Zoeken

Web content search

145 Zoekresultaten

Sorteren op: Datum /

EHRM Dijkhuizen v. Nederland

Uitspraak internationaal | 8 juni 2021

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Dijkhuizen tegen Nederland (zaak nr. 61591/16) geoordeeld dat Nederland artikel 6, derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) niet heeft geschonden. Artikel 6 bevat het recht op een eerlijk proces, waaronder het recht om in persoon bij de rechtszitting aanwezig te zijn. Volgens het EHRM heeft verzoeker meerdere malen expliciet en bij monde van zijn advocaat geweigerd om via een videoverbinding deel te nemen aan de rechtszaak. Daarom hoefde het Gerechtshof niet in te gaan op het verzoek om alsnog via een videoverbinding deel te mogen nemen dat werd gedaan op de laatste dag van de openbare behandeling.   Het EHRM herhaalt in de uitspraak het uitgangspunt dat het doel en de opzet van artikel 6 in zijn geheel genomen is, dat een persoon aan wie een strafbaar feit ten laste wordt gelegd, recht heeft om deel te nemen aan de zitting. Het is voor een eerlijk proces van groot belang dat de beschuldigde ter zitting aanwezig kan zijn. Daarbij is het cruciale belang van een zitting naar aanleiding van een ingediend beroep minder groot dan de oorspronkelijke inhoudelijke zitting in de strafprocedure. In dat kader moet in ieder geval de specifieke aspecten van de procedure worden bezien en de wijze waarop de belangen van de verzoeker daarbij zijn beschermd, aldus het EHRM.   Kijkend naar de omstandigheden van dit geval staat voor het EHRM vast dat het voor verzoeker onmogelijk was om naar Nederland terug te keren voor het bijwonen van de rechtszitting in beroep, omdat hij in Peru gedetineerd was in verband met een strafrechtelijke verdenking. Hoewel er geen officieel uitleveringsverzoek is gedaan, is de door de regering verkregen informatie over de onmogelijkheid om verzoeker uitgeleverd te krijgen met het oog op de zitting voldoende betrouwbaar en verzoeker heeft deze informatie ook niet betwist. De regering heeft voldoende gedaan om de mogelijkheden voor internationale juridische samenwerking te onderzoeken. Mede gezien de omstandigheid dat deze procedure deel uitmaakte van een omvangrijke en complexe strafzaak waarbij zeven verdachten waren betrokken die op dat moment elk in een ander land verbleven, mocht het gerechtshof een videoverbinding voor verzoeker in de plaats stellen van fysieke aanwezigheid bij de rechtszitting. Daarbij komt dat de herhaalde weigering van verzoeker om mee te werken aan een videoverbinding, die een periode van elf maanden werd volgehouden, kan niet anders worden gezien dan als een verklaring dat hij afziet van zijn recht om aanwezig te zijn bij de rechtszitting in zijn eigen zaak. Het gerechtshof mocht daarom afzien van inwilliging van het verzoek van de advocaat dat werd gedaan in zijn slotpleidooi, om de procedure toch te verlengen met het oog op een videoverbinding met verzoeker. Met deze gang van zaken is er geen sprake van een schending van artikel 6 van het EVRM, aldus het EHRM.

Uitspraak EHRM - Centrum för rättvisa tegen Zweden - schending eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie

Uitspraak internationaal | 25 mei 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy) | Privacy | Proportionaliteitsbeginsel

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Centrum för rättvisa tegen Zweden (zaak nr. 35252/08) geoordeeld dat Zweden artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Artikel 8 bevat het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie. De schending is aangenomen omdat het Zweedse regime voor bulk-interceptie van gegevens niet is onderworpen aan voldoende waarborgen. Nederland heeft als derde-partij een reactie ingediend over een aantal punten die in algemene zin spelen bij bulk-interceptie van gegevens en dus zaakoverstijgend zijn. Het EHRM overweegt dat de beslissing voor een regime voor bulk-interceptie op zich niet in strijd is met artikel 8 EVRM. In het licht van het veranderende karakter van moderne communicatietechnologie, moet de gebruikelijke wijze van toetsing voor surveillancesystemen worden aangepast aan de specifieke eigenschappen van een bulk-interceptiesysteem, waarbij het inherente risico bestaat op misbruik en tegelijkertijd een legitieme behoefte bestaat voor geheimhouding.  Voor een dergelijk systeem zijn ‘end to end’-waarborgen noodzakelijk. Dit betekent dat op nationaal niveau bij elke stap in het proces een beoordeling moet plaatsvinden van de noodzaak en proportionaliteit van de te nemen maatregelen. Ook moet er voorafgaand onafhankelijk toezicht zijn voor de bulk-interceptie op het moment dat het doel en de omvang ervan bekend worden. Daarnaast moet toezicht worden gehouden op de operatie en moet er na afloop onafhankelijk toezicht zijn, aldus het EHRM. Het EHRM constateert dat de Zweedse autoriteiten veel inspanningen hebben geleverd om ervoor te zorgen dat het Zweedse regime voor bulk-interceptie zou voldoen aan de eisen van het EVRM. Desondanks stelt het EHRM vast dat aan het regime drie gebreken kleven, namelijk: - het ontbreken van een duidelijke regel over het vernietigen van het opgevangen materiaal dat geen persoonsgegevens bevatte; - het ontbreken van een vereiste in relevante wetgeving dat bij een besluit omtrent het delen van materiaal met buitenlandse partners de privacybelangen van individuen moeten worden afgewogen, en; - het ontbreken van een effectieve toetsing na afloop. Gelet hierop gaat het Zweedse regime voor bulk-interceptie de ‘margin of appreciation’ die nationale autoriteiten hebben in dit soort situaties te buiten en was er onvoldoende waarborg tegen willekeur en misbruik. Daarom is er een schending van artikel 8 van het EVRM geconstateerd. Zie Centrum för rättvisa tegen Zweden, EHRM

Uitspraak EHRM - Big brother watch and others tegen Verenigd Koninkrijk - schending eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie en vrijheid van meningsuiting

