Web content search

45 Zoekresultaten
Sorteren op: Datum /

Judgment of ICJ Case Concerning Sovereignty over Certain Frontier Land (Belgium / Netherlands)

Uitspraak internationaal | 29 november 2019

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting | Grond- en zeegebied

Trefwoorden: Grensgeschil | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

In deze uitspraak komt het Internationaal Gerechtshof (IGH) tot de conclusie dat de afbakening van 14 hectare land welke onderdeel is van het geschil, toebehoren aan België. Deze uitspraak is van belang omdat het IGH benadrukt dat een verdrag dat is ontworpen om een grens vast te stellen, zou moeten worden geïnterpreteerd op een manier dat het kan leiden tot een precieze, volledige en definitieve grens.

Pleitnota Nederlandse Staat tegen Urgenda in hoger beroep

Inbreng in juridische procedure nationaal | 28 mei 2018

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Doorwerking internationaal recht (zie Verdragen, rechtstreekse werking) | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieuschade

Dit document betreft de pleitnota van de Nederlandse Staat in hoger beroep aangaande de rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Urgenda eist dat er in 2020 40% minder CO2 uitstoot is dan in 1990.

Award on Compensation in Arctic Sunrise arbitration

Uitspraak internationaal | 10 juli 2017

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de uitspraak inzake de schadevergoeding in de Arctic Sunrise arbitrage tussen Rusland en Nederland. In de uitspraak is de hoogte van de schadevergoeding vastgesteld.

Uitspraak Raad van State in de zaak Staatssecretaris Veiligheid en Justitie v. Ohata

Uitspraak nationaal | 11 november 2016

Dossier: Bronnen internationaal recht

Trefwoorden: Handelsverdragen | Interpretatieve verklaring (zie Verklaring bij ondertekening) | Meestbegunstigingsclausule | Tewerkstelling | Verdragen, interpretatie | Vestiging, recht van

In deze uitspraak komt de Raad van State tot het oordeel dat Japanners bij de toepassing van de in het Nederlands-Japans Verdrag neergelegde meestbegunstigingsclausule geen beroep meer kunnen doen op het Nederlands-Zwitsers Tractaat, naar aanleiding van een interpretatieve verklaring van Nederland en Zwitserland ten aanzien van arbeid, verblijf en vestiging.

Uitspraak

Prejudiciële beslissing Hoge Raad in MSI/Gabon-zaak

Uitspraak nationaal | 30 september 2016

Dossier: Staatsimmuniteit

Trefwoorden: Beslag | Beslag, conservatoir | Immuniteit van executie | Staatsimmuniteit

In deze prejudiciële beslissing komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het internationaal publiekrecht de uitvoerbaarheid in Nederland beperkt van zowel conservatoire als executoriale maatregelen in die zin dat dergelijke maatregelen zijn uitgesloten tenzij en voor zover er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 19, onderdelen a tot en c, van het VN-Verdrag inzake de immuniteit van staten en hun eigendommen. Eigendommen van vreemde staten zijn niet vatbaar voor beslag en executie tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een bestemming hebben die daarmee niet onverenigbaar is. De bewijslast bij beslaglegging van een publieke bestemming van eigendom van vreemde staten ligt bij de beslaglegger, waarbij een presumptie van immuniteit geldt. Het toekennen van immuniteit van jurisdictie en van executie overeenkomstig internationaal publiekrecht levert geen schending op van artikel 6 EVRM. 

Prejudiciële beslissing

Conclusie Procureur Generaal in geschil tussen Europese Octrooi Organisatie (EOO) en de vakbondsunie (VEOB) en de overkoepelende vakbond voor werknemers van EOO (SUEPO)

Uitspraak nationaal | 30 september 2016

Dossier: Privileges en immuniteiten

Trefwoorden: Beslag, executoriaal | Immuniteit van executie | Immuniteit van jurisdictie

De Advocaat Generaal stelt zich op het standpunt dat de Europese Octrooi Organisatie (EOO) zich terecht beroept op immuniteit van jurisdictie. Dat betekent dat de internationale organisatie niet voor de Nederlandse rechter kan worden gedaagd voor geschillen over de officiële werkzaamheden van de organisatie. De Advocaat Generaal is van oordeel dat het recht op toegang tot de rechter volgens het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens niet absoluut is.

