Het EHRM heeft in de zaak E.G.E. t. Nederland een schending van artikel 3 EVRM (verbod van foltering) vastgesteld.
De zaak betreft een politieoptreden waarbij een agent disproportioneel geweld heeft gebruikt tegen de partner van verzoekster. Dit geweld omvatte onder meer een vuistslag tegen het achterhoofd, alsmede andere vormen van geweld. De partner van verzoekster overleed kort daarna op het politiebureau, vermoedelijk als gevolg van een hoge cocaïneconcentratie in zijn lichaam. Een verband tussen het gebruikte geweld en zijn overlijden werd niet vastgesteld. Nadat de agent niet werd vervolgd, klaagde verzoekster hierover bij het gerechtshof, dat oordeelde dat de vuistslag weliswaar achterwege had moeten blijven, maar geen vervolging rechtvaardigde. Het EHRM stelt vast dat verzoekster als slachtoffer kan worden aangemerkt en oordeelt dat de regering niet overtuigend heeft aangetoond dat de vuistslag strikt noodzakelijk en proportioneel was, mede omdat de partner van verzoekster geen wapen bij zich had en al onder controle van vier agenten was. Het EHRM heeft geoordeeld dat er sprake is van een schending van artikel 3 EVRM.
In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2025 betrokken is geweest. In het rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk ten uitvoer moeten worden gelegd.
Dit document bevat de Nederlandse Polaire Strategie voor de periode 2026-2030. Het betreft het Nederlandse beleidskader voor de poolgebieden dat iedere vijf jaar wordt hernieuwd. De strategie beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen in de poolgebieden op het gebied van o.a. geopolitiek, klimaat en economische ontwikkelingen, en de relevantie daarvan voor Nederland.
Dit document bevat de achtste tussentijdse rapportage van Nederland onder het Verdrag tegen Foltering en andere Wrede, Onmenselijke en Onterende Behandeling of Bestraffing (CAT). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het Verdrag.
Dit document bevat de zevende tussentijdse rapportage van Nederland onder het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het Verdrag.
Dit document bevat de zevende tussentijdse rapportage van Nederland onder het Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR/ECOCUL). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het Verdrag.
In deze kamerbrief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op drie resoluties van parlementaire organen en een rapport van de onafhankelijke Onderzoekscommissie van de VN Mensenrechtenraad inzake Syrië over genocide en ISIS.
In deze kamerbrief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op rapporten over de situatie in Gaza van verschillende NGO's en de verplichtingen van Nederland onder het Genocideverdrag en het Statuut van Rome. Deze brief verwijst ook naar de moeilijkheden met het bewijzen van genocide en de jurisprudentie en dissussies omtrent de juiste bewijsstandaarden.
Memorie van Toelichting uit 2002 bij het wetsvoorstel dat de Wet internationale misdrijven in het leven roept. Deze Wet internationale misdrijven stelt "de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap met zorg vervullen" uit het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof strafbaar.
Deze Memorie van Toelichting gaat in op de wijzigingen van Nederlandse wetgeving die nodig zijn om uitvoering te geven aan het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning. Het gaat om wijzigingen van de Wet Internationale Misdrijven (WIM) en de Uitleveringswet.
Deze Memorie van Toelichting bij de goedkeuring van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning gaat in op de inhoud van dit verdrag en de gevolgen voor Nederlandse wetgeving. Het bevat ook een artikelgewijze toelichting.
Dit document is de Memorie van Toelichting bij de goedkeuring van het op 17 juli 1998 totstandgekomen Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Deze Memorie van Toelichting gaat in op de onderhandelingen van het Statuut van Rome, de vestiging van het Internationaal Strafhof in Den Haag, de opzet van het Statuut, de gronwettelijke aspecten van goedkeuring van het Statuut en de benodigde uitvoeringswetgeving. Ook bevat het een artikelgewijze toelichting.
Deze brief van de Minister van Buitenlandse Zaken volgt op een toezegging aan de Tweede Kamer om een nadere juridische analyse te geven over de toepasselijkheid van het Genocideverdrag in relatie tot de situatie van de Oeigoeren in China.
Dit is de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel ter goedkeuring van het op 16 december 2025 tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van een schadevergoedingscommissie voor Oekraïne. Deze schadevergoedingscommissie zal vorderingen behandelen en compensatie vaststellen voor de geleden schade als gevolg van Russische agressie in Oekraïne.
In deze brief gaat de Minister van Buitenlandse Zaken in op de inzet van de Nederlandse regering ten aanzien van de bescherming van mensenrechten en gemeenschappen, het tegengaan van straffeloosheid en de opbouw van juridische en maatschappelijke capaciteit in Syrië. Daarbij gaat de Minister ook in op hoe de regering uitvoering geeft aan de moties Dobbe c.s., Van Baarle en Piri.
