In deze uitspraak komt het IGH tot het oordeel dat het Gerechtshof geen rechtsmacht heeft om inhoudelijk een uitspraak te doen over dit geschil, omdat Servië geen partij was bij het Statuut van het Gerechtshof op het moment dat het de procedure tegen Nederland initieerde.
Dit advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) heeft betrekking op de toepasselijkheid van de Vierde Geneefse Conventie van 1949 inzake Bescherming van Burgers in oorlogstijd op de Palestijnse gebieden. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de CAVV hiertoe verzocht in oktober 2001.
Dit document bevat advies nr. 7 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende de problematiek rondom humanitaire interventie, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat de kabinetsreactie en het advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de definitie van het misdrijf agressie met een voorstudie van mr. A. Bos "Het misdrijf van agressie naar internationaal recht en naar internationaal strafrecht".
Kabinetsreactie
Dit betreft schriftelijke inbreng (preliminaire bezwaren) van Nederland in de procedure van Joegoslavië tegen Nederland bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de rechtmatigheid van het gebruik van geweld, waarin o.a. wordt ingegaan op art. 36 (2) Statuut van het Internationaal Gerechtshof en bepalingen van het Genocideverdrag.
Dit document bevat het verzoekschrift van Joegoslavië ter instelling van een procedure tegen Nederland bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de rechtmatigheid van het gebruik van geweld tegen een andere staat.
Dit document bevat de Memorie van Toelichting bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS).
Deze Kamerbrief bevat een kabinetsreactie op de motie-Vreugdenhil waarin wordt verzocht om een notitie betreffende de wenselijkheid om, in verband met de rechtspositie van personen werkzaam op installaties en andere inrichtingen voor de exploratie en exploitatie van het Nederlandse deel van het continentaal plat, de Nederlandse wetgeving aldaar ook van toepassing te verklaren op andere rechtsgebieden dan thans het geval is. De kabinetsreactie gaat in op het vestigen van rechtsmacht over het continentaal plat, de statenpraktijk en de ontwikkeling. Het kabinet gaat ook in op het advies dat de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over deze vraagstukken heeft gegeven.>
Dit document bevat een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) over de principes van internationaal recht betreffende vriendelijke relaties en samenwerking tussen staten in overeenstemming met het VN Handvest.
In dit arrest oordeelt de Hoge Raad in para. 3.4.2 over de presumptie van immuniteit van de vreemde staat en de stelplicht en bewijslast van de eiser. De Hoge Raad oordeelt dat de eigendommen van een vreemde staat niet vatbaar zijn voor beslag en executie tenzij is vastgesteld dat de eigendommen een bestemming hebben die daarmee verenigbaar is. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie ligt bij de schuldeiser of beslaglegger. De beslaglegger dient gegevens aan te dragen waarmee kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor andere dan publieke doeleinden. Dit arrest is onderdeel van een drietal arresten die bekend staan als de ‘Herfstarresten’.
Rechtspraak - arrest Hoge Raad N.N. v de staat der Nederlanden
Toont 61 - 70 van 70 resultaten.