Uitspraak internationaal | 25 mei 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven (zie Privacy) | Privacy | Vrijheid van meningsuiting

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak Big Brother Watch en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk (zaken nrs. 58170/13, 62322/14 en 24960/15) geoordeeld dat artikel 8 en artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn geschonden. Artikel 8 bevat het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie. Artikel 10 ziet op de vrijheid van meningsuiting. De schendingen zijn aangenomen omdat het Britse regime voor bulk-interceptie van gegevens niet is onderworpen aan voldoende waarborgen en onvoldoende bescherming biedt aan vertrouwelijk journalistiek materiaal. Nederland heeft als derde-partij een reactie ingediend over een aantal punten die in algemene zin spelen bij bulk-interceptie van gegevens en dus zaakoverstijgend zijn. Het EHRM overweegt dat de beslissing voor een regime voor bulk-interceptie op zich niet in strijd is met artikel 8 EVRM. In het licht van het veranderende karakter van moderne communicatietechnologie, moet de gebruikelijke wijze van toetsing voor surveillancesystemen worden aangepast aan de specifieke eigenschappen van een bulk-interceptiesysteem, waarbij het inherente risico bestaat op misbruik en tegelijkertijd een legitieme behoefte bestaat voor geheimhouding.  Voor een dergelijk systeem zijn ‘end to end’-waarborgen noodzakelijk. Dit betekent dat op nationaal niveau bij elke stap in het proces een beoordeling moet plaatsvinden van de noodzaak en proportionaliteit van de te nemen maatregelen. Ook moet er voorafgaand onafhankelijk toezicht zijn voor de bulk-interceptie op het moment dat het doel en de omvang ervan bekend worden. Daarnaast moet toezicht worden gehouden op de operatie en moet er na afloop onafhankelijk toezicht zijn, aldus het EHRM. Het EHRM constateert bij toepassing van de nieuwe uitgebreide criteria dat aan het Britse regime voor bulk-interceptie zoals dat gold tussen 2000 en 2016 drie gebreken kleven, namelijk: - het ontbreken van een onafhankelijke autorisatie van een bevel tot bulk-interceptie; - het niet noemen van categorieën van selectiecriteria in de aanvraag voor een bevel, en; - het niet verzekeren dat aan een individu gekoppelde zoektermen aan voorafgaande interne autorisatie onderworpen zijn. Daarbij erkent het EHRM het waardevolle toezicht en de robuuste juridische toetsing door de specifiek hiervoor aangewezen ‘Interception of communications Commissioner’ en het ‘Investigatory Powers Tribunal’. Deze waarborgen wegen echter niet op tegen de geconstateerde tekortkomingen. Gelet hierop gaat de inbreuk (‘ interference’ ) die het Britse regime voor bulk-interceptie maakt op het privéleven van burgers verder dan ‘necessary in a democratic society’. Daarom is er een schending van artikel 8 van het EVRM geconstateerd. Over artikel 10 EVRM herhaalt het EHRM dat de bescherming van bronnen van een journalist een hoeksteen is van de vrijheid van de pers. Het EHRM stelt vast dat het Britse regime geen waarborgen bevat die verzekeren dat gegevens die niet speciaal met dat oogmerk zijn verzameld, maar die toch vertrouwelijk journalistiek materiaal bevatten, pas opgeslagen kunnen blijven en onderzocht kunnen worden door een analist na autorisatie daarvoor door een rechter of een ander onafhankelijk beslisorgaan. Daarom is er ook een schending van artikel 10 van het EVRM geconstateerd  

Rapportage 2020 - Internationale Mensenrechtenprocedures

Inbreng in juridische procedure internationaal | 18 mei 2021 | Minister van Buitenlandse Zaken

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Mensenrechten | Mensenrechtenschendingen

In het rapport zijn samenvattingen opgenomen van alle uitspraken en beslissingen van internationale mensenrechtenprocedures waarbij het Koninkrijk der Nederlanden in het jaar 2020 betrokken is geweest. In rapport is ook een overzicht opgenomen van de stand van zaken van uitspraken die door het Koninkrijk tenuitvoer moeten worden gelegd.

Nationale Groep van het Permanent Hof van Arbitrage

Content Dossier / MLA | 2 april 2021

Het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) is het eerste permanente internationale mechanisme voor de vreedzame beslechting van geschillen tussen staten. Het is opgericht onder twee in Den Haag tot...

Uitspraak EHRM - Stichting Landgoed Steenbergen tegen Nederland - geen schending eerlijk proces

Uitspraak internationaal | 16 februari 2021

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Stichting Landgoed Steenbergen en anderen tegen Nederland (zaak nr. 19732/17) geoordeeld dat Nederland artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) niet heeft geschonden. Artikel 6 bevat het recht op een eerlijk proces, waaronder de toegang tot de rechter valt. Volgens het EHRM is een elektronische kennisgeving een voldoende adequate manier van kennisgeven van (ontwerp)besluiten, gelet op de coherentie van het systeem waarbij een evenredige afweging is gemaakt en het hoge aantal internetgebruikers in Nederland. Het EHRM herhaalt in het arrest dat het recht op toegang tot de rechter ook het recht omvat om op adequate wijze kennis te nemen van bestuurlijke en juridische besluiten en dat dit met name van belang is in gevallen waarbij een rechtsmiddel binnen een bepaalde termijn moet worden ingezet. Het recht op toegang tot de rechter is echter geen absoluut recht, het mag worden beperkt en moet ook gereguleerd worden door de nationale overheid. Staten hebben daarbij een beoordelingsmarge. In gevallen als deze wordt beoordeeld of klagers konden uitgaan van een coherent systeem waarbij een evenredige afweging is gemaakt tussen de belangen van de overheid en hun eigen belangen, aldus het EHRM. In deze zaak is de kennisgeving gebaseerd op de Verordening elektronische bekendmaking van de provincie Gelderland. Het systeem van deze Verordening is voldoende coherent en duidelijk. Voor de elektronische bekendmaking bestond derhalve een wettelijke basis waarvan het bestaan voldoende onder de aandacht van het publiek is gebracht. Verder is van belang dat in Nederland meer dan 92% van de burgers boven de twaalf jaar beschikking heeft over internet. Bovendien hebben klagers ook niet aangegeven dat zij niet beschikken over toegang tot een computer of het internet. Gelet hierop komt het EHRM tot de conclusie dat het systeem van elektronische bekendmaking in Gelderland een coherent systeem is waarbij een evenredige afweging is gemaakt tussen het algemeen belang van de samenleving en de belangen van klagers. Daarom is er geen schending van artikel 6, eerste lid, van het EVRM en is het niet nodig om de klacht over schending van artikel 13 van het EVRM apart beoordelen. De klacht over schending van artikel 8 van het EVRM is niet-ontvankelijk verklaard. Zie Stichting Landgoed Steenbergen tegen Nederland, EHRM

