Zoeken

Web content search

244 Zoekresultaten

Trefwoord
Vul hier een trefwoord in waarop u wilt filteren.
Periode
Vul hier een begin- en einddatum in op de volgende manier: DD-MM-JJJJ
Thema's en Dossiers
MLA Initiative
Beschrijving
Publicatietype
Geografie
Sorteren op: Datum /

Yvonne Donders benoemd tot lid van het VN BuPo-Comité

CIR Nieuwsbericht | 20 juli 2022 | Bron: CIR

Tijdens de verkiezingen in New York op 17 juni 2022 hebben de partijen bij het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) Prof. dr. Yvonne Donders benoemd tot lid bij het VN Comité ...

Kamerbrief inzake start arbitragezaak Permanent Hof van Arbitrage (PHA) tegen het Koninkrijk

Kamerbrief | 23 juni 2022

Bestand: pdf - 46.9KB

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: Arbitrage

Met deze Kamerbrief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer over de arbitragezaak die het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) heeft ingesteld tegen het Koninkrijk der Nederlanden inzake de toepassing van het Zetelverdrag. Het geschil betreft de ruimtetoekenning door de Carnegie Stichting in het Vredespaleis aan het PHA.

Kabinetsreactie op het AIV/CAVV advies inzake autonome wapens

Kamerbrief | 17 juni 2022

Bestand: pdf - 655KB

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Militair materieel (zie Strategische goederen; zie Wapens)

Dit document bevat de Kabinetsreactie op het AIV/CAVV advies ‘Autonome wapensystemen: Het belang van reguleren en investeren'. In deze reactie apprecieert het kabinet puntsgewijs de aanbevelingen en licht het de hernieuwde inzet toe.

Uitspraak EHRM – D.K. v. Nederland – geen schending recht op privéleven

Uitspraak internationaal | 19 mei 2022

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy)

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak Cedrik Anakha de Kok tegen Nederland (zaak nr. 1443/19) geoordeeld dat er geen sprake was van een schending van artikel 8 van het Verdrag (EVRM).

De zaak betreft het recht op privéleven (artikel 8 EVRM), de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (artikel 9 EVRM), en de bescherming van eigendom (artikel 1 Protocol No. 1 EVRM). Het EHRM oordeelt dat de verplichting tot afsluiten van een basisverzekering voor ziektekosten en het afsluiten van een basisverzekering uit naam van verzoeker niet in strijd is met de vereisten van artikel 8 EVRM. Volgens het EHRM is de maatregel rechtmatig, is de doelstelling van de relevante wetgeving om een goed functionerend gezondheidsstelsel te bieden en in stand te houden, en is de verplichte basisverzekering voor de Nederlandse autoriteiten het antwoord op de dringende maatschappelijke behoefte om een betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg voor de bevolking te waarborgen. De klachten ten aanzien van artikel 9 EVRM en artikel 1, Protocol No. 1 EVRM zijn niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 35, derde lid, onder a, en vierde lid, van het EVRM.

Uitspraak EHRM inzake Gręzda tegen Polen - schending recht op toegang tot de rechter

Uitspraak internationaal | 15 maart 2022

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Toegang tot de rechter

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak Grzęda t. Polen (zaak nr. 43572/18) geoordeeld dat er een schending was van het recht op een eerlijk proces onder artikel 6 lid 1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De verzoeker is een rechter bij het Administratief Hooggerechtshof en verkozen tot lid van de Nationale Raad voor de Rechterlijke Macht. Zijn ambtstermijn als lid hiervan werd echter in 2018 voortijdig beëindigd na de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving in het kader van grootschalige justitiële hervormingen. Onder artikel 6 lid 1 EVRM voert verzoeker aan dat hem de toegang tot een rechter is ontzegd om de voortijdige beëindiging van zijn ambt aan te vechten. Het EHRM benadrukt het volledig bewust is van de verzwakking van de rechterlijke onafhankelijkheid en de normen van de rechtsorde als gevolg van de hervormingen van de Poolse regering. Daarnaast moeten procedurele waarborgen beschikbaar zijn voor het ontheffen van een rechterlijk lid van de Nationale Raad voor de Rechterlijke Macht uit zijn functie. Door het ontbreken daarvan is het recht van verzoeker op toegang tot een rechter onder artikel 6 lid 1 EVRM geschonden.