Conclusie

Fourth Supplemental Written Pleadings in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 14 maart 2016

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de vierde aanvullende schriftelijke inbreng in de Arctic Sunrise arbitrage, waarin Nederland 15 vragen van het tribunaal beantwoord over o.a. de kosten van de rigid hull inflatable boats (RHIBs), de hoeveelheid olie die aan boord was van de Arctic Sunrise en overige gemaakte kosten.

Award on Merits in Arctic Sunrise arbitration

Uitspraak internationaal | 14 augustus 2015

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de uitspraak van het arbitraal tribunaal inzake de merites in de Arctic Sunrise arbitrage. Hierin oordeelt het tribunaal dat Rusland artikelen 56 (2), 58 (1), 58 (2), 87(1)(a) en 92 (1) van het VN-Zeerechtverdrag heeft geschonden door het betreden, inspecteren en innemen van het schip de Arctic Sunrise.

Third Supplemental Written Pleadings in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 25 februari 2015

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Mensenrechtenschendingen | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de derde aanvullende schriftelijke inbreng in de Arctic Sunrise arbitrage waarin Nederland 11 vragen van het tribunaal beantwoord over o.a. de toepassing door het tribunaal van artikelen 9 en 12 (2) van het IVBPR en de arrestatie van Ms. Sini Saarela en Mr. Marco Paolo Weber.

Second Supplemental Written Pleadings in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 12 januari 2015

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de tweede aanvullende schriftelijke inbreng in de Arctic Sunrise arbitrage, waarin Nederland 12 vragen van het tribunaal beantwoord over o.a. de status van een klacht bij het EHRM en de verantwoordelijkheden van Nederland als vlaggenstaat. 

Award on Jurisdiction in Arctic Sunrise arbitration

Uitspraak internationaal | 26 november 2014

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de uitspraak inzake de rechtsmacht van het arbitraal tribunaal in de Arctic Sunrise arbitrage. In deze uitspraak bepaalt het tribunaal dat het voorbehoud van Rusland bij het VN-Zeerechtverdrag geen gevolgen heeft voor de rechtsmacht van het tribunaal.

Arrest Hoge Raad Staat/Nederlandse Nietrokersvereniging CAN (vrijstelling rookverbod kleine cafés)

Jurisprudentie | 10 oktober 2014 | Hoge Raad

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Doorwerking internationaal recht (zie Verdragen, rechtstreekse werking) | Verdragen, rechtstreekse werking

Volgens de Hoge Raad dient de vraag in hoeverre een verdragsbepaling rechtstreekse werking toekomt in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, te worden beantwoord door de uitleg ervan. Die uitleg vindt plaats aan de hand van de maatstaven van de artikelen 31-33 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Indien noch uit de tekst, noch uit de totstandkomingsgeschiedenis volgt dat geen rechtstreekse werking van de verdragsbepaling is beoogd is de inhoud van die bepaling beslissend. Het gaat erom dat deze onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. Zie essentie in r.o. 3.5.1-3.6.4.

Arrest Hoge Raad

Supplemental Written Pleadings in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 30 september 2014

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de eerste aanvullende schriftelijke inbreng van Nederland in de Arctic Sunrise arbitrage waarin wordt ingegaan op de juridische grondslag voor schadevergoeding.

Memorial in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 31 augustus 2014

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de schriftelijke inbreng van Nederland in de Arctic Sunrise arbitrage, waarin er o.a. wordt ingegaan op de rechtsmacht van het Hof en de beweerde onrechtmatige daad van Rusland.