Uitspraak EHRM Maassen tegen Nederland - schending recht op vrijheid en veiligheid

Uitspraak internationaal | 9 februari 2021

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces | Redelijke termijn | Voorlopige invrijheidstelling

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Maassen tegen Nederland (zaak nr. 10982/15) geoordeeld dat Nederland artikel 5, derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Artikel 5 bevat het recht op vrijheid en veiligheid. Het derde lid gaat specifiek over het recht op een proces binnen redelijke termijn en op invrijheidstelling in afwachting van dat proces. De schending is aangenomen, omdat herhaaldelijke beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, onvoldoende onderbouwd zijn. Het EHRM herhaalt in de uitspraak het uitgangspunt dat een voorarrest niet onredelijk lang mag duren. Een redelijke verdenking is de basis van een voorarrest, maar dat op zich is niet voldoende om beslissingen om het voorarrest te laten voortduren op te baseren. Daarbij is ook nog van belang of er andere gronden zijn om de vrijheidsontneming te rechtvaardigen en als die gronden nog relevant en voldoende zijn, moet worden bezien of de procedure voldoende zorgvuldig is geweest. In dat kader moet de rechtvaardiging voor detentie altijd overtuigend worden aangetoond op grond van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden, aldus het EHRM. In deze zaak is de oorspronkelijke beslissing over het voorarrest volgens het EHRM voldoende relevant en met redenen omkleed. Bij opvolgende beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, is echter onvoldoende ingegaan op de specifieke omstandigheden. Gelet hierop zijn die beslissingen onvoldoende onderbouwd en daarom in strijd geacht met artikel 5, derde lid, van het EVRM. Zie Maassen tegen Nederland, EHRM

Arrest EHRM - Zohlandt tegen Nederland - schending recht op vrijheid en veiligheid

Uitspraak internationaal | 9 februari 2021

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Voorwaardelijke invrijheidstelling

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Zohlandt tegen Nederland (zaak nr. 69491/16) geoordeeld dat Nederland artikel 5, derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Artikel 5 gaat over het recht op vrijheid en veiligheid. Het derde lid gaat specifiek over het recht op een proces binnen redelijke termijn en op invrijheidstelling in afwachting van dat proces. De schending is aangenomen, omdat herhaaldelijke beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, onvoldoende onderbouwd zijn. Het EHRM herhaalt in de uitspraak het uitgangspunt dat een voorarrest niet onredelijk lang mag duren. Een redelijke verdenking is de basis van een voorarrest, maar dat op zich is niet voldoende om beslissingen om het voorarrest te laten voortduren op te baseren. Daarbij is ook nog van belang of er andere gronden zijn om de vrijheidsontneming te rechtvaardigen en als die gronden nog relevant en voldoende zijn, moet worden bezien of de procedure voldoende zorgvuldig is geweest. In dat kader moet de rechtvaardiging voor detentie altijd overtuigend worden aangetoond op grond van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden, aldus het EHRM. In deze zaak is de oorspronkelijke beslissing over het voorarrest volgens het EHRM voldoende relevant en met redenen omkleed. Bij opvolgende beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, is echter onvoldoende ingegaan op de specifieke omstandigheden. Gelet hierop zijn die beslissingen onvoldoende onderbouwd en daarom in strijd geacht met artikel 5, derde lid, van het EVRM. Zie Zohlandt tegen Nederland, EHRM

Uitspraak EHRM - Hasselbaink tegen Nederland - schending recht op vrijheid en veiligheid

Uitspraak internationaal | 9 februari 2021

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Voorwaardelijke invrijheidstelling

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) heeft in de uitspraak in de zaak Hasselbaink tegen Nederland (zaak nr. 73329/16) geoordeeld dat Nederland artikel 5, derde lid en vierde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Artikel 5 bevat het recht op vrijheid en veiligheid. Het derde lid gaat specifiek over het recht op een proces binnen redelijke termijn en op invrijheidstelling in afwachting van dat proces. Het vierde lid ziet op een tijdige behandeling van verzoeken om opheffing van het voorarrest. De schendingen zijn aangenomen, omdat herhaaldelijke beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, onvoldoende onderbouwd zijn en niet tijdig zijn genomen. Het EHRM herhaalt in de uitspraak het uitgangspunt dat een voorarrest niet onredelijk lang mag duren. Een redelijke verdenking is de basis van een voorarrest, maar dat op zich is niet voldoende om beslissingen om het voorarrest te laten voortduren op te baseren. Daarbij is ook nog van belang of er andere gronden zijn om de vrijheidsontneming te rechtvaardigen en als die gronden nog relevant en voldoende zijn, moet worden bezien of de procedure voldoende zorgvuldig is geweest. In dat kader moet de rechtvaardiging voor detentie altijd overtuigend worden aangetoond op grond van specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden, aldus het EHRM. In deze zaak is de oorspronkelijke beslissing over het voorarrest volgens het EHRM voldoende relevant en met redenen omkleed. Bij opvolgende beslissingen om het voorarrest niet op te heffen, is echter onvoldoende ingegaan op de specifieke omstandigheden. Gelet hierop zijn die beslissingen onvoldoende onderbouwd en daarom in strijd geacht met artikel 5, derde lid, van het EVRM. Verder duurde het 22 respectievelijk 26 dagen voor dat het verzoek om opheffing en het beroep tegen de afwijzing daarvan werden behandeld. Het EHRM wijst erop dat in een eerdere uitspraak een periode van 21 dagen al als onvoldoende tijdig is beoordeeld en dat bovendien in deze zaak al was erkend dat de behandeling van het verzoek niet zo zorgvuldig was behandeld als normaal gesproken het geval zou zijn. Het EHRM acht het in deze omstandigheden niet nodig om nog apart in te gaan op de tijdige behandeling van het beroep tegen de afwijzing. De gang van zaken is in strijd geacht met artikel 5, vierde lid, van het EVRM. Zie Hasselbaink tegen Nederland, EHRM