Kamerbrief start juridische procedure tegen Rusland bij ICAO vanwege MH17

Kamerbrief | 14 maart 2022

Bestand: pdf - 73.7KB

Dossier: Staten | Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: Aansprakelijkheid | Aansprakelijkheid, Staats- | MH17 | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

Door middel van deze kamerbrief wordt de Tweede Kamer geïnformeerd, namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Justitie en Veiligheid, dat Nederland samen met Australië een juridische procedure is gestart bij de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) tegen Rusland voor zijn rol bij het neerhalen van vlucht MH17. Nederland en Australië stellen in deze procedure dat Rusland het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart heeft geschonden door de rol die het heeft gespeeld bij het neerhalen van vlucht MH17.

Kamerbrief stand van zaken ontwikkelingen in en rondom Oekraïne

Kamerbrief | 26 februari 2022

Bestand: pdf - 619.4KB

Dossier: Vrede en veiligheid | Rechtsgrondslag geweldgebruik

Trefwoorden: Consulaire taken | Cyber | Geweldgebruik (zie Ius ad bellum) | Geweldverbod (zie Ius ad bellum) | Humanitair oorlogsrecht (zie Internationaal humanitair recht) | Militair materieel (zie Strategische goederen; zie Wapens) | Sancties, collectieve

De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie hebben de Kamer, mede namens de minister van Financiën, de minister van Justitie en Veiligheid, de minister van Economische Zaken & Klimaat, de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, doro middel van deze Kamerbrief geinformeerd over de kabinetsinzet naar aanleiding van de schokkende gebeurtenissen in Oekraïne en de implicaties van deze daad van agressie van Rusland.

Het kabinet gaat in deze Kamerbrief in op de actuele situatie in Oekraïne, de appreciatie van de Russische invasie, de internationale reactie en de houding van bondgenoten, de consequenties en internationale opvolging, de sanctiepakketten, de impact van deze pakketten, de bondgenootschappelijke afschrikking en verdediging, de levering van militaire goederen, de consulaire stand van zaken en de humanitaire situatie (incl. vluchtelingen). 

Wanneer is sprake van genocide?

Veelgestelde vragen | 6 december 2021

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

De definitie van genocide is vastgelegd in artikel II van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide. Een gelijkluidende definitie is te vinden in artikel 6 van het Statuut ...

Wat zijn internationale misdrijven?

Veelgestelde vragen | 6 december 2021

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

De term 'internationale misdrijven' is een verzamelbegrip voor een aantal zeer ernstige schendingen van het internationale recht: genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, ...

Uitspraak EHRM X. v. Nederland – schending recht op een eerlijk proces

Jurisprudentie | 3 november 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak X (zaak nr. 72631/17) geoordeeld dat Nederland artikel 6 lid 1 en 3 onder c van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op een eerlijk proces. De verzoekster stelt dat haar recht onder artikel 6 lid 3 onder c EVRM is geschonden nu zij niet in persoon bij de zitting van het gerechtshof aanwezig kon zijn. Het EHRM herhaalt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie het uitgangspunt dat het van cruciaal belang is dat een verdachte tijdens de rechtszitting aanwezig kan zijn. Tegelijkertijd stelt het EHRM dat het belang van de persoonlijke aanwezigheid bij de rechtszitting in hoger beroep niet van dezelfde cruciale betekenis is als in eerste aanleg. Volgens het EHRM heeft het gerechtshof niet voldoende gemotiveerd waarom de belangen van doeltreffende en voortvarende berechting en goede organisatie van de rechtspleging zwaarder wogen dan het belang van verzoekster om haar recht op aanwezigheid te kunnen uitoefenen. Daarom oordeelt het EHRM dat artikel 6 lid 1 en 3 onder c zijn geschonden.