Notification of arbitration and Statement of Claim in the Arctic Sunrise arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 4 oktober 2013

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Demonstraties | EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Mensenrechtenschendingen | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de kennisgeving van arbitrage aan Rusland door Nederland inzake het geschil over de Arctic Sunrise, en een schriftelijke uiteenzetting van de Nederlandse eisen.

Arrest Hoge Raad (stichting proefprocessenfonds Clara Wichmann)

Uitspraak nationaal | 1 april 2011 | Hoge Raad

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

De Hoge Raad oordeelt dat nu noch uit de tekst, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Vrouwenverdrag valt af te leiden dat de verdragsluitende Staten zijn overeengekomen dat aan art. 11 lid 2, onder b, geen rechtstreekse werking mag worden toegekend, voor het antwoord op de vraag of die verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft, de inhoud van de bepaling beslissend is: verplicht deze de Nederlandse wetgever tot het treffen van een nationale regeling met bepaalde inhoud of strekking, of is deze van dien aard dat de bepaling in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht kan functioneren (HR 30 mei 1986, LJN AC9402, NJ 1986/688). Van belang is of een bepaling onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om door de rechter te worden toegepast. Zie essentie r.o. 3.3.3.

Arrest Hoge Raad

Arrest Hoge Raad in de zaak Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann v. de Staat Der Nederlanden

Uitspraak nationaal | 1 april 2011

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Nationaal recht en internationaal recht, verhouding tussen | Verdragen, implementatie | Verdragen, rechtstreekse werking

In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het resultaat van de te nemen maatregelen in Artikel 11 lid 2, onder b, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) onvoldoende nauwkeurig is omgeschreven en dat deze bepaling derhalve ongeschikt is voor rechtsreekse toepassing door de nationale rechter.

Uitspraak 

Arrest Hoge Raad (Vrouwenstandpunt SGP)

Jurisprudentie | 9 april 2010 | Hoge Raad

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

De Hoge Raad oordeelt dat art. 7a VN-Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft (in de zin van art. 93 en 94 Gw.). Het VN-Vrouwenverdrag eist dat de Staat passief kiesrecht voor vrouwen effectief verzekert. Verdrag laat Staat op dit punt geen beleidsvrijheid. Discriminatieverbod weegt, in zoverre het de kiesrechten van alle burgers waarborgt - neergelegd in art. 4 Gw., art. 25 in verband met art. 2 IVBPR en, toegespitst op de onderhavige kwestie, art. 7 Vrouwenverdrag - zwaarder dan de andere grondrechten die in het geding zijn. Staat is gehouden maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat SGP passief kiesrecht aan vrouwen toekent, waarbij de Staat een effectieve maatregel moet kiezen die zo min mogelijk inbreuk maakt op de grondrechten van de SGP. Rechter niet bevoegd Staat te bevelen wetgeving in formele zin tot stand te brengen (vgl. HR 21 maart 2003, NJ 2003, 691). Voor een rechterlijk gebod tot treffen van maatregelen ter voldoening aan art. 7 Vrouwenverdrag is in beginsel evenmin plaats. Dit geldt ook voor een bevel tot stopzetting subsidie SGP. Staat handelt in strijd met art. 7, aanhef en onder a en c, VN-Vrouwenverdrag en daarmee onrechtmatig door ten aanzien van politieke partij volgens welke aan vrouwen geen passief kiesrecht toekomt voor algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen, niet de maatregelen te nemen die art. 7, aanhef en onder a en c, van het Verdrag inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van hem vergt. Zie essentie r.o. 4.4.2

Arrest Hoge Raad

Arrest Hoge Raad (de Staat v. Clara Wichmann c.s. en SGP v. Clara Wichmann c.s.)