Uitspraak EHRM inzake Keskin tegen Nederland - schending recht op eerlijk proces

Uitspraak internationaal | 19 januari 2021 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Eerlijk proces

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in een uitspraak van de Grote Kamer in de zaak Keskin tegen Nederland (zaak nr. 2205/01) geoordeeld dat Nederland het recht op een eerlijk proces neergelegd in artikel 6, eerste lid en derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. De schending is aangenomen, omdat de verdachte niet in staat was om getuigen te ondervragen die belastende verklaringen over hem hadden afgelegd in een strafrechtelijke procedure.  Zie uitspraak Keskin v. the Netherlands, EHRM

Landsgrenzen

Content Dossier / MLA | 14 januari 2021

Het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden grenst niet alleen aan dat van Duitsland en België maar ook aan dat van Frankrijk: Sint Maarten en Saint Martin zijn buurlanden. En niet alleen...

Eenzijdig opzeggen onderhandelingen door Rusland

Kamerbrief | 15 oktober 2020

Dossier: MH17

Trefwoorden: Aansprakelijkheid, Staats- | MH17

In deze Kamerbrief is vermeld dat de Russische Federatie de onderhandelingen over staatsaansprakelijkheid met Nederland en Australië over het neerhalen van vlucht MH17 eenzijdig heeft opzegd.  Tweede Kamer, 2020-2021, 33997, nr. 154

Nederland stelt Syrië aansprakelijk voor mensenrechtenschendingen (pdf)

Kamerbrief | 18 september 2020

Dossier: Aansprakelijkstelling Syrië door Nederland

Trefwoorden: Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Mensenrechten | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

In deze Kamerbrief is vermeld dat Nederland via een diplomatieke nota Syrië aansprakelijk heeft gesteld voor grove mensenrechtenschendingen en foltering in het bijzonder. Nederland heeft Syrië gewezen op de internationale verplichtingen die het heeft om de schendingen te beëindigen en slachtoffers volledig rechtsherstel te bieden. Nederland heeft Syrië gevraagd in onderhandeling te treden. Als geen overeenstemming wordt bereikt tussen de landen, zal Nederland de zaak voorleggen aan een internationale rechter. Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing van 1984, dat door Syrië in 2004 werd geratificeerd biedt hiervoor een rechtsgrondslag. Kamerbrief (Tweede-Kamer, 32623, nr. 301)

Kamerbrief inzake statenklacht en interventie NL bij EHRM tegen Rusland

Kamerbrief | 10 juli 2020

Dossier: Mensenrechten | MH17

Trefwoorden: MH17

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat Nederland een interstatelijk verzoekschrift (statenklacht) heeft ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tegen de Russische Federatie voor haar aandeel bij het neerhalen van vlucht MH17.

Rapport Geweldsmonopolie en piraterij

Advies overig | 4 juni 2020

Dossier: Piraterijbestrijding

Trefwoorden: Piraterij | Scheepvaart | Terrorismebestrijding

Dit document bevat het rapport van de Adviescommissie gewapende particuliere beveiliging tegen piraterij inzake geweldsmonopolie en piraterij.

Tijdlijn MH17

Overig | 1 mei 2020

Dossier: MH17

Trefwoorden: Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-) | MH17

De tijdlijn geeft belangrijke stappen weer van de inzet van de Nederlandse regering om te komen tot waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap voor het neerhalen van vlucht MH17

Kamerbrief diverse onderwerpen inzake MH17

Kamerbrief | 1 mei 2020

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: MH17 | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

In deze Kamerbrief wordt ingegaan op de sluiting van het luchtruim boven en rondom het oosten van Oekraïne en de Nederlandse interventie van de individuele klachtprocedures voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook wordt ingegaan op de eerste zittingsronde van het strafproces MH17

Kamerbrief stand van zaken MH17

Kamerbrief | 12 februari 2020

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: MH17 | Staatsaansprakelijkheid (zie Aansprakelijkheid, Staats-)

In de Kamerbrief wordt ingegaan op de voorbereiding van het strafproces, de internationale inbedding van het strafproces, de individuele klachtprocedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de staatsaansprakelijkheid. Tweede Kamer, 2019-2020, 33997, nr. 150

Instellingsbesluit Nationale Groep Permanent Hof van Arbitrage

Overig | 31 januari 2020

Dossier: Nationale Groep van het Permanent Hof van Arbitrage

Trefwoorden: Arbitrage | Geschillenbeslechting (zie Internationale geschillenbeslechting) | Vreedzame geschillenbeslechting (zie Int. geschillenbeslechting, vreedzame)

Dit document bevat het Koninklijk Besluit dat de instelling, de samenstelling, bevoegdheden en taken van de Nederlandse Nationale Groep bij het Permanent Hof van Arbitrage regelt.