Zienswijze BuPo - J.O.Z. en E.E.I.Z. v. Nederland - schending verbod op foltering

Uitspraak internationaal | 13 oktober 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Foltering, verbod | Onmenselijke en vernederende behandeling, verbod (zie Foltering, verbod) | Uitzetting (zie Uitwijzing) | Vreemdelingen

Het VN BuPo Comité heeft in de zaak J.O.Z. en E.E.I.Z. t. Nederland (zaak nr. 2796/2016) vastgesteld dat sprake is van een schending van artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), alleen en gelezen in samenhang met artikel 24 IVBPR.

De zaak betreft het verbod op foltering, wrede, onmenselijke of vernederende behandeling (artikel 7 IVBPR) en de rechten van het kind (artikel 24 IVBPR). Het Comité stelt op basis van artikelen 6 en 7 IVBPR lidstaten personen niet mogen uitzetten naar een gebied waar deze een reëel risico lopen op onherstelbare schade. Het Comité benadrukt dat dit risico persoonlijk moet zijn, waarbij de grens hoog ligt. Volgens het Comité valt vrouwelijke genitale verminking onder een verboden behandeling zoals bedoeld in artikel 7 IVBPR. Bij de beoordeling van de vraag of de regering in dit geval willekeurig heeft gehandeld of dat er sprake is van een kennelijke fout of dat geen rechtmatige beslissing is genomen, kijkt het Comité naar verschillende factoren. Op basis van deze factoren oordeelt het comité dat de regering het risico dat de dochter van verzoekster zou lopen op vrouwelijke genitale verminking bij terugkeer onjuist heeft beoordeeld. Om deze reden is sprake van een schending van artikel 7 IVBPR, alleen en in samenhang met artikel 24 IVBPR.

Kamerbrief inzake tegenmaatregelen bij ransomware aanvallen

Kamerbrief | 6 oktober 2021

Bestand: pdf - 165.4KB

Dossier: Vrede en veiligheid | Cyber

Trefwoorden: Cyber | Nationale veiligheid | Tegenmaatregel | Zorgvuldigheidsplicht | Digitaal

In deze Kamerbrief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op maatregelen die genomen kunnen worden in reactie op ransomware-aanvallen. Een groot deel van de brief betreft het internationaalrechtelijke kader inzake ransom-aanvallen, waarbij wordt ingegaan op tegenmaatregelen afgeleid vanuit het staatsaansprakelijkheidsrecht, op het zorgvuldigheidsbeginsel en op noodzaak (necessity). Ook is er aandacht voor het normatief kader en de diplomatieke responsopties op het gebied van cyber.  

Wat is het Tractatenblad?

Veelgestelde vragen | 10 augustus 2021

Dossier: Bronnen internationaal recht

In het Tractatenblad worden alle verdragen en volkenrechtelijke besluiten gepubliceerd die Nederland heeft gesloten met andere staten of volkenrechtelijke organisaties. De officiële bekendmakingen ...

Wat is een internationale organisatie?

Veelgestelde vragen | 10 augustus 2021

Dossier: Oprichting | Lidmaatschap | Privileges en immuniteiten | Zetelverdragen

Een internationale organisatie (IO) is een bij verdrag opgericht samenwerkingsverband tussen staten met eigen taken en organen. Een intergouvernementele organisatie (IGO) is een internationale ...

Kamerbrief inzake stand van zaken staatsaansprakelijkheid en statenklacht MH17

Kamerbrief | 9 juni 2021

Bestand: pdf - 57KB

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: MH17 | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-) | Statenklachtrecht

Deze Kamerbrief bevat de stand van zaken ten aanzien van de staatsaansprakelijkheid, de statenklacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het strafrechtelijk onderzoek en strafproces, en het naar aanleiding van de motie van het lid Van Dam uitgevoerde nader feitenonderzoek. In de brief wordt onder meer aangeven dat de mogelijkheid om het geschil inzake staatsaansprakelijkheid van Rusland voor te leggen aan een internationale rechter of organisatie serieus wordt overwogen.

