Zoeken

Web content search

50 Zoekresultaten

Sorteren op: Datum /

Uitspraak EHRM - Centrum för rättvisa tegen Zweden - schending eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie

Uitspraak internationaal | 25 mei 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy) | Privacy | Proportionaliteitsbeginsel

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Centrum för rättvisa tegen Zweden (zaak nr. 35252/08) geoordeeld dat Zweden artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Artikel 8 bevat het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie. De schending is aangenomen omdat het Zweedse regime voor bulk-interceptie van gegevens niet is onderworpen aan voldoende waarborgen. Nederland heeft als derde-partij een reactie ingediend over een aantal punten die in algemene zin spelen bij bulk-interceptie van gegevens en dus zaakoverstijgend zijn. Het EHRM overweegt dat de beslissing voor een regime voor bulk-interceptie op zich niet in strijd is met artikel 8 EVRM. In het licht van het veranderende karakter van moderne communicatietechnologie, moet de gebruikelijke wijze van toetsing voor surveillancesystemen worden aangepast aan de specifieke eigenschappen van een bulk-interceptiesysteem, waarbij het inherente risico bestaat op misbruik en tegelijkertijd een legitieme behoefte bestaat voor geheimhouding.  Voor een dergelijk systeem zijn ‘end to end’-waarborgen noodzakelijk. Dit betekent dat op nationaal niveau bij elke stap in het proces een beoordeling moet plaatsvinden van de noodzaak en proportionaliteit van de te nemen maatregelen. Ook moet er voorafgaand onafhankelijk toezicht zijn voor de bulk-interceptie op het moment dat het doel en de omvang ervan bekend worden. Daarnaast moet toezicht worden gehouden op de operatie en moet er na afloop onafhankelijk toezicht zijn, aldus het EHRM. Het EHRM constateert dat de Zweedse autoriteiten veel inspanningen hebben geleverd om ervoor te zorgen dat het Zweedse regime voor bulk-interceptie zou voldoen aan de eisen van het EVRM. Desondanks stelt het EHRM vast dat aan het regime drie gebreken kleven, namelijk: - het ontbreken van een duidelijke regel over het vernietigen van het opgevangen materiaal dat geen persoonsgegevens bevatte; - het ontbreken van een vereiste in relevante wetgeving dat bij een besluit omtrent het delen van materiaal met buitenlandse partners de privacybelangen van individuen moeten worden afgewogen, en; - het ontbreken van een effectieve toetsing na afloop. Gelet hierop gaat het Zweedse regime voor bulk-interceptie de ‘margin of appreciation’ die nationale autoriteiten hebben in dit soort situaties te buiten en was er onvoldoende waarborg tegen willekeur en misbruik. Daarom is er een schending van artikel 8 van het EVRM geconstateerd. Zie Centrum för rättvisa tegen Zweden, EHRM

Uitspraak EHRM - Big brother watch and others tegen Verenigd Koninkrijk - schending eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie en vrijheid van meningsuiting

Uitspraak internationaal | 25 mei 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy) | Privacy | Vrijheid van meningsuiting