Permanent Declaration

Document | 17 januari 2020

Beleidskader Nederland en Poolgebieden 2011-2015

Overig | 3 december 2019

Dossier: Antarctica | De Noordpool

Trefwoorden: Internationaal milieurecht | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieuschade | Wetenschappelijk onderzoek

Dit document bevat het polaire beleid van 2011 – 2015 welke onderdeel uit maakt van de oriëntatie van de regering op mondiale vraagstukken. Waar vorige beleidskaders zich voornamelijk beperkten tot milieukwesties en wetenschappelijk onderzoek, poogt het huidige kader de poolgebieden in een veel breder perspectief te plaatsen: politiek, strategisch, economisch (grondstoffen, energie, visserij, scheepvaart), veiligheid, inheemse volkeren, internationale rechtsorde etc.

Memorie van Toelichting bij Energiehandvest 1994

Memorie van toelichting | 3 december 2019

Dossier: Energie

Trefwoorden: Handelsbevordering | Investeringsgaranties | Kernenergie

Dit document bevat de Memorie van Toelichting bij het Verdrag inzake Energiehandvest.

Judgment of ICJ Case Concerning Sovereignty over Certain Frontier Land (Belgium / Netherlands)

Uitspraak internationaal | 29 november 2019

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting | Grond- en zeegebied

Trefwoorden: Grensgeschil | Internationale geschillenbeslechting, vreedzame | Rechtsmacht

In deze uitspraak komt het Internationaal Gerechtshof (IGH) tot de conclusie dat de afbakening van 14 hectare land welke onderdeel is van het geschil, toebehoren aan België. Deze uitspraak is van belang omdat het IGH benadrukt dat een verdrag dat is ontworpen om een grens vast te stellen, zou moeten worden geïnterpreteerd op een manier dat het kan leiden tot een precieze, volledige en definitieve grens.

Kamerbrief inzake actualisering veiligheidsdeel Polaire Strategie

Kamerbrief | 25 juli 2019

Dossier: De Noordpool | Grond- en zeegebied

Trefwoorden: Continentaal plateau | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieuschade | Doortocht, recht van | Onschuldige doorvaart

Deze brief informeert de Tweede Kamer over de actualisering van de Nederlandse Polaire Strategie 2016-2020 op het gebied van veiligheid in de Arctische regio. In de brief wordt ingegaan op de politieke, militaire, economische en ecologische veiligheid in het noordpoolgebied. Kamerbrief

ATCM Working Paper “Antarctic Tourism Workshop, 3-5 April in Rotterdam, The Netherlands: Chair’s Summary and Key Recommendations”

Inbreng internationaal overleg | 14 mei 2019

Dossier: Antarctica

Trefwoorden: Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht)

Dit werkdocument van Nederland en het Verenigd Koninkrijk is ingediend tijdens 42ste Antarctic Treaty Consultative Meeting en bevat een samenvatting van de discussie tijdens de workshop over toerisme, gehouden in Rotterdam van 3-5 april 2019.

Kamerbrief onderhandelingen met Rusland over staatsaansprakelijkheid MH17

Kamerbrief | 27 maart 2019

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: Aansprakelijkheid | Aansprakelijkheid, Staats-

In deze Kamerbrief is vermeld dat Nederland in gesprek is getreden met Rusland over staatsaansprakelijkheid van Rusland voor het neerhalen van vlucht MH17. Kamerbrief (Tweede-Kamer, 2018-2019, 33997, nr. 134)

Diplomatiek asiel

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Wanneer iemand asiel aanvraagt bij een ambassade of consulaat wordt dit diplomatiek asiel genoemd. Dit recht op asiel wordt niet algemeen erkend. Dit houdt verband met de omstandigheid dat wanneer...

Natuurlijke hulpbronnen

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Staten hebben voor hun ontwikkeling exclusieve beschikkingsmacht over de natuurlijke hulpbronnen die zich bevinden op hun grondgebied en in aangrenzende zeegebieden. Het gebruik is echter niet...

Vreedzame geschillenbeslechting

Content Dossier / MLA | 27 december 2018

Nederland hecht grote waarde aan vreedzame geschillenbeslechting, en niet alleen omdat Nederland gastland is van vele internationale hoven en tribunalen. De volgende (soorten) hoven en tribunalen...

Bronnen internationaal recht

Content Dossier / MLA | 23 november 2018

Met de aanduiding bronnen van internationaal recht wordt verwezen naar de door het internationaal recht erkende wijze van totstandkoming van volkenrechtelijke regels. Het internationaal recht kent...

Antwoorden op Kamervragen staatsaansprakelijkheid MH17

Kamerbrief | 12 juni 2018

Trefwoorden: Aansprakelijkheid | Aansprakelijkheid, Staats- | MH17

Dit document bevat antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over de Kamerbrief van 9 maart 2018 over de juridische mogelijkheden om Staten aansprakelijk te stellen voor het neerhalen van vlucht MH17. Vragen en antwoorden (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 118) Kamerbrief 9 maart 2018 (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 114)

Cybersecuritybeeld Nederland (2018)

Overig | 1 juni 2018

Dossier: Cyber

Trefwoorden: Cyber | Cyberstrategie

Dit document bevat het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2018 welke een inzicht biedt in de dreigingen, belangen en weerbaarheid van Nederland op het gebied van cybersecurity in relatie tot de nationale veiligheid. Het CSBN wordt jaarlijks door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) opgesteld.

Pleitnota Nederlandse Staat tegen Urgenda in hoger beroep

Inbreng in juridische procedure nationaal | 28 mei 2018

Dossier: Doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde

Trefwoorden: Doorwerking internationaal recht (zie Verdragen, rechtstreekse werking) | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieuschade

Dit document betreft de pleitnota van de Nederlandse Staat in hoger beroep aangaande de rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Urgenda eist dat er in 2020 40% minder CO2 uitstoot is dan in 1990.