Tweede Kamer, 2020-2021, 33997, nr. 164

Uitspraak EHRM M.F.D. v. Nederland – geen schending recht op een eerlijk proces

Jurisprudentie | 8 juni 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak M.F.D. (zaak nr. 61591/16) geoordeeld dat Nederland artikel 6 van het Verdrag (EVRM) niet heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op een eerlijk proces. De verzoeker stelt dat zijn afwezigheid bij de rechtszitting in hoger beroep een schending is van artikel 6 EVRM. Volgens de verzoeker had de regering meer moeten doen om zijn aanwezigheid bij de zitting te bewerkstelligen. Het EHRM herhaalt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie het uitgangspunt dat het van cruciaal belang is dat een verdachte tijdens de rechtszitting aanwezig kan zijn. Tegelijkertijd stelt het EHRM dat het belang van de persoonlijke aanwezigheid bij de rechtszitting in hoger beroep niet van dezelfde cruciale betekenis is als in eerste aanleg. Door herhaaldelijk en ondubbelzinnig te weigeren mee te werken aan een videoconferentie, heeft de verdachte volgens het EHRM echter afstand gedaan van zijn recht om deel te nemen aan de zitting in zijn zaak. Daarom concludeert het EHRM dat artikel 6 EVRM niet is geschonden.

Uitspraak EHRM S.L.S. v. Nederland – geen schending recht op een eerlijk proces

Jurisprudentie | 31 mei 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy) | Eerlijk proces | Toegang tot de rechter

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak S.L.S. e.a. (zaak nr. 19732/17) geoordeeld dat Nederland artikel 6 van het Verdrag (EVRM) niet heeft geschonden, waardoor het niet nodig is om de klacht over de schending van artikel 13 EVRM te beoordelen. Daarnaast verklaart het EHRM de klacht ten aanzien van artikel 8 EVRM niet-ontvankelijk.

De zaak betreft het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM), het recht op eerbiediging van privé-, familie en gezinsleven (artikel 8 EVRM) en het recht op een effectief rechtsmiddel (artikel 13 EVRM). Wat betreft artikelen 6 en 8 EVRM stellen de verzoekers dat  de elektronische kennisgeving van besluitvorming een beperking vormt van het recht op toegang tot de rechter en het recht op eerbiediging van het privé- familie en gezinsleven, omdat niet alle inwoners beschikken over een computer of internet. Wat betreft de klacht onder artikel 6 EVRM, stelt het EHRM dat het recht op toegang tot de rechter geen absoluut recht is. Het recht mag worden beperkt en moet ook gereguleerd worden door de nationale overheid. Het EHRM toetst of verzoekers een duidelijke, praktische en effectieve mogelijkheid hadden om tegen de besluitvorming in beroep te gaan. Op basis van het voorgaande oordeelt het EHRM dat er geen schending is van artikel 6 EVRM en verklaart de klacht op basis van artikel 8 EVRM niet-ontvankelijk. Daarbij is het niet nodig om de klacht over de schending van artikel 13 EVRM te beoordelen.

Rapportage internationale mensenrechtenprocedures 2020

Overig | 18 mei 2021 | Minister van Buitenlandse Zaken

Bestand: pdf - 505.8KB

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Mensenrechtenschendingen | Individueel klachtrecht | Verdragsverplichtingen, materiële schending van

In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2020 betrokken is geweest. In rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk tenuitvoer moeten worden gelegd.

Uitspraak EHRM F.G.Z. v. Nederland – schending recht op vrijheid en veiligheid

Jurisprudentie | 9 mei 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Voorlopige hechtenis

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak F.G.Z. (zaak nr. 69491/16) geoordeeld dat Nederland artikel 5 lid 3 van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op vrijheid en veiligheid. De verzoeker stelt dat er onvoldoende grond was voor verlenging van zijn voorlopige hechtenis en dat de diverse beslissingen daarover bovendien onvoldoende gemotiveerd waren. Het EHRM herhaalt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie het uitgangspunt dat het de verantwoordelijkheid is van de nationale autoriteiten om een voorlopige hechtenis niet onredelijk lang te laten duren. In dat kader moet de rechtvaardiging voor voorlopige hechtenis altijd overtuigend worden aangetoond op grond van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden. Vanwege het gebrek aan een kenbare afweging van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden zijn de beslissingen om de voorlopige hechtenis niet op te heffen of te schorsen onvoldoende onderbouwd. Daarom concludeert het EHRM dat er sprake is van een schending van artikel 5 lid 3 EVRM.

