In deze brief informeert Minister Hoekstra (BZ) de Tweede Kamer over het besluit van Canada en Nederland om een procedure tegen Syrië te starten voor het Internationaal Gerechtshof (IGH) in Den Haag op basis van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing.
Dit document bevat advies nr. 46 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de ontwerpconclusies van de International Law Commission (ILC) inzake algemene rechtsbeginselen, en de reactie van het Kabinet op dit advies.
Op 19 juli 2024 heeft het Internationaal Gerechtshof (IGH, het Hof) een advies uitgebracht aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) inzake het optreden van Israël in de bezette Palestijnse Gebieden.
Kamerbrief
Dit document bevat advies nr. 45 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de consequenties op de lange termijn van het oprichten van een alternatief tribunaal om de misdaad van agressie te berechten en andere mogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten, en de reactie van het Kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 41 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de rechtsgevolgen van een ernstige schending van een regel van dwingend recht: de internationale rechten en plichten van staten bij schending van het agressieverbod, en de reactie van het Kabinet op dit advies.
Dit document bevat advies nr. 44 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen, en de reactie van het Kabinet op dit advies.
Op 16 november 2023 heeft het Internationaal Gerechtshof (IGH, het Hof) een uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige maatregelen tegen Syrië. De uitspraak volgt uit de procedure die door Canada en Nederland tegen Syrië is aangespannen, wegens grove en stelselmatige schendingen van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (Antifolterverdrag).
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak A.M.A. tegen Nederland (zaak nr. 23048/19) geoordeeld dat Nederland de procedurele kant van het verbod op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling onder artikel 3 van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.
De zaak betreft de uitzetting van verzoeker naar Bahrein, nadat zijn tweede asielverzoek in Nederland was afgewezen. Verzoeker klaagt dat dat de Nederlandse autoriteiten het risico dat hij bij uitzetting naar Bahrein aan onmenselijke en vernederende behandelingen zou worden onderworpen onvoldoende hebben ingeschat in strijd met artikel 3 EVRM. Het EHRM overweegt dat de autoriteiten op het laatste moment door verzoeker overgelegd bewijsmateriaal buiten beschouwing hebben gelaten, zonder de mogelijke relevantie ervan in hun definitieve risicobeoordeling mee te nemen. Dit werd met name verwijtbaar geacht gelet op de overige in het dossier beschikbare informatie alsook de algemene situatie in Bahrein. Het EHRM oordeelt dat een dergelijke benadering te beperkt is geweest en dat Nederland daarmee niet heeft voldaan aan de strenge en zorgvuldige onderzoeksplicht die volgt uit artikel 3 EVRM. Hiermee heeft er schending van artikel 3 EVRM plaatsgevonden.
Deze kamerbrief bevat een nadere de juridische duiding t.a.v. de kwalificatie van apartheid, die beschreven wordt in de brief van het kabinet van 13 juni 2022 (Kamerstuk 30 950, nr. 312) en hoe dit van toepassing is op de situatie in Israël.
Dit document bevat de Kabinetsreactie op het AIV/CAVV advies ‘Autonome wapensystemen: Het belang van reguleren en investeren'. In deze reactie apprecieert het kabinet puntsgewijs de aanbevelingen en licht het de hernieuwde inzet toe.
Toont 1 - 10 van 120 resultaten.