Uitspraak nationaal | 9 april 2010

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Nationaal recht en internationaal recht, verhouding tussen | Verdragen, implementatie | Verdragen, rechtstreekse werking

In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot de conclusie dat artikel 7 (c) van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) rechtstreekse werking toekomt. Dit heeft tot gevolg dat de Staat gehouden is om maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent en dat de Staat daarbij een maatregel moet inzetten die effectief is en tegelijkertijd de minste inbreuk maakt op de grondrechten van de (leden van de) SGP.

Reply to questions of the Netherlands in the ICJ Advisory Opinion of the unilateral declaration of independence by the provisional institutions of self-government of Kosovo

Inbreng in juridische procedure internationaal | 21 december 2009

Dossier: Erkenning | Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Adviesbevoegdheid Internationaal Gerechtshof | Afscheiding | Erkenning | Onafhankelijkheid | Zelfbeschikkingsrecht, extern

Dit document bevat de antwoorden van Nederland op de vragen van de rechters van het IGH in de Advisory Opinion inzake de unilaterale afscheiding van Kosovo. De vragen hebben betrekking op de internationaalrechtelijke regels omtrent afscheiding en het zelfbeschikkingsrecht, en de Rambouillet Accords.

Oral statement of the Netherlands in the ICJ Advisory Opinion of the unilateral declaration of independence by the provisional institutions of self- government of Kosovo

Inbreng in juridische procedure internationaal | 10 december 2009

Dossier: Erkenning | Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Adviesbevoegdheid Internationaal Gerechtshof | Afscheiding | Erkenning | Onafhankelijkheid | Zelfbeschikkingsrecht, extern

Dit document bevat de mondelinge verklaring van Nederland over het bestaan en uitoefenen van het bestaan van het postkoloniale recht tot zelfbeschikking en de wettige uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht door de bevolking van Kosovo.

Written Comments of the Netherlands in the ICJ Advisory Opinion of the unilateral declaration of independence by the provisional institutions of self-government of Kosovo

Inbreng in juridische procedure internationaal | 17 juli 2009

Dossier: Erkenning | Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Adviesbevoegdheid Internationaal Gerechtshof | Afscheiding | Erkenning | Onafhankelijkheid | Zelfbeschikkingsrecht, extern

Dit document bevat de aanvullende schriftelijke verklaring van Nederland betreffende de vraag of de proclamatie van onafhankelijkheid van Kosovo in overeenstemming is met internationaal recht, het bestaan en uitoefenen van het postkoloniale recht tot zelfbeschikking en de wettige uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht door de bevolking van Kosovo.

Written Statement of the Netherlands in the ICJ Advisory Opinion of the unilateral declaration of independence by the provisional institutions of self-government of Kosovo

Inbreng in juridische procedure internationaal | 17 april 2009

Dossier: Erkenning | Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Adviesbevoegdheid Internationaal Gerechtshof | Afscheiding | Erkenning | Onafhankelijkheid | Zelfbeschikkingsrecht, extern

Dit document bevat de schriftelijke verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de vraag of de proclamatie van onafhankelijkheid van Kosovo in overeenstemming is met internationaal recht, het bestaan en uitoefenen van het postkoloniale recht tot zelfbeschikking en de wettige uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht door de bevolking van Kosovo.

Interpretation of the award in the arbitration regarding the Iron Rhine (IJzeren Rijn) Railway

Uitspraak internationaal | 20 september 2005

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

Dit document bevat de uitleg van het arbitraal tribunaal van aspecten van de uitspraak, op verzoek van België, in de arbitrage tussen België en Nederland, inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied.

Award in the arbitration regarding the Iron Rhine (IJzeren Rijn) Railway

Uitspraak internationaal | 24 mei 2005

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

Dit document bevat de uitspraak in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied. Het tribunaal oordeelt dat Nederland haar wetgeving en beleid met betrekking tot de IJzeren Rijn spoorweg niet op een gunstiger manier hoeft toe te passen dan andere spoorwegen in Nederland.

Correction to the award in the arbitration regarding the Iron Rhine (IJzeren Rijn) Railway

Uitspraak internationaal | 24 mei 2005

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

Dit document bevat de correctie van de uitspraak in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied. In deze correctie is op verzoek van België het woord “plan” in paragraaf 81 vervangen door het woord “works”.

