Dit werkdocument van Nederland, Frankrijk, Duitsland, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten is ingediend tijdens de 34ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel om te onderzoeken of de huidige regulering inzake toerisme op Antarctica adequaat is, en zo niet, welke aanvullende wet- en regelgeving nodig is.
In deze Kamerbrief is vermeld dat Nederland via een diplomatieke nota Syrië aansprakelijk heeft gesteld voor grove mensenrechtenschendingen en foltering in het bijzonder. Nederland heeft Syrië gewezen op de internationale verplichtingen die het heeft om de schendingen te beëindigen en slachtoffers volledig rechtsherstel te bieden. Nederland heeft Syrië gevraagd in onderhandeling te treden. Als geen overeenstemming wordt bereikt tussen de landen, zal Nederland de zaak voorleggen aan een internationale rechter. Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing van 1984, dat door Syrië in 2004 werd geratificeerd biedt hiervoor een rechtsgrondslag.
Kamerbrief (Tweede-Kamer, 32623, nr. 301)
Dit document bevat de correctie van de uitspraak in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied. In deze correctie is op verzoek van België het woord “plan” in paragraaf 81 vervangen door het woord “works”.
Dit document bevat de uitspraak in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied. Het tribunaal oordeelt dat Nederland haar wetgeving en beleid met betrekking tot de IJzeren Rijn spoorweg niet op een gunstiger manier hoeft toe te passen dan andere spoorwegen in Nederland.
In deze uitspraak komt het Internationaal Gerechtshof (IGH) tot de conclusie dat het gebruik van het equidistantiebeginsel voor de afbakening van de Noordzee niet leidend is tussen partijen, omdat dit principe niet kon worden aangemerkt als gewoonterecht. In deze uitspraak verduidelijkt het Hof welke vereisten er nodig zijn voordat gebruiken en gewoonten kunnen worden aangemerkt als gewoonterecht. In dit verband gaat het ook in op opinio juris.
Dit document bevat de vragen en opmerkingen van de fracties van de Tweede Kamer naar aanleiding van het advies ‘De toekomst van de Arctische regio’ van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de antwoorden daarop van de Minister van Buitenlandse Zaken.
In deze Kamerbrief is vermeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken een zogenaamde «garantverklaring» heeft afgegeven voor de tentoonstelling "De Krim - Goud en Geheimen van de Zwarte Zee". Deze garantverklaring houdt – kort gezegd – in dat de Staat zich zal verzetten tegen pogingen tot beslaglegging of andere executiemaatregelen wanneer dergelijke maatregelen strijdig zijn met het internationaal recht. Deze verklaring ziet derhalve niet op de vraag wie rechthebbende is op de stukken.
Tijdens de looptijd van de tentoonstelling is op de Krim door het regionale parlement de onafhankelijkheid uitgeroepen en is daarover een referendum georganiseerd. Deze eenzijdige afscheiding van Oekraïne evenals de daarop volgende aansluiting bij Rusland is strijdig met internationaal recht. Internationaalrechtelijk is duidelijk dat het besluit tot afscheiding en het referendum geen consequenties kunnen hebben voor de status van de Krim. De soevereiniteit over de Krim berust bij Oekraïne. Dit is ook zo uitgesproken door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 68/262 van 27 maart 2014. De Europese Raad heeft op 20 maart 2014 de inlijving van de Krim door de Russische Federatie veroordeeld en aangegeven deze niet te zullen erkennen.
Tweede Kamer, 2015-2016, 34 000 V, nr. 9, officiëlebekendmakingen.nl
Deze motie bevat het verzoek aan de regering om inhoudelijk deel te nemen, zonder daarbij vooruit te lopen op een oordeel over het eindresultaat, aan internationale besprekingen over een verdrag voor een verbod op nucleaire wapens.
Motie
Dit document bevat de beantwoording van aanvullende vragen van het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele rechten op de zesde periodieke rapportage van het Koninkrijk der Nederlanden, welke onderdeel is van de rapportageverplichting onder het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale, en Culturele Rechten (IVESCR).
Dit werkdocument van Nederland is ingediend tijdens de 30ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel een proces op gang te brengen wat partijen kan helpen bij het identificeren van activiteiten die onder de reikwijdte van artikel VII.5 Verdrag van Antarctica vallen.
Toont 291 - 300 van 629 resultaten.