Internationaal Gerechtshof

Internationaal Gerechtshof (IGH)

Internationaal Gerechtshof (IGH)

Het Internationaal Gerechtshof (IGH), gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag, is het voornaamste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties (VN). Het buigt zich op basis van het internationaal recht over rechtsgeschillen tussen staten (contentieuze zaken). Daarnaast kan het IGH door daartoe gemachtigde organen en gespecialiseerde organisaties van de VN verzocht worden om juridisch advies uit te brengen over internationaalrechtelijke vraagstukken (adviesprocedures).

Het IGH bestaat uit 15 rechters uit verschillende landen. De rechters worden aangesteld door de Algemene Vergadering van de VN voor een termijn van negen jaar en kunnen na het verstrijken van deze termijn worden herkozen. Om de drie jaar wordt één derde van de leden van het IGH verkozen. De president van het IGH wordt elke drie jaar verkozen.

Het IGH werd opgericht in 1945 als onderdeel van het VN. Het IGH is de opvolger van het Permanent Hof van Internationale Justitie, het gerechtelijke orgaan van de Volkenbond dat in 1920 werd opgericht om kennis te nemen van alle geschillen van internationale aard die de lidstaten van de Volkenbond aan het Hof wensten voor te leggen.

Hieronder een toelichting over de verschillende procedures bij het IGH:

Contentieuze zaken

Contentieuze zaken zijn geschillen die, in overeenstemming met het internationaal recht, worden voorgelegd door staten. Alleen indien de rechtsmacht van het IGH is erkend (en er aan de daarbij behorende voorwaarden is voldaan) kunnen geschillen tussen staten worden behandeld door het IGH. Geschillen betreffen bijvoorbeeld schendingen van verdragen, of het internationaal gewoonterecht. Te denken valt hierbij aan geschillen over mensenrechtenschendingen, het gebruik van geweld in strijd met het Handvest van de VN, grensgeschillen, geschillen over inmenging in de interne aangelegenheden van staten, en geschillen in relatie tot diplomatieke betrekkingen.

  • Privé personen of (internationale) organisaties hebben geen toegang tot het IGH wanneer het aankomt op contentieuze zaken.
  • Wanneer het IGH in een contentieuze zaak oordeelt dat er formele gronden bestaan om een zaak in behandeling te nemen en vervolgens een uitspraak doet, zijn die uitspraken juridisch bindend voor alle partijen bij dat geschil (Artikel 94 van het VN-Handvest). Dit is anders in het geval van adviesprocedures (zie hieronder).
  • Derde staten kunnen interveniëren in contentieuze zaken. Dit kan indien zij een rechtsbelang hebben bij de uitkomst van een geschil. Ook kunnen staten interveniëren als zij hiertoe worden uitgenodigd door het IGH omdat zij verdragspartij zijn bij het verdrag waarover het geschil bestaat. Dit biedt deze staten de gelegenheid om het IGH te voorzien van de volgens hen relevante interpretatie van de bepalingen van het verdrag. In beide gevallen beslist het IGH over de ontvankelijkheid van een interventie.

Adviesprocedures

Naast de rechtsmacht die het IGH heeft om juridische geschillen tussen staten op te lossen, kan het ook gevraagd worden om advies uit de brengen over internationaalrechtelijke vraagstukken. Een adviesprocedure kan gestart worden door organen van de VN (bijvoorbeeld door middel van een verzoek via de Algemene Vergadering of de VN-Veiligheidsraad) of door gespecialiseerde organisaties van de VN (bijvoorbeeld de WHO, UNESCO, UNICEF of de Internationale Arbeidsorganisatie/ILO).

Adviezen van het IGH zijn niet juridisch bindend, maar bieden wel een gezaghebbende uitleg van het toepasselijk internationaal recht.

Nederlandse deelname aan zaken en procedures bij het IGH (sinds 2000)


Contentieuze zaken

  • Contentieuze zaak over de toepassing van het VN-antifolterverdrag - Application of the Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (Canada and the Netherlands v. Syrian Arab Republic) (zaak bij het IGH gestart in 2023)

Interventies in contentieuze zaken

Adviesprocedures

  • Adviesprocedure over de juridische gevolgen van de constructie van een muur in het bezette Palestijnse gebied - Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory (2003-2004)
  • Adviesprocedure over de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo en de verenigbaarheid daarvan met het internationaal recht - Accordance with international law of the unilateral declaration of independence in respect of Kosovo (2008-2010)
  • Adviesprocedure over de juridische gevolgen van de afscheiding van de Chagos-archipel van Mauritius in 1965 - Legal Consequences of the Separation of the Chagos Archipelago from Mauritius in 1965 (2017-2019)
  • Adviesprocedure over de juridische gevolgen van het beleid en de praktijken van Israël ten aanzien van de bezette Palestijnse gebieden, waaronder Oost-Jeruzalem - Legal Consequences arising from the Policies and Practices of Israel in the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem (2023-2024)
  • Adviesprocedure over de verplichtingen van staten ten aanzien van klimaatverandering - Obligations of States in respect of Climate Change (2022-2025)
  • Adviesprocedure over het stakingsrecht - Right to strike (ILO Convention Nr. 87) (2023-2026)
  • Adviesprocedure over de verplichtingen van Israël ten aanzien van de aanwezigheid en activiteiten van de VN, andere internationale organisaties, en derde staten in en met betrekking tot het bezette Palestijnse gebied - Obligations of Israel in relation to the Presence and Activities of the United Nations, Other International Organizations and Third States in and in relation to the Occupied Palestinian Territory (2024 – 2025)