In dit rapport “Internationaal recht en cannabis II” dat door Van Kempen en Fedorova is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Heerlen, Utrecht en Eindhoven concluderen de onderzoekers dat het gereguleerd toestaan van cannabisteelt en –handel voor recreatief gebruik zou kunnen steunen op positieve verplichtingen die uit mensenrechtenverdragen voortvloeien. In het bijzonder zou het hier gaan om de rechten inzake gezondheid (artikel 12 IVESCR), leven (artikel 2 EVRM en artikel 6 IVBPR), onmenselijke behandeling (artikel 3 EVRM en artikel 7 IVBPR) en privéleven (artikel EVRM en artikel 17 IVBPR). Zie ook de Kamerbrief van 9 maart 2018 met een Kabinetsreactie op dit rapport.
Deze beleidsdoorlichting concentreert zich op vier werkterreinen: de vreedzame geschillenbeslechting, het tegengaan van straffeloosheid, de hervorming van de VN-Veiligheidsraad en het beleid inzake gebieden die buiten de rechtsmacht van landen liggen, zoals de volle zee, Antarctica en de ruimte (internationaal gebied). De studie beschrijft hoe Nederland zich op deze terreinen heeft ingezet, en welke resultaten al dan niet mede door toedoen van Nederland zijn geboekt.
De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS. De ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Defensie beantwoorden hierin de feitelijke vragen gesteld door verschillende fractieleden.
Kamerbrief
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de intensivering van de Nederlandse bijdrage aan zowel een politieke oplossing voor Syrië als de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië. De intensivering behelst een breed pakket aan maatregelen, onder te verdelen in politieke, militaire en stabilisatiemiddelen.
Dit document bevat een brief van de Permanente Vertegenwoordigingen van Oostenrijk, België, Costa Rica, Denemarken, Finland, Duitsland, Liechtenstein, Nederland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betreffende sanctieregime van de VN, de zorgen over dit systeem en de verbeteringen die hierin mogelijk zijn.
Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de vervolgings- en berechtingsstrategie van (potentiële) verdachten van de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines naar aanleiding van vragen van de leden Sjoerdsma en Omtzigt.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer naar aanleiding van een resolutie van het parlement van Oekraïne over de stukken die deel uitmaakten van de Krimtentoonstelling te Amsterdam. Het is niet aan het kabinet om te besluiten wat er met de betwiste stukken moet gebeuren of wie rechthebbende is van de stukken. Dit is in beginsel een vraag van privaatrechtelijke aard die tussen de betrokken partijen en naar het toepasselijke recht beantwoord zal moeten worden. Dat laat onverlet dat er een aantal internationaalrechtelijke aspecten spelen die aanleiding kunnen geven voor een rol voor het kabinet. De internationaalrechtelijke aspecten betreffen de huidige status van de Krim, die gevolgen heeft voor het daar toepasselijke recht en de vraag welke autoriteiten bevoegd zijn; de mogelijkheid dat (voorgenomen) executiemaatregelen strijdig zijn met internationaal recht; en internationale afspraken over cultureel erfgoed o.a. in UNESCO-verband.
Tweede Kamer, 2015-2016, 34 300 V, nr. 7, officiëlebekendmakingen.nl
Dit document bevat een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VNVR) betreffende het oprichten van een internationaal tribunaal voor het vervolgen van personen verantwoordelijk voor misdaden begaan in connectie met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 in Donetsk Oblast, Oekraïne.
Toont 51 - 60 van 98 resultaten.