Kamerbrief inzake Nederlandse inzet in Syrië

Kamerbrief | 14 maart 2018

Dossier: Mensenrechten | Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Aansprakelijkheid, strafrechtelijke | Burgerbevolking | Mensenrechten | Mensenrechtenschendingen

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de situatie in Syrië op politiek, militair en humanitair gebied en de Nederlandse rol hierin. Daarnaast wordt in de brief ingegaan op het tegengaan van straffeloosheid van schendingen van mensenrechten en humanitair recht in Syrië. Kamerbrief

Kamerbrief over de mogelijkheden voor staatsaansprakelijkheid MH17

Kamerbrief | 9 maart 2018

Dossier: Staatsaansprakelijkheid | MH17

Trefwoorden: Aansprakelijkheid | Aansprakelijkheid, Staats-

In de Kamerbrief wordt ingegaan op de juridische mogelijkheden om Staten aansprakelijk te stellen voor het neerhalen van vlucht MH17. Kamerbrief (Tweede Kamer, 2017-2018, 33997, nr. 114)

Kamerbrief inzake mogelijkheden staatsaansprakelijkheid voor neerhalen vlucht MH17

Kamerbrief | 9 maart 2018

Dossier: Staatsaansprakelijkheid

Trefwoorden: Aansprakelijkheid, Staats- | Internationale onrechtmatige daad | MH17

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de mogelijkheden om andere staten aansprakelijk te stellen op grond van internationaal recht naar aanleiding van het debat over het neerhalen van vlucht MH17. De brief bespreekt onder meer de juridische grondslag voor staatsaansprakelijkheid, de juridische gevolgen van staatsaansprakelijkheid en hoe staatsaansprakelijkheid kan worden geeffectueerd.  Kamerbrief

Kabinetsreactie en CAVV Advies inzake de identificatie van internationaal gewoonterecht

Advies CAVV | 8 februari 2018

Dossier: Bronnen internationaal recht

Trefwoorden: Gewoonterecht | Internationale organisaties, besluiten van (zie Verbindendheid) | Persistent objector

Dit document bevat advies nr. 29 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake de identificatie van internationaal gewoonterecht, en de kabinetsreactie op dat advies.

Kamerbrief inzake Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen isis aanvullend 2018

Kamerbrief | 24 november 2017

Dossier: Terrorismebestrijding

Trefwoorden: Militaire samenwerking | Multinationale troepenmacht | Troepeninzet | Militairen, uitzending van | Terrorisme | Terrorismebestrijding

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de veranderende politieke en militaire omstandigheden – waaronder de volkenrechtelijke rechtsgrond voor de militaire inzet - in de strijd tegen ISIS en welke gevolgen dit kan hebben voor de Nederlandse militaire inzet in Syrië en Irak. Kamerbrief

Nederlands-Zwitserse paper over Weapons Review Mechanisms bij de Group of Governmental Experts on lethal autonomous weapon systems van het Verdrag inzake conventionele wapens (CCW)

Inbreng internationaal overleg | 7 november 2017

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Conventionele wapens | Humanitair oorlogsrecht (zie Internationaal humanitair recht)

Dit document bevat de Nederlands-Zwitserse visie ten aanzien van de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe middelen of methoden van oorlogsvoering.

VNVR Resolutie S/RES/2383 (2017)

Overig | 7 november 2017

Dossier: Piraterijbestrijding

Trefwoorden: Piraterij

Dit document bevat een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VNVR) inzake piraterij in de wateren bij Somalië.

Kamerbrief inzake met 36e zitting VN mensenrechtenraad Yemen 2017

Kamerbrief | 25 oktober 2017

Dossier: Mensenrechten | Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Aansprakelijkheid, strafrechtelijke | Internationale misdrijven (zie Oorlogsmisdrijven) | Mensenrechten | Mensenrechtenschendingen

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de 36e zitting van de Mensenrechtenraad die plaatsvond van 11-29 september 2017, waar onder leiding van Nederland een resolutie werd ingediend over een internationaal onafhankelijk onderzoek naar alle schendingen van mensenrechten en oorlogsrecht in Jemen.  Kamerbrief

Nederlandse inbreng over het onderwerp autonome wapensystemen bij de Group of Governmental Experts van het Verdrag inzake conventionele wapens (CCW)

Inbreng internationaal overleg | 9 oktober 2017

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Conventionele wapens

Dit document bevat een working paper van Nederland over het onderwerp autonome wapensystemen. Nederland stelt een working definition van de term autonome wapensystemen voor en roept op tot verdere discussie over het concept 'meaningful human control'. Ook ondersteunt Nederland de conclusie dat het gebruik van autonome wapensystemen altijd moet voldoen aan de eisen van het internationaal recht.

Comments of the Netherlands on Draft General Comment no. 36 on article 6 right to life

Overig | 6 oktober 2017

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Leven, recht op | Mensenrechten

Dit document bevat het schriftelijke commentaar van Nederland over General Comment no. 36 over artikel 6 bij het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten inzake het recht op leven.

Kamerbrief inzake Nederlandse bijdrage aan resolute support in 2018

Kamerbrief | 11 september 2017

Dossier: Militair-operationele zaken

Trefwoorden: Militaire samenwerking | Multinationale troepenmacht | Troepeninzet

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over het verlengen van de Nederlandse bijdrage aan de NAVO Resolute Support Mission (RSM) in Afghanistan tot 31 december 2018. Kamerbrief

Kamerbrief inzake Nederlandse bijdrage aan MINUSMA in 2018

Kamerbrief | 11 september 2017

Dossier: Vredesmachten

Trefwoorden: Militaire samenwerking | Multinationale troepenmacht | Terrorisme | Terrorismebestrijding | Troepeninzet | Militairen, uitzending van

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over het verlengen van de Nederlandse bijdrage aan de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (UNISMA) tot 31 december 2018. Kamerbrief

Kamerbrief inzake Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen isis 2018

Kamerbrief | 11 september 2017

Dossier: Terrorismebestrijding

Trefwoorden: Militaire samenwerking | Multinationale troepenmacht | Terrorisme | Terrorismebestrijding | Troepeninzet | Militairen, uitzending van

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS wordt verlengd tot 31 december 2018. Tevens wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang die in dit verband de voorafgaande periode is geboekt. Kamerbrief

Kamerbrief inzake het verloop en de uitkomst van de onderhandelingen rond een verdrag over een verbod op kernwapens

Kamerbrief | 14 juli 2017

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Kernwapens | Ontwapening | Verdragen, totstandkoming

