Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS wordt verlengd tot 31 december 2018. Tevens wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang die in dit verband de voorafgaande periode is geboekt.
Kamerbrief
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de beslissing in de zaak M.T. tegen Nederland (zaak nr. 46595/19) geoordeeld dat Nederland artikel 3, eerste lid, van het Verdrag (EVRM), en dus het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, niet heeft geschonden.
De zaak betreft een vreemdelingenzaak waarbij verzoekster met haar kinderen in Nederland asiel heeft aangevraagd, terwijl zij dit al eerder in Italië had aangevraagd. Daarom heeft de regering verzocht om verzoekster en haar kinderen weer te mogen overdragen aan Italië. Volgens het EHRM heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat, als zij met haar kinderen wordt overgebracht naar Italië, de situatie waarin zij terecht zou komen zodanig ernstig genoeg is om onder artikel 3 EVRM te vallen. Het EHRM weegt mee dat het opvangsysteem in Italië sinds 2020 is veranderd en dat (wat tevens is bevestigd door de UNHCR) niet is bewezen dat bepaalde medische zorg voor de verzoekster haar kinderen niet mogelijk is in Italië. De klacht over schending van artikel 3 van het EVRM is kennelijk ongegrond en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling oordeelde dat uit artikel 94 van de Grondwet en de jurisprudentie van de Afdeling hieromtrent volgt, dat niet uitsluitend de rechter, maar in voorkomende gevallen ook bestuursorganen een ieder verbindende verdragsbepalingen moeten toepassen. Dit kan ertoe leiden dat ook bestuursorganen de begrenzingen voortvloeiend uit een bepaalde regeling van Nederlands recht buiten toepassing moeten laten. Dit kan zich voordoen in het geval waarin een bestuursorgaan bij zijn beoordeling in beginsel slechts de limitatief in de desbetreffende wet of regeling opgenomen gronden of omstandigheden mag betrekken. Zie relevante overwegingen r.o. 6.3-6.5.
Uitspraak ABRvS
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de veranderende politieke en militaire omstandigheden – waaronder de volkenrechtelijke rechtsgrond voor de militaire inzet - in de strijd tegen ISIS en welke gevolgen dit kan hebben voor de Nederlandse militaire inzet in Syrië en Irak.
Dit document bevat advies nr. 16 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende de door de International Law Commission (ILC) opgestelde ontwerpartikelen met betrekking tot diplomatieke bescherming, en de reactie van het kabinet op dit advies.
In deze Kamerbrief wordt uiteengezet wat de strategie is van het kabinet, nadat de Russische Federatie de gesprekken met Nederland en Australië over staatsaansprakelijkheid heeft gestopt. De gesprekken houden verband met het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014. In mei 2018 hebben Nederland en Australië Rusland aansprakelijk gesteld voor zijn aandeel in het neerhalen van het vliegtuig. Indien Rusland niet bereid blijkt de onderhandelingen voort te zetten, zal het kabinet zich in nauw overleg met Australië beraden op volgende (juridische) stappen.
Dit document bevat advies nr. 22 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) betreffende digitale oorlogsvoering, en de reactie van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 20 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) betreffende immuniteit van leden van buitenlandse officiële missies, en de twee reacties van het kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 27 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake de mogelijkheden tot aansprakelijkheidstelling van internationale organisaties, en de reactie van het kabinet op dit advies.
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over onder andere het onderwerp ongewenste tweede nationaliteit. De beantwoording is mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken.
Toont 421 - 430 van 580 resultaten.