Uitspraak EHRM M.M. v. Nederland – schending recht op vrijheid en veiligheid

Jurisprudentie | 9 mei 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Voorlopige hechtenis

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak M.M. (zaak nr. 10982/15) geoordeeld dat Nederland artikel 5 lid 3 van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op vrijheid en veiligheid. De verzoeker stelt dat er onvoldoende grond was voor zijn voorlopige hechtenis of, subsidiair, dat de diverse beslissingen over de voortzetting van de hechtenis onvoldoende gemotiveerd waren. Het EHRM herhaalt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie het uitgangspunt dat het de verantwoordelijkheid is van de nationale autoriteiten om een voorlopige hechtenis niet onredelijk lang te laten duren. In deze zaak is de oorspronkelijke beslissing over de voorlopige hechtenis volgens het EHRM voldoende met redenen omkleed. Daarom concludeert het EHRM dat er sprake is van een schending van artikel 5 lid 3 EVRM.

Uitspraak EHRM F.E.H. v. Nederland – schending recht op vrijheid en veiligheid

Jurisprudentie | 9 mei 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Voorlopige hechtenis

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak F.E.H. (zaak nr. 73329/16) geoordeeld dat Nederland artikel 5 lid 3 en 4 van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 5 EVRM). De verzoeker stelt dat zijn voorlopige hechtenis in strijd was met artikel 5 lid 1 en 3 van het Verdrag, omdat er onvoldoende grond was voor de verlening ervan. Ook stelt de verzoeker dat de diverse beslissingen daarover onvoldoende gemotiveerd waren. Bovendien zou het verzoek om opheffing van voorlopige hechtenis onvoldoende zorgvuldig behandeld zijn. Het EHRM benadrukt dat voorlopige hechtenis niet onredelijk lang mag duren. Vanwege het gebrek aan een kenbare afweging van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden zijn de beslissingen om de voorlopige hechtenis niet op te heffen of te schorsen onvoldoende onderbouwd. Daarom is sprake van een schending van artikel 5 lid 3 EVRM. Verder oordeelt het EHRM dat de periodes van 22 respectievelijk 26 dagen die de rechtbank en het gerechtshof nodig hadden om tot een beslissing te komen niet voldoen aan de eis van een tijdige behandeling. Daarom wordt ook een schending van artikel 5 lid 4 EVRM geconstateerd.

Uitspraak EHRM inzake V.K. v. Nederland - schending recht op een eerlijk proces

Uitspraak internationaal | 19 april 2021

Dossier: Individuen en groepen | Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces | Getuigen

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de zaak V.K. (zaak nr. 2205/15) geoordeeld dat Nederland artikel 6 lid 1 en 3 onder d van het Verdrag (EVRM) heeft geschonden.

De zaak betreft het recht op een eerlijk proces, meer in het bijzonder het recht om belastende getuigen te ondervragen. De verzoeker is door het gerechtshof veroordeeld voor oplichting. De veroordeling is mede op basis van zes getuigenverklaringen uitgesproken. Volgens het EHRM is – wat betreft de eerste klacht – dit recht om belastende getuigen te ondervragen niet absoluut. Echter, het uitblijven van het ondervragingsrecht en diens verenigbaarheid met het recht op een eerlijk proces kan wel door het EHRM worden getoetst aan de hand van criteria. Het EHRM concludeert dat, als gevolg van de onmogelijkheid om de zeven getuigen te ondervragen, artikel 6 lid 1 en 3 onder d EVRM zijn geschonden.