Deze brief informeert de Tweede Kamer over de inzet, het verloop en de uitkomst van de onderhandelingen over een kernwapenverbod. Tevens biedt de brief een inhoudelijke appreciatie van de uiteindelijke verdragstekst. Kamerbrief

Award on Compensation in Arctic Sunrise arbitration

Uitspraak internationaal | 10 juli 2017

Dossier: Vreedzame geschillenbeslechting

Trefwoorden: EEZ (zie Exclusieve Economische Zone) | Jurisdictie van de kuststaat | Jurisdictie van de vlaggenstaat | Kuststaat | Schepen, vrijgeving van | Vlaggenstaat | Vrijheid van demonstratie (zie Demonstraties)

Dit document bevat de uitspraak inzake de schadevergoeding in de Arctic Sunrise arbitrage tussen Rusland en Nederland. In de uitspraak is de hoogte van de schadevergoeding vastgesteld.

Kamerbrief inzake besluit vervolgingsmechanisme MH17

Kamerbrief | 5 juli 2017

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Aansprakelijkheid, strafrechtelijke | MH17 | Uitlevering (zie Internationale rechtshulp)

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer dat er in samenspraak met Australië, België, Maleisië en Oekraïne is besloten om de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 zal plaatsvinden in en door Nederland.    Kamerbrief  

Kamerbrief inzake het besluit van het vervolgingsmechanisme voor MH17

Kamerbrief | 5 juli 2017

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Luchtvaart | MH17 | Vervolging

Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de beslissing die is genomen met betrekking tot de wijze waarop de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 zal kunnen plaatsvinden. Kamerbrief

Verslag van een schriftelijk overleg van de Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken over VN-Conferentie over het verbod op kernwapens

Overig | 30 juni 2017

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Kernwapens | Ontwapening | Verdragen, totstandkoming

Dit document bevat een verslag van een schriftelijk overleg van de Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken waarin vragen van de Tweede Kamer over kernwapens en de VN-conferentie voor een kernwapenverbod worden behandeld. Verslag

Kamerbrief inzake de vraag of Sint Eustatius al dan niet een onafhankelijke status verkrijgt

Kamerbrief | 14 juni 2017

Dossier: Caribische landen Koninkrijk | Zelfbeschikking volken

Trefwoorden: Onafhankelijkheid | Referendum | Territoriale integriteit | Zelfbeschikkingsrecht, extern | Zelfbeschikkingsrecht, intern

Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de vraag wie een beslissende stem heeft bij de beantwoording van de vraag of Sint Eustatius al dan niet een onafhankelijke status verkrijgt. Kamerbrief

Antwoorden op kamervragen inzake internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen

Antwoorden op Kamervragen | 12 juni 2017

Dossier: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Trefwoorden: Maatschappelijk verantwoord ondernemen | Mensenrechten | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Ondernemingen | Zorgvuldigheidsplicht

Dit document bevat vragen van het lid Karabulut (SP) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Financiën over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Rapport oceanennotitie - toekomstbestendige oceanen

Overig | 20 april 2017

Dossier: Volle zee | Milieubescherming

Trefwoorden: Internationaal milieurecht | Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Milieurecht (zie Internationaal milieurecht) | Diepzeemijnbouw | Scheepvaart | Visserij

Dit document bevat het rapport horende bij de Kamerbrief oceanennotitie. Het rapport richt zich op de Nederlandse beleidsuitgangspunten met betrekking tot het gezond houden van oceanen en het behouden van de mariene biodiversiteit, waaronder het implementeren van het Klimaatakkoord van Parijs.

ATCM Working Paper “Report of the Intersessional Contact Group on Inspections in Antarctica under Article VII of the Antarctic Treaty and Article 14 of the Environmental Protocol”

Inbreng internationaal overleg | 7 april 2017

Dossier: Antarctica

Trefwoorden: Milieubescherming (zie Milieuschade; zie Internationaal milieurecht) | Wetenschappelijk onderzoek

Dit werkdocument van de VS, Korea en Nederland is ingediend tijdens de 40ste Antarctic Treaty Consultative Meeting en bevat een verslag van de Intersessional Contact Group (ICG) over de praktijk van inspecties in Antarctica.

List of issues in relation to the sixth periodic report of the Netherlands (ICESCR)

Inbreng in nalevingsprocedure | 15 maart 2017

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Economische, sociale en culturele rechten | Verdragsrapportages

Dit document bevat de beantwoording van aanvullende vragen van het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele rechten op de zesde periodieke rapportage van het Koninkrijk der Nederlanden, welke onderdeel is van de rapportageverplichting onder het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale, en Culturele Rechten (IVESCR).

Universal Periodic Review 3rd Cycle

Inbreng in nalevingsprocedure | 27 februari 2017

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Mensenrechten | Verdragsrapportages

Dit document bevat de periodieke rapportage (Universal Periodic Review) van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Mensenrechtenraad (Human Rights Council) waarin de mensenrechtensituatie van het Koninkrijk wordt toegelicht. Er wordt ingegaan op specifieke mensenrechten zoals non-discriminatie, vrijheid van meningsuiting, privacy en recht op onderwijs.

Kamerbrief inzake de International Cyber Strategy van Nederland

Kamerbrief | 12 februari 2017

Dossier: Cyber

Trefwoorden: Cyber | Cyberstrategie

Dit document bevat de Internationale Cyber Strategy van de Nederlandse overheid. Deze strategie focust zich op zes gebieden waaronder economische groei en ontwikkeling van het internet, effectief beheer van het internet, verbetering van cybersecurity, cybercrime, internationale vrede, veiligheid en stabiliteit en internetvrijheden.

Internationale cyberstrategie

Overig | 12 februari 2017

Dossier: Cyber

Trefwoorden: Cyber | Mensenrechten

Dit document bevat de Internationale Cyberstrategie waarmee naar aanleiding van het advies van de AIV ‘Het Internet, een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht’ en de WRR ‘De publieke kern van het Internet: naar een buitenlands internetbeleid’. In dit document wordt onder andere het cyberbeleid en de beleidsprioriteiten uiteengezet.