Judgment of the International Court of Justice on Preliminary Objections in the Case concerning Legality of Use of Force

Uitspraak internationaal | 15 december 2004

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Geweldgebruik (zie Ius ad bellum) | Geweldgebruik, collectief | Interne aangelegenheden | Rechtsmacht | Soevereiniteit | Territoriale soevereiniteit (zie Soevereiniteit)

In deze uitspraak komt het IGH tot het oordeel dat het Gerechtshof geen rechtsmacht heeft om inhoudelijk een uitspraak te doen over dit geschil, omdat Servië geen partij was bij het Statuut van het Gerechtshof op het moment dat het de procedure tegen Nederland initieerde.

Uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State Europese overeenkomst inzake Europese hoofdwegen

Jurisprudentie | 15 september 2004 | Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Doorwerking internationaal recht (zie Verdragen, rechtstreekse werking)

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat wanneer partijen een beroep doen op een bepaling van volkenrechtelijke aard de rechter tot taak heeft om een oordeel te geven over de vraag of een correcte uitvoering en toepassing van volkenrechtelijke regels in de nationale rechtsorde heeft plaatsgevonden. De bevoegdheid van de rechter om volkenrecht toe te passen berust onder meer op de artikelen 93 en 94 van de Grondwet.

De rechter is bevoegd het volkenrecht toe te passen in de nationale rechtsorde, voorzover zich dat voor toepassing door hem leent, ook in gevallen waarin er geen strijd is met nationale wettelijke voorschriften.

Aangezien de tekst, noch de geschiedenis van de totstandkoming van de Overeenkomst aanwijzingen bevatten dat de overeenkomstsluitende partijen al dan niet rechtstreekse werking aan de bepalingen van de Overeenkomst hebben willen verlenen, is voor de beantwoording van de vraag of aan die bepalingen een zodanige werking toekomt de inhoud  van die bepalingen beslissend. De bepalingen van de Overeenkomst dienen zodanig concreet en hanteerbaar te zijn dat zij door de rechter kunnen worden toegepast. In dat verband kunnen de bewoordingen, context, doel en strekking van de bepalingen en de samenhang met andere bepalingen uit de Overeenkomst worden bezien. Dat, zoals verweerder betoogt, de Overeenkomst alleen verplichtingen zou opleggen aan staten betekent niet zonder meer dat deze niet als een ieder verbindend kan worden aangemerkt. Voorzover verweerder wijst op het standpunt van de regering dat de bepalingen als richtlijnen dienen te worden beschouwd, merkt de Afdeling op dat beantwoording van de vraag of een verdrag een ieder verbindende bepalingen bevat uiteindelijk is voorbehouden aan de rechter. Zie essentie r.o. 2.2.3 – 2.2.6.

UItspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

Rejoinder of the Kingdom of the Netherlands in the Iron Rhine (IJzeren Rijn) Railway arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 1 juni 2004

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage | Rechtsmacht | Vreedzame geschillenbeslechting (zie Int. geschillenbeslechting, vreedzame)

Dit document bevat aanvullende schriftelijke inbreng van Nederland in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied, waarin o.a. wordt ingegaan op de territoriale integriteit van Nederland.

Counter-memorial of the Kingdom of the Netherlands in the Iron Rhine (IJzeren Rijn) Railway arbitration

Inbreng in juridische procedure internationaal | 1 januari 2004

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

Dit document bevat de schriftelijke inbreng van Nederland in de arbitrage tussen België en Nederland inzake de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorverbinding IJzeren Rijn op Nederlands grondgebied, waar o.a. wordt ingegaan op de feitelijke geschiedenis van de spoorweg en het Verdrag van Londen uit 1839 waarmee de onafhankelijkheid van België werd erkend.

Toont 1 - 30 van 45 resultaten.