Zoeken

Web content search

57 Zoekresultaten
Sorteren op: Datum /

Special Agreement for the submission to the ICJ of a difference between Germany and the Netherlands concerning the delimitation of the Continental Shelf in the North Sea

Inbreng in juridische procedure internationaal | 16 februari 1967

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting | Grond- en zeegebied

Trefwoorden: Continentaal plateau | Grensafbakening via equidistantie-methode | Zeegrenzen

Dit document bevat de bijzondere overeenkomst tussen Duitsland en Nederland om het geschil inzake de afbakening van het continentaal plat in de Noordzee voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof (IGH).

Counter-Memorial of the Kingdom of The Netherlands in the North Sea Continental Shelf case

Inbreng in juridische procedure internationaal | 15 september 1965

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting | Grond- en zeegebied

Trefwoorden: Continentaal plateau | Grensafbakening via equidistantie-methode | Zeegrenzen

Dit document bevat de Nederlandse inbreng in de procedure tussen Duitsland en Nederland bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de afbakening van het continentaal plat in de Noordzee. Hierin gaat Nederland in op o.a. de algemene regels m.b.t. afbakening en betoogd het dat het equidistantiebeginsel moet worden toegepast om de zeegrens tussen de twee landen vast te stellen.

Judgement of the ICJ Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden)

Uitspraak internationaal | 28 november 1958

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Diplomatieke bescherming | Verdragen, opvolging

In deze uitspraak komt het Internationaal Gerechtshof (IGH) tot de conclusie dat de maatregelen die Zweden neemt met betrekking tot het voogdijschap over een Zweeds-Nederlands minderjarig kind niet in strijd zijn met het Voogdijverdrag uit 1902. Deze uitspraak is van belang omdat nationaal recht voorrang kreeg boven verdragsverplichtingen. Daarnaast heeft deze uitspraak ertoe geleid dat er een nieuw verdrag is gekomen welke voogdij-verplichtingen regelt.

ICJ Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) – Reply NL

Inbreng in juridische procedure internationaal | 18 juni 1958

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Diplomatieke bescherming | Verdragen, opvolging

Dit document bevat de Repliek van Nederland in de zaak Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) voor het Internationaal Gerechtshof (IGH). Hierin betoogt Nederland dat de ‘protective education’-maatregelen die Zweden neemt niet in overeenstemming zijn met de verplichtingen die Zweden heeft onder het Voogdijverdrag uit 1902.

Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) – Memorial NL

Inbreng in juridische procedure internationaal | 29 november 1957

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Diplomatieke bescherming | Verdragen, opvolging

Dit document bevat de schriftelijke inbreng van Nederland in de zaak Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) voor het Internationaal Gerechtshof, waarin Nederland in gaat op de verplichtingen die voortvloeien uit het voogdijverdrag uit 1902.

ICJ Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) – Application Instituting Proceedings

Inbreng in juridische procedure internationaal | 9 juli 1957

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Diplomatieke bescherming | Verdragen, opvolging

Dit document bevat de notificatie van Nederland waarmee het de procedure initieert inzake de Case Concerning the Application of the Convention of 1902 Governing the Guardianship of Infants (Netherlands v Sweden) bij het Internationaal Gerechtshof (IGH).

Arrest Hoge Raad (N.N. v. de Staat der Nederlanden)

Uitspraak nationaal | 14 oktober 2017

Dossier: Staatsimmuniteit

Trefwoorden: Beslag, conservatoir | Beslag, executoriaal | Immuniteit van executie | Staatsimmuniteit

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad in para. 3.4.2 over de presumptie van immuniteit van de vreemde staat en de stelplicht en bewijslast van de eiser. De Hoge Raad oordeelt dat de eigendommen van een vreemde staat niet vatbaar zijn voor beslag en executie tenzij is vastgesteld dat de eigendommen een bestemming hebben die daarmee verenigbaar is. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie ligt bij de schuldeiser of beslaglegger. De beslaglegger dient gegevens aan te dragen waarmee kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor andere dan publieke doeleinden. Dit arrest is onderdeel van een drietal arresten die bekend staan als de ‘Herfstarresten’.

Rechtspraak - arrest Hoge Raad N.N. v de staat der Nederlanden

Toont 51 - 57 van 57 resultaten.