Zoeken

Web content search

97 Zoekresultaten

Sorteren op: Datum /

Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2020

Overig | 18 mei 2021 | Minister van Buitenlandse Zaken

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Mensenrechtenschendingen | Individueel klachtrecht | Verdragsverplichtingen, materiële schending van

In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2020 betrokken is geweest. In rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk tenuitvoer moeten worden gelegd.

Beslissing EHRM - M.T. tegen Nederland - geen schending verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling

Uitspraak internationaal | 18 mei 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Foltering, verbod | Onmenselijke en vernederende behandeling, verbod (zie Foltering, verbod)

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de beslissing in de zaak M.T. tegen Nederland (zaak nr. 46595/19) geoordeeld dat Nederland artikel 3, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) niet heeft geschonden. Artikel 3 bevat het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Verzoekster en haar minderjarige dochters zijn afkomstig uit Eritrea en zijn in maart 2018 in Nederland aangekomen. Uit de database van de Europese Unie bleek dat zij in januari 2018 al in Italië asiel hadden aangevraagd. Daarom heeft de regering verzocht om verzoekster en haar kinderen weer te mogen overdragen aan Italië. Dat verzoek werd door de Italiaanse overheid goedgekeurd. Volgens het EHRM heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat, als zij met haar kinderen wordt overgebracht naar Italië, voor haar een situatie in het vooruitzicht ligt die een dusdanig daadwerkelijk en onontkoombaar risico op hardheid omvat, dat die situatie ernstig genoeg is om onder artikel 3 EVRM te vallen. Het EHRM herhaalt in de beslissing dat een slechte behandeling een bepaalde mate van ernst moet hebben om binnen het bereik van artikel 3 EVRM te vallen. Deze noodzakelijke mate van ernst is relatief en afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Verder wijst het EHRM erop dat in eerdere zaken vanaf 2008 is geoordeeld dat een specifieke bevestiging van de Italiaanse autoriteiten nodig was om ervan uit te kunnen gaan dat kwetsbare asielzoekers, zoals kinderen, in gepaste opvangfaciliteiten terecht zouden komen en dat het gezin bij elkaar zou worden gehouden. In een aantal gevallen vanaf 2015 is geoordeeld dat algemene toezeggingen van de Italiaanse overheid in circulaires daarover voldoende waren. Omdat verzoekster en haar kinderen zich ten tijde van de beslissing nog in Nederland bevonden, heeft het EHRM alle beschikbare informatie meegenomen, ook als die van later datum was dan de Nederlandse besluitvorming. In dat kader wordt opgemerkt dat in oktober 2020 wijzigingen hebben plaatsgevonden in het Italiaanse opvangsysteem. Daaruit volgt dat verzoekster en haar kinderen in aanmerking komen voor plaatsing in een gepaste opvangvoorziening. Dit wordt bevestigd door de UNHCR. Verder is er geen aanleiding voor de aanname dat de Nederlandse overheid de Italiaanse overheid niet zou inlichten over de verwachte aankomstdatum van verzoekster en haar kinderen, hun gezinssituatie en eventuele medische bijzonderheden. Hierbij merkt het EHRM op dat verzoekster niet heeft gesteld dat de medische zorg die haar jongste dochter nodig heeft, in Italië niet beschikbaar is. Om deze redenen heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat haar situatie na overdracht aan Italië, vanuit materieel, fysiek of psychologisch oogpunt een voldoende daadwerkelijk en onontkoombaar risico op hardheid omvat om binnen de reikwijdte van artikel 3 EVRM te vallen, aldus het EHRM. De klacht over schending van artikel 3 van het EVRM is kennelijk ongegrond en daarom niet-ontvankelijk verklaard. Zie M.T. tegen Nederland, EHRM

Kamerbrief over staatsaansprakelijkheid en non-interventiebeginsel

Kamerbrief | 13 november 2020 | Minister van Buitenlandse Zaken

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | Rechtsgrondslag geweldgebruik | Humanitair oorlogsrecht

Trefwoorden: Geweldgebruik (zie Ius ad bellum) | Humanitair oorlogsrecht (zie Internationaal humanitair recht) | Non-interventiebeginsel | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

Met deze Kamerbrief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer over zijn standpunt met betrekking tot internationale aansprakelijkheid van staten, het non-interventiebeginsel en het verlenen van steun aan niet-statelijke actoren naar aanleiding van het leveren en financieren van niet-letale steun (NLA) aan oppositiegroepen in Syrië. Tot slot wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van Rusland voor het geven van steun aan niet-statelijke actoren in het oosten van Oekraïne (in het kader van het neerhalen van vlucht MH17).   Tweede Kamer, 2020-2021, 32623, nr. 312

Nederland stelt Syrië aansprakelijk voor mensenrechtenschendingen

Content Dossier / MLA | 18 september 2020

Nederland heeft op 18 september 2020 Syrië aansprakelijk gesteld voor grove mensenrechtenschendingen, foltering in het bijzonder. Met een diplomatieke nota is Syrië van dit besluit op de hoogte ...

Nederland stelt Syrië aansprakelijk voor mensenrechtenschendingen (pdf)

Kamerbrief | 18 september 2020

Dossier: Aansprakelijkstelling Syrië door Nederland

Trefwoorden: Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Mensenrechten | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

In deze Kamerbrief is vermeld dat Nederland via een diplomatieke nota Syrië aansprakelijk heeft gesteld voor grove mensenrechtenschendingen en foltering in het bijzonder. Nederland heeft Syrië gewezen op de internationale verplichtingen die het heeft om de schendingen te beëindigen en slachtoffers volledig rechtsherstel te bieden. Nederland heeft Syrië gevraagd in onderhandeling te treden. Als geen overeenstemming wordt bereikt tussen de landen, zal Nederland de zaak voorleggen aan een internationale rechter. Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing van 1984, dat door Syrië in 2004 werd geratificeerd biedt hiervoor een rechtsgrondslag. Kamerbrief (Tweede-Kamer, 32623, nr. 301)

Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2019

Overig | 1 juni 2020

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Individueel klachtrecht | Mensenrechtenschendingen | Verdragsverplichtingen, materiële schending van

De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures in 2019 alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.

Beleidskader Nederland en Poolgebieden 2011-2015

Overig | 3 december 2019

Dossier: Antarctica | De Noordpool

Trefwoorden: Internationaal milieurecht | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieuschade | Wetenschappelijk onderzoek

Dit document bevat het polaire beleid van 2011 – 2015 welke onderdeel uit maakt van de oriëntatie van de regering op mondiale vraagstukken. Waar vorige beleidskaders zich voornamelijk beperkten tot milieukwesties en wetenschappelijk onderzoek, poogt het huidige kader de poolgebieden in een veel breder perspectief te plaatsen: politiek, strategisch, economisch (grondstoffen, energie, visserij, scheepvaart), veiligheid, inheemse volkeren, internationale rechtsorde etc.

Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2018

Overig | 1 juni 2019

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Individueel klachtrecht | Mensenrechtenschendingen | Verdragsverplichtingen, materiële schending van

De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse betrokkenheid in internationale mensenrechtenprocedures alsmede activiteiten in het verlengde daarvan, inclusief verdragsrapportages onder VN-mensenrechtenverdragen.

Toont 1 - 10 van 97 resultaten.