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak Big Brother Watch en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk (zaken nrs. 58170/13, 62322/14 en 24960/15) geoordeeld dat artikel 8 en artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn geschonden. Artikel 8 bevat het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie. Artikel 10 ziet op de vrijheid van meningsuiting. De schendingen zijn aangenomen omdat het Britse regime voor bulk-interceptie van gegevens niet is onderworpen aan voldoende waarborgen en onvoldoende bescherming biedt aan vertrouwelijk journalistiek materiaal. Nederland heeft als derde-partij een reactie ingediend over een aantal punten die in algemene zin spelen bij bulk-interceptie van gegevens en dus zaakoverstijgend zijn. Het EHRM overweegt dat de beslissing voor een regime voor bulk-interceptie op zich niet in strijd is met artikel 8 EVRM. In het licht van het veranderende karakter van moderne communicatietechnologie, moet de gebruikelijke wijze van toetsing voor surveillancesystemen worden aangepast aan de specifieke eigenschappen van een bulk-interceptiesysteem, waarbij het inherente risico bestaat op misbruik en tegelijkertijd een legitieme behoefte bestaat voor geheimhouding.  Voor een dergelijk systeem zijn ‘end to end’-waarborgen noodzakelijk. Dit betekent dat op nationaal niveau bij elke stap in het proces een beoordeling moet plaatsvinden van de noodzaak en proportionaliteit van de te nemen maatregelen. Ook moet er voorafgaand onafhankelijk toezicht zijn voor de bulk-interceptie op het moment dat het doel en de omvang ervan bekend worden. Daarnaast moet toezicht worden gehouden op de operatie en moet er na afloop onafhankelijk toezicht zijn, aldus het EHRM. Het EHRM constateert bij toepassing van de nieuwe uitgebreide criteria dat aan het Britse regime voor bulk-interceptie zoals dat gold tussen 2000 en 2016 drie gebreken kleven, namelijk: - het ontbreken van een onafhankelijke autorisatie van een bevel tot bulk-interceptie; - het niet noemen van categorieën van selectiecriteria in de aanvraag voor een bevel, en; - het niet verzekeren dat aan een individu gekoppelde zoektermen aan voorafgaande interne autorisatie onderworpen zijn. Daarbij erkent het EHRM het waardevolle toezicht en de robuuste juridische toetsing door de specifiek hiervoor aangewezen ‘Interception of communications Commissioner’ en het ‘Investigatory Powers Tribunal’. Deze waarborgen wegen echter niet op tegen de geconstateerde tekortkomingen. Gelet hierop gaat de inbreuk (‘ interference’ ) die het Britse regime voor bulk-interceptie maakt op het privéleven van burgers verder dan ‘necessary in a democratic society’. Daarom is er een schending van artikel 8 van het EVRM geconstateerd. Over artikel 10 EVRM herhaalt het EHRM dat de bescherming van bronnen van een journalist een hoeksteen is van de vrijheid van de pers. Het EHRM stelt vast dat het Britse regime geen waarborgen bevat die verzekeren dat gegevens die niet speciaal met dat oogmerk zijn verzameld, maar die toch vertrouwelijk journalistiek materiaal bevatten, pas opgeslagen kunnen blijven en onderzocht kunnen worden door een analist na autorisatie daarvoor door een rechter of een ander onafhankelijk beslisorgaan. Daarom is er ook een schending van artikel 10 van het EVRM geconstateerd  

Interventie Gambia tegen Myanmar Internationaal Gerechtshof

Content Dossier / MLA | 2 september 2020

Het Koninkrijk der Nederlanden en Canada overwegen te interveniëren in de zaak die Gambia is gestart tegen Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof vanwege vermeende genocide op de Rohingya.

Rapport Geweldsmonopolie en piraterij

Advies overig | 4 juni 2020

Dossier: Piraterijbestrijding

Trefwoorden: Piraterij | Scheepvaart | Terrorismebestrijding

Dit document bevat het rapport van de Adviescommissie gewapende particuliere beveiliging tegen piraterij inzake geweldsmonopolie en piraterij.

Kamerbrief over de zaak die Gambia is gestart tegen Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof (pdf)

Kamerbrief | 9 december 2019

Dossier: Interventie Gambia v. Myanmar Internationaal Gerechtshof

Trefwoorden: Accountability | Genocide | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame

De minister van Buitenlandse Zaken informeert de Tweede Kamer over de zaak die Gambia is gestart tegen Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) Kamerbrief (Tweede Kamer, 2019-2020, 32 735, nr. 273)

Terrorismebestrijding

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Terrorismebestrijding is een belangrijke taak van de Nederlandse overheid. Nederland voert deze taak zowel in het binnenland als in het buitenland uit.

Sancties

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Sanctiemaatregelen omvatten een breed scala aan handhavingsopties waarbij de essentie is dat geen gebruik wordt gemaakt van geweld. Sancties zijn niet-militaire instrumenten die veelal worden...

Rechtshulp

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Het strafrecht is traditioneel een nationale bevoegdheid van staten: een staat mag geen opsporings- of vervolgingsactiviteiten uitvoeren op het territorium van een andere staat tenzij hiervoor...

Kamerbrief inzake de actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Kamerbrief | 14 september 2018

Dossier: Militair-operationele zaken

Trefwoorden: Non-interventiebeginsel | Terrorisme

Deze brief informeert de Tweede Kamer over de context en uitvoering van het non-lethal assistance (NLA) programma in Syrië, naar aanleiding van berichtgeving van Nieuwsuur en Trouw. Kamerbrief

Antwoorden op Kamervragen staatsaansprakelijkheid MH17

Kamerbrief | 12 juni 2018

Trefwoorden: Aansprakelijkheid | Aansprakelijkheid, Staats- | MH17

Dit document bevat antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over de Kamerbrief van 9 maart 2018 over de juridische mogelijkheden om Staten aansprakelijk te stellen voor het neerhalen van vlucht MH17. Vragen en antwoorden (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 118) Kamerbrief 9 maart 2018 (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 114)

Toont 1 - 10 van 50 resultaten.