Zoeken

Webcontent zoeken

  • Wie is een krijgsgevangene onder het humanitair oorlogsrecht?

    Iedere combattant die tijdens een gewapend conflict in handen valt van de tegenpartij heeft recht op bescherming als krijgsgevangene. Gevangen genomen geneeskundig personeel of geestelijk ...

  • Welke rechten en plichten heeft een combattant?

    Combattanten hebben rechten en plichten onder het humanitair oorlogsrecht. Een combattant heeft het recht rechtstreeks deel te nemen aan vijandelijkheden tussen staten. Een combattant is verder ...

  • Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2022

    In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2022 betrokken is geweest. In rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk ten uitvoer moeten worden gelegd.

  • Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. 'Ongewenste tweede nationaliteit'

    De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over onder andere het onderwerp ongewenste tweede nationaliteit. De beantwoording is mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • Kamerbrief inzake verzoek vaste commissie Buitenlandse Zaken om reactie inzake MH17

    Deze Kamerbrief bevat antwoorden op het verzoek van de commissie voor Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari 2023 en op de motie van het Lid Omtzigt c.s. d.d. 9 februari jl naar de inspanningen in het kader van accountability voor het Russische handelen in Oekraïne, zoals de mogelijke oprichting van een speciaal tribunaal voor de vervolging en berechting van het misdrijf agressie.

  • Kamerbrief inzake stand van zaken MH17

    Deze Kamerbrief bevat een update over de stand van zaken in de verschillende juridische procedures rondom het neerhalen van vlucht MH17. Het betreft het strafproces, de statenklacht tegen Rusland bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de procedure tegen Rusland bij de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).

  • Kamerbrief inzake nadere duiding kwalificatie apartheid

    Deze kamerbrief bevat een nadere de juridische duiding t.a.v. de kwalificatie van apartheid, die beschreven wordt in de brief van het kabinet van 13 juni 2022 (Kamerstuk 30 950, nr. 312) en hoe dit van toepassing is op de situatie in Israël.

  • Uitspraak EHRM L.A.D.L. t. Nederland – geen schending recht op een eerlijk proces

    De Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt in de zaak L.A.D.L. tegen Nederland (zaak nr. 58342/15) dat Nederland artikel 6, lid 1, van het EVRM niet heeft geschonden.

    Aan de verzoeker zijn belastingboetes opgelegd naar aanleiding van zijn verzuim om aan zijn wettelijke verplichting te voldoen om alle (voor de belastingheffing) relevante informatie te verstrekken. Aangezien deze informatie uiteindelijk waren verkregen onder dreiging van dwangsommen, stelt de verzoeker dat er sprake is van een schending van het privilege tegen zelfbeschuldiging (het nemo tenetur principe) zoals vastgelegd in artikel 6, lid 1 EVRM. Het EHRM stelt dat de bankafschriften en portefeuille-overzichten reeds inzichtelijk waren voor de autoriteiten. Daarbij is de dwangsom die de verzoeker vervolgens zou worden opgelegd (indien hij het bevel niet uitvoerde) niet te kwalificeren als onmenselijke of vernederende behandeling. Gezien het bovenstaande concludeert de Kamer dat het gebruik van de bankafschriften en portefeuille-overzichten niet onder de bescherming van het voorecht tegen zelfbeschuldiging valt. Daarom is er geen sprake van een schending van artikel 6, lid 1, EVRM.

  • Uitspraak EHRM H.F. e.a. v. Frankrijk - schending recht tot betreden grondgebied van staat waarvan persoon onderdaan is

    De Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt in de zaak H.F. and Others v. France (zaak nr. 24384/19 en 44234/02) dat Frankrijk artikel 3, lid 2, van het Vierde Protocol bij het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

    Verzoekers hebben de Franse autoriteiten gevraagd om repatriëring (terugbrengen naar Frankrijk) door de Franse autoriteiten van hun dochters en kleinkinderen, die zich bevinden in IS kampen in het noordoosten van Syrië. Verzoekers klagen bij het EHRM dat de weigering door Franse autoriteiten in strijd is met artikel 3 EVRM (bescherming tegen onmenselijke behandeling) en artikel 3, lid 2, Vierde Protocol (recht op toegang grondgebied eigen land). Het EHRM oordeelt dat de familieleden in kwestie zich niet binnen de Franse jurisdictie (rechtsmacht) bevonden, in de zin van artikel 1 EVRM, voor een beroep op artikel 3 EVRM. Het EHRM oordeelt tevens dat de vrouwen en kleinkinderen niet een recht op repatriëring hebben op grond van artikel 3, lid 2, Vierde Protocol. De bescherming van dit artikel kan in uitzonderlijke gevallen wel ‘positieve extraterritoriale verplichtingen’ met zich mee brengen voor een Staat. Het EHRM oordeelt dat de beoordeling door de Franse autoriteiten van het verzoek tot repatriëring niet was omgeven met voldoende procedurele waarborgen tegen arbitraire beslissingen, waardoor Frankrijk artikel 3, lid 2,Vierde Protocol heeft geschonden.

  • Yvonne Donders benoemd tot lid van het VN BuPo-Comité

    • CIR Nieuwsbericht | 20 juli 2022 | Bron: CIR

    Tijdens de verkiezingen in New York op 17 juni 2022 hebben de partijen bij het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) Prof. dr. Yvonne Donders benoemd tot lid bij het VN Comité ...