Antwoorden van de Ministers van Buitenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Defensie, op vragen van leden Van der Werf, Paternotte en Boswijk over de Kamerbrief stand van zaken aanpak schaduwvloot.
In deze brief gaan de Minister van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in op de initiatiefnota van het kamerlid van Raan over Ecocide – de ontbrekende misdaad tegen de vrede. In deze brief stellen de Ministers dat het kabinet geen voorstander is van internationale strafbaarstelling van ecocide door het op te nemen in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.
In dit document geeft de Minister van Buitenlandse Zaken antwoord op vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de brief van 5 juli 2019 over de actualisering van het veiligheidsdeel van de Nederlandse Polaire Strategie 2016–2020.
In deze kamerbrief reageert het kabinet op het advies 'Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties', dat op 12 maart 2026 gezamelijk door de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) is uitgebracht. Deze reactie gaat in op het versterken en waar nodig aanvullen van het systeem om straffeloosheid tegen te gaan.
In dit advies gaat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in op de verplichitingen van staten met betrekking tot klimaatverandering. In maart 2023 had de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om dit advies gevraagd.
In dit document reageert het kabinet op advies nummer 45 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over de consequenties op de lange termijn van het oprichten van een alternatief tribunaal om de misdaad van agressie te berechten en andere mogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten. Dit advies is op 24 januari 2024 uitgebracht nadat de Tweede Kamer er in oktober 2023 om had verzocht.
In dit document reageert het kabinet op advies nummer 46 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over de ontwerpconclusies van de International Law Commission (ILC) over algemene rechtsbeginselen. Dit advies is op 12 juni 2024 uitgebracht nadat de Minister van Buitenlandse zaken er in oktober 2023 om had verzocht.
Dit document bevat een Koninklijke boodschap inzake het voorstel van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat het advies van de Raad van State over het voorstel van kamerlid Taverne tot wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat de nota n.a.v. verslag over het voorstel van lid Taverne tot wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat een brief van de Minister van Buitenlandse Zaken inzake de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat de Memorie van Toelichting (MvT) zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de Raad van State bij het voorstel van lid Taverne tot wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
De meest actuele versie van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat het nader verslag bij het voorstel van lid Taverne tot wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat de Memorie van Antwoord (MvA) inzake de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat het eindverslag over de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Dit document bevat het Verdrag van Wenen inzake statenopvolging met betrekking tot verdragen.
Deze Kabinetsreactie gaat in op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) ‘Nieuwe wegen voor internationale milieusamenwerking’. Er wordt ingegaan op huidige en toekomstige milieuproblemen die door de AIV worden geschetst, waaronder de verslechtering van milieucondities en de dreigende schaarste van natuurlijke hulpbronnen. Daarnaast wordt er ingegaan op het Nederlandse beleid voor internationale milieusamenwerking, zoals het afbouwen van zelfstandige milieuprogramma's.
Dit document bevat het verslag met de beantwoording van vragen omtrent het Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen door de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken.
Dit document bevat het advies van de Raad van State en een nader rapport van de Minister voor Buitenlandse zaken over het Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen.
Dit document bevat de behandeling van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties in de Eerste Kamer.
Dit document bevat de nota naar aanleiding van het verslag bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat het eindverslag van de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat de Memorie van Antwoord bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties (1986).
Dit document bevat het advies van de Raad van State inzake de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Deze brief informeert de Eerste Kamer over de goedkeuring en uitvoering van de aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Er wordt antwoord gegeven op vragen gesteld door een aantal fractieleden. Deze betreffen de volgende onderwerpen: internationale crisisbeheersingsoperaties, taakverzwaring en positie van het Internationaal Strafhof, uitbreiding en definitie van oorlogsmisdrijven in geval van een niet-internationaal gewapend conflict, het misdrijf agressie, positie overige Koninkrijksdelen, inwerkingtreding en opt-outs en de reikwijdte van de rechtsmacht van de Nederlands justitie.
Het VN BuPo Comité heeft in de zaak W.S.J. t. Nederland (zaak nr. 3077/2017) vastgesteld dat Nederland het recht op gelijke behandeling onder artikelen 2, lid 1, en 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) niet heeft geschonden.
