Dit document bevat de bijlage bij de Kamerbrief over Palestijnse toetreding tot verdragen. De bijlage bevat een overzicht van de verdragen waartoe Palestina is toegetreden op 2 april 2014 en een lijst van verdragen waartoe Palestina is toegetreden op een eerdere datum.
Dit document bevat de uitspraak inzake de rechtsmacht van het arbitraal tribunaal in de Arctic Sunrise arbitrage. In deze uitspraak bepaalt het tribunaal dat het voorbehoud van Rusland bij het VN-Zeerechtverdrag geen gevolgen heeft voor de rechtsmacht van het tribunaal.
Dit document bevat de annex bij de Nederlandse inbreng onder het Verdrag van Aarhus, aangespannen door Greenpeace, over het verlengen van de levensduur van de kerncentrale in Borssele. Dit document gaat verder in op de activiteiten van de kerncentrale.
Dit document bevat advies nr. 15 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende preëmptief optreden en de politieke en militaire wenselijkheid of noodzakelijkheid hiervan, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat de zesde tussentijdse rapportage van Nederland onder het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het Verdrag.
Dit document bevat een resolutie met de reactie van de ICAO Council op het neerhalen van vlucht MH17 boven oost-Oekraïne op 17 juli 2014.
Volgens de Hoge Raad dient de vraag in hoeverre een verdragsbepaling rechtstreekse werking toekomt in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, te worden beantwoord door de uitleg ervan. Die uitleg vindt plaats aan de hand van de maatstaven van de artikelen 31-33 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Indien noch uit de tekst, noch uit de totstandkomingsgeschiedenis volgt dat geen rechtstreekse werking van de verdragsbepaling is beoogd is de inhoud van die bepaling beslissend. Het gaat erom dat deze onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. Zie essentie in r.o. 3.5.1-3.6.4.
Arrest Hoge Raad
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de uitspraak van het Beroepslichaam van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de zaak tegen het handelsregime van de EU voor producten afkomstig van zeehonden. Het Beroepslichaam oordeelt dat handelsmaatregelen met betrekking tot dierenwelzijn te rechtvaardigen zijn onder artikel XX(a) GATT, maar dat de maatregelen die de EU heeft genomen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel XX(a) GATT. De brief gaat ook in op de gevolgen dat dit heeft voor het weren van overige producten op grond van dierenwelzijnsoverwegingen.
Kamerbrief
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de volkenrechtelijke aspecten van de luchtaanvallen op ISIS doelen in Irak en Syrië. De brief zet het juridisch kader uiteen en bevat de rechtsgrond voor gebruik van geweld tegen ISIS in Irak op grond van Irakese toestemming. Met betrekking tot Syrië ontbreekt toestemming voor het gebruik van geweld tegen ISIS op Syrisch grondgebied, waardoor het geweldsverbod in beginsel geldt. De VS beroept zich op collectieve zelfverdediging, maar gezien daartoe geen internationale overeenstemming is, blijft de Nederlandse inzet beperkt tot Irak.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de bevindingen van het onderzoek naar “The Impact of Investor-State-Dispute Settlement in the Transatlantic Trade and Investment Partnership” en adresseert de kansen en risico’s van investeerde-staat-geschillenbeslechting (ISDS) in TTIP. Vervolgens gaat de brief specifiek in op voorstellen van de onderzoekers inzake de beperking van ISDS gerelateerde risico’s en op de vervolgstappen die zij op basis van het onderzoek ziet.
Toont 151 - 160 van 248 resultaten.