Deze brief van de Minister van Buitenlandse Zaken volgt op een toezegging aan de Tweede Kamer om een nadere juridische analyse te geven over de toepasselijkheid van het Genocideverdrag in relatie tot de situatie van de Oeigoeren in China.
In deze brief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op de inzet van de Nederlandse regering ten aanzien van de bescherming van mensenrechten en gemeenschappen, het tegengaan van straffeloosheid en de opbouw van juridische en maatschappelijke capaciteit in Syrië. Daarbij gaat de Minister ook in op hoe de regering uitvoering geeft aan de moties Dobbe c.s., Van Baarle en Piri.
In deze brief gaan de Minister van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in op de initiatiefnota van het kamerlid van Raan over Ecocide – de ontbrekende misdaad tegen de vrede. In deze brief stellen de Ministers dat het kabinet geen voorstander is van internationale strafbaarstelling van ecocide door het op te nemen in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.
In deze kamerbrief reageert het kabinet op het advies 'Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties', dat op 12 maart 2026 gezamelijk door de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) is uitgebracht. Deze reactie gaat in op het versterken en waar nodig aanvullen van het systeem om straffeloosheid tegen te gaan.
In dit document reageert het kabinet op advies nummer 45 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over de consequenties op de lange termijn van het oprichten van een alternatief tribunaal om de misdaad van agressie te berechten en andere mogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten. Dit advies is op 24 januari 2024 uitgebracht nadat de Tweede Kamer er in oktober 2023 om had verzocht.
Deze brief informeert de Eerste Kamer over de goedkeuring en uitvoering van de aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Er wordt antwoord gegeven op vragen gesteld door een aantal fractieleden. Deze betreffen de volgende onderwerpen: internationale crisisbeheersingsoperaties, taakverzwaring en positie van het Internationaal Strafhof, uitbreiding en definitie van oorlogsmisdrijven in geval van een niet-internationaal gewapend conflict, het misdrijf agressie, positie overige Koninkrijksdelen, inwerkingtreding en opt-outs en de reikwijdte van de rechtsmacht van de Nederlands justitie.
In dit document geeft de Minister van Buitenlandse zaken antwoord op vragen van Tweede Kamerleden Piri (GroenLinks-PvdA) en Boswijk (CDA) over de aansprakelijkstelling van Afghanistan door Nederland, Australië, Canada en Duitsland. Deze aansprakelijkstelling ziet op het niet-nakomen van verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door Afghanistan.
Deze resolutie bevat een rapport over de taakomschrijving van het IIIM, kort voor International, Impartial and Independent Mechanism to Assist in the Investigation and Prosecution of Persons Responsible for the Most Serious Crimes under International Law Committed in the Syrian Arab Republic since March 2011. Het rapport gaat o.a. in op het mandaat, het juridisch kader, de werkwijze en de samenstelling van dit mechanisme.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot oprichting van een speciaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk gehouden worden voor de aanslag op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri. Het document bevat ook het statuut van dit speciale tribunaal.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk gehouden worden voor ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht op het grondgebied van voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991.
Toont 1 - 10 van 150 resultaten.