Web content search

232 Zoekresultaten
Sorteren op: Datum /

Kamerbrief inzake type maatregelen die en staat kan nemen in reactie op onrechtmatig handelen van een andere staat

Kamerbrief | 13 april 2011

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | Sancties

Trefwoorden: Countermeasure (zie Tegenmaatregel) | Internationale onrechtmatige daad | Represaille (zie Tegenmaatregel) | Retorsie | Tegenmaatregel

Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de maatregelen die staten kunnen nemen in reactie op het onrechtmatig handelen van een andere staat. Het internationaal recht maakt onderscheid in twee typen unilaterale maatregelen die en staat kan inzetten, namelijk retorsies en tegenmaatregelen. Daarnaast wordt er in gegaan op de omstandigheden wanneer het gebruik van deze maatregelen gerechtvaardigd is.

Kamerbrief

Arrest Hoge Raad (stichting proefprocessenfonds Clara Wichmann)

Uitspraak nationaal | 1 april 2011 | Hoge Raad

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

De Hoge Raad oordeelt dat nu noch uit de tekst, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Vrouwenverdrag valt af te leiden dat de verdragsluitende Staten zijn overeengekomen dat aan art. 11 lid 2, onder b, geen rechtstreekse werking mag worden toegekend, voor het antwoord op de vraag of die verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft, de inhoud van de bepaling beslissend is: verplicht deze de Nederlandse wetgever tot het treffen van een nationale regeling met bepaalde inhoud of strekking, of is deze van dien aard dat de bepaling in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht kan functioneren (HR 30 mei 1986, LJN AC9402, NJ 1986/688). Van belang is of een bepaling onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om door de rechter te worden toegepast. Zie essentie r.o. 3.3.3.

Arrest Hoge Raad

Arrest Hoge Raad in de zaak Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann v. de Staat Der Nederlanden

Uitspraak nationaal | 1 april 2011

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Nationaal recht en internationaal recht, verhouding tussen | Verdragen, implementatie | Verdragen, rechtstreekse werking

In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het resultaat van de te nemen maatregelen in Artikel 11 lid 2, onder b, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) onvoldoende nauwkeurig is omgeschreven en dat deze bepaling derhalve ongeschikt is voor rechtsreekse toepassing door de nationale rechter.

Uitspraak 

Kabinetsreactie en AIV-advies piraterijbestrijding op zee

Kamerbrief | 1 april 2011

Dossier: Piraterijbestrijding

Trefwoorden: Piraterij

Deze brief bevat de kabinetsreactie op het AIV-advies ‘Piraterijbestrijding op zee - een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden’. Het kabinet oordeelt dat reders en kapiteins zelf hoofdverantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun schepen en zelf zelfbeschermingsmaatregelen dienen te treffen.

Kamerbrief inzake de huidige situatie in de Westelijke Sahara

Kamerbrief | 7 december 2010

Dossier: Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Erkenning | Erkenning van staten | Erkenning, niet- | Niet-zelf-besturend gebied (zie Trustgebied) | Zelfbeschikkingsrecht, extern

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer op verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de huidige situatie in de Westelijke Sahara.

 

Nota naar aanleiding van het verslag bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen verricht tegen de veiligheid van de zeevaart en het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentaal plat

Overig | 28 augustus 2010

Dossier: Transport | Terrorismebestrijding

Trefwoorden: Continentaal plateau | Scheepvaart | Terrorismebestrijding

Dit document bevat de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen verricht tegen de veiligheid van de zeevaart en van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentaal plat.

Nota naar aanleiding van het verslag

ATCM Working Paper “Report of the ATCM Intersessional Contact Group to examine the issue of biological prospecting in the Antarctic Treaty Area”

Inbreng internationaal overleg | 3 mei 2010

Dossier: Antarctica

Trefwoorden: Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Wetenschappelijk onderzoek

Dit werkdocument van Nederland is ingediend tijdens de 33ste Antarctic Treaty Consultative Meeting en bevat een verslag van de Intersessional Contact Group (ICG) over het gebruik van genetisch materiaal (bioprospecting) en de geïdentificeerde hiaten in de regulering van dit onderwerp.

ATCM Working Paper “Principles for the access to and use of biological material in the Antarctic Treaty Area”

Inbreng internationaal overleg | 3 mei 2010

Dossier: Antarctica

Trefwoorden: Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Wetenschappelijk onderzoek

Dit werkdocument van Nederland is ingediend tijdens de 33ste Antarctic Treaty Consultative Meeting en bevat beginselen voor de toegang tot en het gebruik van genetisch materiaal in Antarctica.

Arrest Hoge Raad (Vrouwenstandpunt SGP)

Jurisprudentie | 9 april 2010 | Hoge Raad

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

De Hoge Raad oordeelt dat art. 7a VN-Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft (in de zin van art. 93 en 94 Gw.). Het VN-Vrouwenverdrag eist dat de Staat passief kiesrecht voor vrouwen effectief verzekert. Verdrag laat Staat op dit punt geen beleidsvrijheid. Discriminatieverbod weegt, in zoverre het de kiesrechten van alle burgers waarborgt - neergelegd in art. 4 Gw., art. 25 in verband met art. 2 IVBPR en, toegespitst op de onderhavige kwestie, art. 7 Vrouwenverdrag - zwaarder dan de andere grondrechten die in het geding zijn. Staat is gehouden maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat SGP passief kiesrecht aan vrouwen toekent, waarbij de Staat een effectieve maatregel moet kiezen die zo min mogelijk inbreuk maakt op de grondrechten van de SGP. Rechter niet bevoegd Staat te bevelen wetgeving in formele zin tot stand te brengen (vgl. HR 21 maart 2003, NJ 2003, 691). Voor een rechterlijk gebod tot treffen van maatregelen ter voldoening aan art. 7 Vrouwenverdrag is in beginsel evenmin plaats. Dit geldt ook voor een bevel tot stopzetting subsidie SGP. Staat handelt in strijd met art. 7, aanhef en onder a en c, VN-Vrouwenverdrag en daarmee onrechtmatig door ten aanzien van politieke partij volgens welke aan vrouwen geen passief kiesrecht toekomt voor algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen, niet de maatregelen te nemen die art. 7, aanhef en onder a en c, van het Verdrag inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van hem vergt. Zie essentie r.o. 4.4.2

Arrest Hoge Raad

Arrest Hoge Raad (de Staat v. Clara Wichmann c.s. en SGP v. Clara Wichmann c.s.)

Uitspraak nationaal | 9 april 2010

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Nationaal recht en internationaal recht, verhouding tussen | Verdragen, implementatie | Verdragen, rechtstreekse werking

In deze uitspraak komt de Hoge Raad tot de conclusie dat artikel 7 (c) van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) rechtstreekse werking toekomt. Dit heeft tot gevolg dat de Staat gehouden is om maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent en dat de Staat daarbij een maatregel moet inzetten die effectief is en tegelijkertijd de minste inbreuk maakt op de grondrechten van de (leden van de) SGP.

Toont 161 - 170 van 232 resultaten.