Kabinetsreactie en CAVV Advies inzake aansprakelijkheid van internationale organisaties

Advies CAVV | 21 november 2016

Dossier: Aansprakelijkheid

Trefwoorden: Aansprakelijkheid internationale organisaties | Internationale geschillenbeslechting | Internationale organisaties, immuniteit

Dit document bevat advies nr. 27 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake de mogelijkheden tot aansprakelijkheidstelling van internationale organisaties, en de reactie van het kabinet op dit advies.

Kamerbrief inzake onderhandeling over een internationaal verbod op kernwapens

Kamerbrief | 27 oktober 2016

Dossier: Wapens

Trefwoorden: Kernwapens | Ontwapening | Verdragen, totstandkoming

Deze brief informeert de Tweede Kamer over de Nederlandse overwegingen, inspanningen en het krachtenveld met betrekking tot de internationale discussie over een internationaal verbod op kernwapens. Daarnaast bevat de brief een reactie op de motie Sjoerdsma (Kamerstuk 33783 nr. 19). Kamerbrief

Kamerbrief inzake de presentatie van het Joint Investigation Team en mogelijkheden van vervolging en berechting daders MH17

Kamerbrief | 24 oktober 2016

Dossier: Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Internationale rechtshulp | Luchtvaart | MH17 | Vervolging

Deze kamerbrief informeert de Tweede Kamer over de visie van het kabinet ten aanzien van de eerste bevindingen van het Joint Investigation Team (JIT) en over de vervolging en berechting van de daders van het neerhalen van vlucht MH17. Kamerbrief

Antwoorden op Kamervragen inzake toepassing Wet BEU in de door Israël bezette gebieden

Antwoorden op Kamervragen | 14 oktober 2016

Dossier: Rechtsmacht

Trefwoorden: Belastingen | Bezetting | Memorandum of Understanding | Sociale zekerheid | Soevereiniteit | Verdragen, territoriale reikwijdte

Deze brief bevat de antwoorden van vragen van de Tweede Kamer over de visie van de Nederlandse regering ten opzichte van de Wet BEU in de door Israël bezette gebieden (Gaza, Westelijke Jordaanoever, m.i.v. Oost-Jeruzalem en Golan) en andere conflictgebieden (Westelijke Sahara). Antwoorden op Kamervragen 

Kamerbrief inzake de appreciatie CETA-verklaring

Kamerbrief | 11 oktober 2016

Dossier: Economie

Trefwoorden: Duurzame ontwikkeling | Export (zie Uitvoer) | Handelsbevordering | Handelsverdragen | Import (zie Invoer) | Investeringsgaranties

Deze Kamerbrief bevat een appreciatie van de gemeenschappelijke interpretatieve CETA-verklaring. De verklaring geeft uitleg over wat Canada, de EU en haar lidstaten overeen zijn gekomen en wat de toepassing van haar bepalingen zijn. Kamerbrief

Conclusie Procureur Generaal in geschil tussen Europese Octrooi Organisatie (EOO) en de vakbondsunie (VEOB) en de overkoepelende vakbond voor werknemers van EOO (SUEPO)

Uitspraak nationaal | 30 september 2016

Dossier: Privileges en immuniteiten

Trefwoorden: Beslag, executoriaal | Immuniteit van executie | Immuniteit van jurisdictie

De Advocaat Generaal stelt zich op het standpunt dat de Europese Octrooi Organisatie (EOO) zich terecht beroept op immuniteit van jurisdictie. Dat betekent dat de internationale organisatie niet voor de Nederlandse rechter kan worden gedaagd voor geschillen over de officiële werkzaamheden van de organisatie. De Advocaat Generaal is van oordeel dat het recht op toegang tot de rechter volgens het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens niet absoluut is. Conclusie

Kamerbrief inzake genocide door ISIS

Kamerbrief | 15 september 2016

Dossier: Terrorismebestrijding | Mensenrechten | Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

Trefwoorden: Genocide | Internationale misdrijven (zie Oorlogsmisdrijven) | Oorlogsmisdrijven

Deze Kamerbrief informeert de Tweede Kamer over het internationaalrechtelijk standpunt ten aanzien van het plegen van genocide door ISIS. Kamerbrief

Statement of the Government of the Netherlands to the Aarhus Convention Compliance Committee concerning communication ACCC/C/2015/133

Inbreng in nalevingsprocedure | 11 augustus 2016

Dossier: Milieubescherming

Trefwoorden: Informatierecht | Inspraak | Nalevingprocedures | Windmolens

Dit document bevat de Nederlandse inbreng voor een procedure onder het Verdrag van Aarhus, aangespannen door de Nederlandse Vereniging van Omwonenden Windturbines (NLVOW), over de toegang tot informatie, inspraak van het publiek in de besluitvorming en toegang tot de rechter in aangelegenheden m.b.t. windturbines.

Kamerbrief inzake AOW-uitkering en loonheffing in door Israël bezette gebieden

Kamerbrief | 30 juni 2016

Dossier: Rechtsmacht

Trefwoorden: Belastingen | Bezetting | Sociale zekerheid | Soevereiniteit | Verdragen, territoriale reikwijdte

Deze brief informeert de Tweede Kamer over de visie van de Nederlandse regering ten opzichte van de toepassing van de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) in de door Israël bezette gebieden (Gaza, Westelijke Jordaanover, m.i.v. Oost-Jeruzalem en Golan) en andere conflictgebieden (Westelijke Sahara). Kamerbrief

Nederlandse rapportage CESCR 2016

Overig | 15 april 2016

Dossier: Mensenrechten

Trefwoorden: Verdragsrapportages

Dit document bevat de zesde tussentijdse rapportage van Nederland onder het Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR/ECOCUL). De rapportage geeft een overzicht van de Nederlandse implementatie van verplichtingen onder het Verdrag.

Toont 1 - 75 van 145 resultaten.