumenten in de toelichting waarom het initiatiefwetsvoorstel in het licht van deze verdragen toelaatbaar zou zijn, zijn volgens de Afdeling ontoereikend. Ook het beroep op het voorbehoud dat Nederland heeft gemaakt heeft bij het SV is in dit geval niet toereikend.
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.
Dit document bevat de kabinetsreactie en het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over de buitenlands- en veiligheidspolitieke aspecten van ontwikkelingen met betrekking tot de Noordelijke IJszee. In het advies wordt ingegaan op de implicaties van klimaatverandering, de Arctische regio als geopolitieke arena, de militaire presentie in de regio, de economische belangen mede in relatie tot de internationale grondstoffenmarkt en de ontwikkelingen in de wereldwijde scheepvaart.
Dit document bevat advies nr. 25 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende humanitaire hulpverlening tijdens gewapend conflict, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 15 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende preëmptief optreden en de politieke en militaire wenselijkheid of noodzakelijkheid hiervan, en de reactie van het kabinet op dit advies.
In deze Kamerbrief is vermeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken een zogenaamde «garantverklaring» heeft afgegeven voor de tentoonstelling "De Krim - Goud en Geheimen van de Zwarte Zee". Deze garantverklaring houdt – kort gezegd – in dat de Staat zich zal verzetten tegen pogingen tot beslaglegging of andere executiemaatregelen wanneer dergelijke maatregelen strijdig zijn met het internationaal recht. Deze verklaring ziet derhalve niet op de vraag wie rechthebbende is op de stukken.
Tijdens de looptijd van de tentoonstelling is op de Krim door het regionale parlement de onafhankelijkheid uitgeroepen en is daarover een referendum georganiseerd. Deze eenzijdige afscheiding van Oekraïne evenals de daarop volgende aansluiting bij Rusland is strijdig met internationaal recht. Internationaalrechtelijk is duidelijk dat het besluit tot afscheiding en het referendum geen consequenties kunnen hebben voor de status van de Krim. De soevereiniteit over de Krim berust bij Oekraïne. Dit is ook zo uitgesproken door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 68/262 van 27 maart 2014. De Europese Raad heeft op 20 maart 2014 de inlijving van de Krim door de Russische Federatie veroordeeld en aangegeven deze niet te zullen erkennen.
Tweede Kamer, 2015-2016, 34 000 V, nr. 9, officiëlebekendmakingen.nl
Volgens de Hoge Raad dient de vraag in hoeverre een verdragsbepaling rechtstreekse werking toekomt in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, te worden beantwoord door de uitleg ervan. Die uitleg vindt plaats aan de hand van de maatstaven van de artikelen 31-33 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Indien noch uit de tekst, noch uit de totstandkomingsgeschiedenis volgt dat geen rechtstreekse werking van de verdragsbepaling is beoogd is de inhoud van die bepaling beslissend. Het gaat erom dat deze onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. Zie essentie in r.o. 3.5.1-3.6.4.
Arrest Hoge Raad
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de uitspraak van het Beroepslichaam van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de zaak tegen het handelsregime van de EU voor producten afkomstig van zeehonden. Het Beroepslichaam oordeelt dat handelsmaatregelen met betrekking tot dierenwelzijn te rechtvaardigen zijn onder artikel XX(a) GATT, maar dat de maatregelen die de EU heeft genomen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel XX(a) GATT. De brief gaat ook in op de gevolgen dat dit heeft voor het weren van overige producten op grond van dierenwelzijnsoverwegingen.
Toont 81 - 90 van 139 resultaten.