Dit document bevat de slotopmerkingen (‘concluding observations’) van het VN-Comité voor de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie betreffende de 19e tot en met 21e rapporten van Nederland uit 2015.
Dit document bevat het standpunt van de Europese regeringsleiders over de relatie tussen de EU-landen, Oekraïne en Rusland, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Oekraïne en de Krim in 2014.
Met deze Kamerbrief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer over zijn standpunt met betrekking tot internationale aansprakelijkheid van staten, het non-interventiebeginsel en het verlenen van steun aan niet-statelijke actoren naar aanleiding van het leveren en financieren van niet-letale steun (NLA) aan oppositiegroepen in Syrië. Tot slot wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van Rusland voor het geven van steun aan niet-statelijke actoren in het oosten van Oekraïne (in het kader van het neerhalen van vlucht MH17).
Tweede Kamer, 2020-2021, 32623, nr. 312
In dit arrest komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de Nederlandse regering niet onrechtmatig heeft gehandeld door mee te werken aan de plaatsing van met kernkoppen uitgeruste kruisvluchtwapens in Nederland. Dit arrest is van belang omdat de Hoge Raad oordeelt dat er geen internationaalrechtelijke norm bestaat die het voorhanden hebben van kernwapens verbiedt.
Dit werkdocument van België, Duitsland en Nederland is ingediend tijdens 36ste Antarctic Treaty Consultative Meeting met als doel om het werk van CCAMLR inzake het instellen van Marine Protected Areas (MPA) onder de aandacht te brengen.
Dit advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) heeft betrekking op de toepasselijkheid van de Vierde Geneefse Conventie van 1949 inzake Bescherming van Burgers in oorlogstijd op de Palestijnse gebieden. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de CAVV hiertoe verzocht in oktober 2001.
Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de bevindingen van het onderzoek naar “The Impact of Investor-State-Dispute Settlement in the Transatlantic Trade and Investment Partnership” en adresseert de kansen en risico’s van investeerde-staat-geschillenbeslechting (ISDS) in TTIP. Vervolgens gaat de brief specifiek in op voorstellen van de onderzoekers inzake de beperking van ISDS gerelateerde risico’s en op de vervolgstappen die zij op basis van het onderzoek ziet.
Kamerbrief
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak R.H.S.N. tegen Nederland (zaak nr. 585/19) besloten de zaak niet ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 35, derde lid, onder a en b, en vierde lid, van het EVRM.
De zaak betreft het recht op een eerlijk proces en het recht op daadwerkelijk rechtsmiddel (artikel 6 lid 1 en 13 EVRM) en het bijzonder de behandeling van een zaak binnen een redelijke termijn en het aanzienlijk nadeel geleden door verzoeker. Het EHRM overweegt dat er geen objectieve indicaties zijn voor het vaststellen dat verzoeker een aanzienlijk nadeel heeft geleden door de vermeende schending van artikel 6 lid 1 EVRM. Nu dit aanzienlijke nadeel niet aanwezig is, is een effectief rechtsmiddel onder artikel 13 EVRM geen vereiste. Derhalve heeft het EHRM de zaak niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 35, derde lid, onder sub a en b, en vierde lid, van het EVRM.
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de visie van de Nederlandse regering ten opzichte van de toepassing van de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) in de door Israël bezette gebieden (Gaza, Westelijke Jordaanover, m.i.v. Oost-Jeruzalem en Golan) en andere conflictgebieden (Westelijke Sahara).
Deze brief informeert de Tweede Kamer over de volkenrechtelijke aspecten van de luchtaanvallen op ISIS doelen in Irak en Syrië. De brief zet het juridisch kader uiteen en bevat de rechtsgrond voor gebruik van geweld tegen ISIS in Irak op grond van Irakese toestemming. Met betrekking tot Syrië ontbreekt toestemming voor het gebruik van geweld tegen ISIS op Syrisch grondgebied, waardoor het geweldsverbod in beginsel geldt. De VS beroept zich op collectieve zelfverdediging, maar gezien daartoe geen internationale overeenstemming is, blijft de Nederlandse inzet beperkt tot Irak.
Toont 461 - 470 van 639 resultaten.