Het EHRM heeft in de zaak E.G.E. t. Nederland een schending van artikel 3 EVRM (verbod van foltering) vastgesteld.
De zaak betreft een politieoptreden waarbij een agent disproportioneel geweld heeft gebruikt tegen de partner van verzoekster. Dit geweld omvatte onder meer een vuistslag tegen het achterhoofd, alsmede andere vormen van geweld. De partner van verzoekster overleed kort daarna op het politiebureau, vermoedelijk als gevolg van een hoge cocaïneconcentratie in zijn lichaam. Een verband tussen het gebruikte geweld en zijn overlijden werd niet vastgesteld. Nadat de agent niet werd vervolgd, klaagde verzoekster hierover bij het gerechtshof, dat oordeelde dat de vuistslag weliswaar achterwege had moeten blijven, maar geen vervolging rechtvaardigde. Het EHRM stelt vast dat verzoekster als slachtoffer kan worden aangemerkt en oordeelt dat de regering niet overtuigend heeft aangetoond dat de vuistslag strikt noodzakelijk en proportioneel was, mede omdat de partner van verzoekster geen wapen bij zich had en al onder controle van vier agenten was. Het EHRM heeft geoordeeld dat er sprake is van een schending van artikel 3 EVRM.
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak W.S.J. t. Nederland (zaak nr. 3077/2017) vastgesteld dat Nederland het recht op gelijke behandeling onder artikelen 2, lid 1, en 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) niet heeft geschonden.
De zaak betreft een pensioengerechtigde in Caraïbisch Nederland die stelt dat zijn pensioen lager is dan dat van pensioengerechtigden in Europees Nederland. Hierdoor zou sprake zijn van een schending van het recht op gelijke behandeling. Het Comité kijkt enkel naar de klacht onder artikel 26 IVBPR en oordeelt dat de verzoeker niet in een gelijke situatie verkeert als Europees Nederlands pensioengerechtigden. Het verschil in behandeling kan volgens het Comité objectief en naar redelijkheid worden gerechtvaardigd, omdat er sociaaleconomische en juridische verschillen bestaan tussen Caraïbisch Nederland en Europees Nederland. Het Comité oordeelt dat er geen sprake is van een schending van het recht op een gelijke behandeling.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk gehouden worden voor ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht op het grondgebied van voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot het oprichten van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk worden gehouden voor genocide of andere serieuze schendingen van internationaal recht in Rwanda in 1994. Het document bevat ook het statuut van het Rwandatribunaal.
This document contains a translation of the answers to questions from the written consultation on the Government’s response to the advice of the Advisory Committee on Public International Law (CAVV) on the draft conclusions of the International Law Commission (ILC) on general principles of law.
Antwoord op vragen over klimaatvluchtelingen.
Dit document bevat advies nr. 46 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de ontwerpconclusies van de International Law Commission (ILC) inzake algemene rechtsbeginselen, en de reactie van het Kabinet op dit advies.
Toont 1 - 10 van 396 resultaten.