De zaak betreft een pensioengerechtigde in Caraïbisch Nederland die stelt dat zijn pensioen lager is dan dat van pensioengerechtigden in Europees Nederland. Hierdoor zou sprake zijn van een schending van het recht op gelijke behandeling. Het Comité kijkt enkel naar de klacht onder artikel 26 IVBPR en oordeelt dat de verzoeker niet in een gelijke situatie verkeert als Europees Nederlands pensioengerechtigden. Het verschil in behandeling kan volgens het Comité objectief en naar redelijkheid worden gerechtvaardigd, omdat er sociaaleconomische en juridische verschillen bestaan tussen Caraïbisch Nederland en Europees Nederland. Het Comité oordeelt dat er geen sprake is van een schending van het recht op een gelijke behandeling.
In dit document geeft de Minister van Buitenlandse zaken antwoord op vragen van Tweede Kamerleden Piri (GroenLinks-PvdA) en Boswijk (CDA) over de aansprakelijkstelling van Afghanistan door Nederland, Australië, Canada en Duitsland. Deze aansprakelijkstelling ziet op het niet-nakomen van verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door Afghanistan.
In deze brief informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer nader over de verklaring tot interventie in de rechtszaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof. De Minister benadrukt dat deze verklaring niet betekent dat Nederland een inhoudelijke positie inneemt in de zaak of partij zou kiezen. Deze interventie ziet louter op een juridische interpretatie van delen van het Genocideverdrag en heeft als doel de ontwikkeling van het internationaal recht te bevorderen.
In dit document reageert het kabinet op advies nummer 24 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over Extern optreden van de Europese Unie en internationaal recht. Dit advies is op 20 mei 2014 uitgebracht nadat de Minister van Buitenlandse zaken er in december 2012 om had verzocht.
Deze resolutie bevat een rapport over de taakomschrijving van het IIIM, kort voor International, Impartial and Independent Mechanism to Assist in the Investigation and Prosecution of Persons Responsible for the Most Serious Crimes under International Law Committed in the Syrian Arab Republic since March 2011. Het rapport gaat o.a. in op het mandaat, het juridisch kader, de werkwijze en de samenstelling van dit mechanisme.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot oprichting van een speciaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk gehouden worden voor de aanslag op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri. Het document bevat ook het statuut van dit speciale tribunaal.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk gehouden worden voor ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht op het grondgebied van voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991.
In deze resolutie besluit de VN-Veiligheidsraad tot het oprichten van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging en berechting van personen die verantwoordelijk worden gehouden voor genocide of andere serieuze schendingen van internationaal recht in Rwanda in 1994. Het document bevat ook het statuut van het Rwandatribunaal.
In deze resolutie veroordeelt de VN-Veiligheidsraad het neerschieten van de vlucht MH17 en roept de raad alle staten en actoren in de regio op mee te werken aan het bergen van de lichamen en het verdere onderzoek.
In dit verslag van de hoorzitting van 10 december 2024 in de IGH-adviesprocedure over klimaatverandering kunt u de Nederlandse inbreng vinden.
Dit document bevat het schriftelijk commentaar van Nederland in de IGH-adviesprocedure over de verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering.
Dit document bevat de schriftelijke inbreng van Nederland van 21 maart 2024 in de IGH-adviesprocedure over de verplichtingen van staten met betrekking tot klimaat verandering.
In dit verslag van de hoorzitting van 20 februari 2024 in de IGH-adviesprocedure over de juridische gevolgen van het beleid en de praktijken van Israël in de bezette Palestijnse gebieden kunt u de Nederlanse inbreng vinden.
In dit document stelt Nederland dat het van plan is te interveniëren in de zaak tussen Zuid-Afrika en Israël bij het IGH. Deze zaak gaat over de toepassing en naleving van het Genocideverdrag, waar Nederland ook partij bij is. In deze verklaring geeft Nederland ook een overzicht van de onderwerpen die in deze interventie aan bod zullen komen.
In dit document reageert het kabinet op advies nr. 35 van de Commissie van advies inzake Volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) tezamen met de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over 'Het leveren en financieren van niet-letale steun aan niet-statelijke, gewapende groepen in het buitenland'.
In dit document reageert het kabinet op advies nr. 36 van de Commissie van advies inzake Volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV). Dit advies ging over de ILC's ontwerpbeginselen inzake de bescherming van het milieu in relatie tot gewapend conflict.
In dit document reageert het kabinet op advies nr. 37 van de Commissie van advies inzake Volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over 'Dwingende regels van algemeen internationaal recht'. Dit advies ging over het werk van de ILC op het gebied van dwingendrechtelijke regels.
In dit document reageert het kabinet op advies nr. 32 van de Commissie van advies inzake Volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) over de ILC's ontwerp-artikelen inzake misdrijven tegen de menselijkheid.
Toont 1 - 60 van 563 resultaten.