terrorismebestrijding - publicaties

Webcontent zoeken

  • Wat zijn de belangrijkste regels bij het voeren van vijandelijkheden?

    Bij het gebruik van wapens en het kiezen van methodes van oorlogvoering zijn de belangrijkste plichten: het maken van onderscheid tussen enerzijds militaire doelen en anderzijds beschermde ...

  • Initiative « MLA »

    • Content Dossier / MLA | 14 januari 2020

    Il existe un consensus mondial sur le fait qu’il ne doit pas y avoir d’impunité pour les crimes de génocide, les crimes contre l'humanité et les crimes de guerre ne doivent pas rester impunis. Les ...

  • Iniciativa MLA

    • Content Dossier / MLA | 17 januari 2020

    Existe un consenso mundial de que no debe haber impunidad para el genocidio, los crímenes de lesa humanidad y los crímenes de guerra. La investigación y el enjuiciamiento de tales crímenes son ...

  • Uitspraak EHRM A.M.A. v. Nederland – schending verbod op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak A.M.A. tegen Nederland (zaak nr. 23048/19) geoordeeld dat Nederland de procedurele kant van het verbod op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling onder artikel 3 van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

    De zaak betreft de uitzetting van verzoeker naar Bahrein, nadat zijn tweede asielverzoek in Nederland was afgewezen. Verzoeker klaagt dat dat de Nederlandse autoriteiten het risico dat hij bij uitzetting naar Bahrein aan onmenselijke en vernederende behandelingen zou worden onderworpen onvoldoende hebben ingeschat in strijd met artikel 3 EVRM. Het EHRM overweegt dat de autoriteiten op het laatste moment door verzoeker overgelegd bewijsmateriaal buiten beschouwing hebben gelaten, zonder de mogelijke relevantie ervan in hun definitieve risicobeoordeling mee te nemen. Dit werd met name verwijtbaar geacht gelet op de overige in het dossier beschikbare informatie alsook de algemene situatie in Bahrein. Het EHRM oordeelt dat een dergelijke benadering te beperkt is geweest en dat Nederland daarmee niet heeft voldaan aan de strenge en zorgvuldige onderzoeksplicht die volgt uit artikel 3 EVRM. Hiermee heeft er schending van artikel 3 EVRM plaatsgevonden.

  • Wanneer is er sprake van een niet-internationaal gewapend conflict?

    Van een niet-internationaal conflict is sprake wanneer een regering tegen niet-statelijke georganiseerde gewapende groeperingen vecht of wanneer twee of meer georganiseerde gewapende ...

  • Wanneer is er sprake van een internationaal gewapend conflict?

    Van een internationaal gewapend conflict is sprake wanneer één of meerdere staten gewapend geweld gebruiken tegen een andere staat. Of een situatie een internationaal gewapend conflict is, ...

  • Kamerbrief over stappen in diplomatieke betrekkingen met Russische Federatie

    In de Kamerbrief wordt de Kamer geïnformeerd over de reden voor de sluiting van het Handelskantoor van de Russische Federatie in Amsterdam, d.w.z. ontoereikende diplomatieke bezetting ten gevolge van de uitwijzing van een groot deel van de diplomatieke staf van Moskou en Sint Petersburg en het uitblijven van resultaat in de onderhandeling met Rusland over de verstrekking van visa aan nieuwe diplomatieke medewerkers.

  • Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2023

    In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2023 betrokken is geweest. In rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk ten uitvoer moeten worden gelegd.

  • MH17

    • Content Dossier / MLA | 4 maart 2020
    • Dossier: MH17

    Vlucht MH17 van Malaysia Airlines werd op 17 juli 2014 neergehaald in het oosten van Oekraïne. Daarbij kwamen alle 298 inzittenden om het leven. Uit onderzoek is gebleken dat de crash is ...

  • Uitspraak EHRM – D.K. t. Nederland – geen schending recht op privéleven

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak D.K. tegen Nederland (zaak nr. 1443/19) geoordeeld dat er geen sprake was van een schending van artikel 8 van het Verdrag (EVRM).

    De zaak betreft het recht op privéleven (artikel 8 EVRM), de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (artikel 9 EVRM), en de bescherming van eigendom (artikel 1 Protocol No. 1 EVRM). Het EHRM oordeelt dat de verplichting tot afsluiten van een basisverzekering voor ziektekosten en het afsluiten van een basisverzekering uit naam van verzoeker niet in strijd is met de vereisten van artikel 8 EVRM. Volgens het EHRM is de maatregel rechtmatig, is de doelstelling van de relevante wetgeving om een goed functionerend gezondheidsstelsel te bieden en in stand te houden, en is de verplichte basisverzekering voor de Nederlandse autoriteiten het antwoord op de dringende maatschappelijke behoefte om een betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg voor de bevolking te waarborgen. De klachten ten aanzien van artikel 9 EVRM en artikel 1, Protocol No. 1 EVRM zijn niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 35, derde lid, onder a, en vierde lid, van het EVRM.