Nationale Groep van het Permanent Hof van Arbitrage

Content Dossier / MLA | 2 april 2021

Dossier: Nationale Groep van het Permanent Hof van Arbitrage

Het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) is het eerste permanente internationale mechanisme voor de vreedzame beslechting van geschillen tussen staten. Het is opgericht onder twee in Den Haag tot ...

Hoe is het Internationaal Strafhof samengesteld?

Veelgestelde vragen | 8 maart 2021

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Het Internationaal Strafhof is opgericht bij verdrag, het Statuut van Rome. Het Statuut benoemt in artikel 34 de volgende organen van het Strafhof: Presidium afdelingen Beroep, Berechting en ...

Wat is de bevoegdheid van het Internationaal Strafhof?

Veelgestelde vragen | 8 maart 2021

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Het in 2002 in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof is opgericht bij verdrag, het Statuut van Rome. In januari 2021 telde het Statuut 123 verdragspartijen, zie The States Parties to the ...

Landsgrenzen

Content Dossier / MLA | 14 januari 2021

Dossier: Landsgrenzen

Het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden grenst niet alleen aan dat van Duitsland en België maar ook aan dat van Frankrijk: Sint Maarten en Saint Martin zijn buurlanden. En niet alleen ...

Zeegrenzen

Content Dossier / MLA | 14 januari 2021

Dossier: Zeegrenzen

Nederland heeft meerdere grenzen op zee. Deze grenzen bakenen maritieme zones af, waar Nederland bepaalde rechten heeft. Bijvoorbeeld om bodemschatten te exploiteren of schepen te controleren. ...

Arrest Hoge Raad (Kazachstan en Samruk v. Stati)

Uitspraak nationaal | 18 december 2020

Bestand: pdf - 150.1KB

Dossier: Staatsimmuniteit

Trefwoorden: Beslag, conservatoir | Immuniteit van executie | Staatsimmuniteit

In dit arrest van de Hoge Raad wordt, in para. 3.2.4, geoordeeld dat immuniteit van executie van staatseigendom niet is beperkt tot goederen waarvan de onmiddellijke bestemming een publieke is. Op grond van het volkenrecht geldt voor goederen van een vreemde staat een presumptie van immuniteit van executie, die alleen wijkt indien is vastgesteld dat de desbetreffende goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn beoogd voor andere dan publieke doeleinden. Tevens oordeelt de Hoge Raad in para. 3.2.5 dat niet duidelijk is waarom als vaststaand kan worden aangenomen dat de door Samruk gehouden aandelen in KMGK een andere bestemming hebben dan een publieke bestemming. Dat de opbrengsten uit de aandelen in KMGK bestemd zijn om de nationale welvaart van Kazachstan te vergroten, wijst immers in beginsel erop dat deze een publieke bestemming hebben.

Rechtspraak - arrest Hoge Raad Kazachstan en Samruk v. Stati

Polaire Strategie 2021-2025

Overig | 18 december 2020

Bestand: pdf - 783.6KB

Dossier: Antarctica | De Noordpool

Trefwoorden: Internationaal milieurecht | Wetenschappelijk onderzoek

Dit document bevat de Nederlandse Polaire Strategie voor de periode 2021-2025. De strategie beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen in de poolgebieden op het gebied van o.a. geopolitiek, klimaat en economische ontwikkelingen, en de relevantie daarvan voor Nederland. Het Nederlands polair beleid stoelt al geruime tijd op drie kernbegrippen: duurzaamheid, internationale samenwerking en wetenschappelijk onderzoek. De strategie geeft weer hoe Nederland de komende jaren betrokken wil zijn bij de ontwikkelingen en hoe Nederland zijn doelen nastreeft.

Voormalig Juridisch Adviseur Adriaan Bos overleden

CIR Nieuwsbericht | 20 november 2020 | Bron: CIR

Vandaag bereikte ons het droevige bericht dat voormalig Juridisch Adviseur van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Adriaan Bos op 19 november 2020, is overleden.

Toont 1 - 30 van 244 resultaten.